<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:GHAMS:2013:4329</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2014-07-16T03:49:38</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2013-12-03</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Gerechtshof_Amsterdam" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Gerechtshof Amsterdam</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2013-09-17</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">200.113.023/01</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#hogerBeroep">Hoger beroep</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Amsterdam</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht_personenEnFamilierecht">Civiel recht; Personen- en familierecht</dcterms:subject>
      <dcterms:relation rdfs:label="Formele relatie" ecli:resourceIdentifier="ECLI:NL:RBHAA:2012:5001" psi:type="http://psi.rechtspraak.nl/hogerBeroep" psi:aanleg="http://psi.rechtspraak.nl/eerdereAanleg" psi:gevolg="http://psi.rechtspraak.nl/gevolg#(Gedeeltelijke) vernietiging en zelf afgedaan">Eerste aanleg: ECLI:NL:RBHAA:2012:5001, (Gedeeltelijke) vernietiging en zelf afgedaan</dcterms:relation>
      <dcterms:relation rdfs:label="Formele relatie" ecli:resourceIdentifier="ECLI:NL:GHAMS:2013:1645" psi:type="http://psi.rechtspraak.nl/tussenuitspraak" psi:aanleg="http://psi.rechtspraak.nl/eerdereAanleg">Tussenuitspraak: ECLI:NL:GHAMS:2013:1645</dcterms:relation>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHAMS:2013:4329">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHAMS:2013:4329</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2013-12-16T12:49:58</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2013-12-16</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:GHAMS:2013:4329 Gerechtshof Amsterdam , 17-09-2013 / 200.113.023/01</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:GHAMS:2013:4329:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Kinderalimentatie, stellen, bewijzen, proceshouding, ingangsdatum.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:GHAMS:2013:4329:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold">GERECHTSHOF AMSTERDAM</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>Afdeling civiel recht en belastingrecht</para>
      <para>Team III (familie- en jeugdrecht)</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Uitspraak: 17 september 2013</para>
      <para>Zaaknummer: 200.113.023/01 </para>
      <para>Zaaknummers eerste aanleg: 186855 / FA RK 11-3824 en 191663 / FA RK 12-1245 </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>in de zaak in hoger beroep van:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          […],</emphasis>
      </para>
      <para>wonende te […],</para>
      <para>appellante in principaal hoger beroep,</para>
      <para>geïntimeerde in incidenteel hoger beroep, </para>
      <para>advocaat: mr. S.A. Ray te Rotterdam,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>tegen</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          […],</emphasis>
      </para>
      <para>wonende te […],</para>
      <para>geïntimeerde in principaal hoger beroep,</para>
      <para>appellant in incidenteel hoger beroep,</para>
      <para>advocaat: mr. H.R. Carrière te Haarlem.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>Het geding in hoger beroep</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>1.1.</nr>
      <para>Partijen worden hierna respectievelijk de vrouw en de man genoemd.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.2.</nr>
      <para>Het hof verwijst naar en neemt over hetgeen is opgenomen in zijn beschikking van 4 juni 2013.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.3.</nr>
      <para>De vrouw heeft op 15 juli 2013 een nader stuk ingediend.</para>
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>2</nr>De verdere beoordeling van het hoger beroep</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>2.1.</nr>
      <para>Aan de orde is de eventueel door de man te betalen bijdrage in de kosten van verzorging en opvoeding van de kinderen.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.2.</nr>
      <para>Bij beschikking van 4 juni 2013 heeft het hof, voor zover thans van belang, de man bevolen om binnen drie weken na de datum van de beschikking alle opvolgende bankafschriften waaruit zijn salarisbetaling blijkt van december 2012 en januari, februari, maart en april 2013, over te leggen. Het hof constateert dat de man heeft nagelaten stukken over te leggen en evenmin daarvoor een verklaring heeft gegeven.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.3.</nr>
      <para>Het hof overweegt als volgt. De vrouw heeft in eerste aanleg en in hoger beroep verzocht een door de man te betalen bijdrage in de kosten van verzorging en opvoeding van de kinderen te bepalen. De man heeft betwist dat hij draagkracht heeft om aan die bijdragen te voldoen. Het lag op de weg van de man dit verweer met feiten en omstandigheden te onderbouwen, nu hij daartoe in staat kan worden geacht.  De man heeft in dit kader een arbeidsovereenkomst overgelegd. Nu de vrouw de echtheid van deze overeenkomst gemotiveerd heeft betwist, had het op de weg van de man gelegen om, met behulp van andere schriftelijke stukken, aan te tonen dat hij het salaris dat uit de door hem overgelegde arbeidsovereenkomst blijkt daadwerkelijk verdient, hetgeen hij, ondanks een daartoe strekkend bevel van het hof, nagelaten heeft. Het hof is derhalve van oordeel dat de man de stellingen van de vrouw onvoldoende gemotiveerd weersproken heeft, zodat hij in staat wordt geacht de door de vrouw verzochte bijdrage in de kosten van verzorging en opvoeding van de kinderen van € 300,- per kind per maand te betalen. Bovendien is het door deze proceshouding van de man voor het hof niet mogelijk een draagkrachtvergelijking tussen partijen te maken. Nu voorts de door de vrouw verzochte bijdragen de behoefte van de kinderen niet overstijgen, is de conclusie dat het verzoek van de vrouw zal worden toegewezen en dat van de man afgewezen.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.4.</nr>
      <parablock>
        <para>De vrouw verzoekt het hof de kinderbijdrage vast te stellen met ingang van 1 juli 2010 subsidiair met ingang van 11 november 2011. De man heeft verweer gevoerd. </para>
        <para>Gelet op het feit, dat de man in 2010 in [land] is gaan werken, omdat partijen toen forse geldproblemen hadden en de man aldus financieel orde op zaken zou kunnen stellen (zie tussenbeschikking van dit hof van 4 juni 2013) en gelet op het inkomen van de man in 2012 ziet het hof geen aanleiding een eerdere ingangsdatum vast te stellen dan de rechtbank heeft gedaan. </para>
      </parablock>
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>3</nr>Beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het hof:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">in principaal en incidenteel hoger beroep</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>vernietigt de bestreden beschikking voor zover hierbij een door de man te betalen bijdrage in de kosten van de verzorging en opvoeding van de kinderen is bepaald, en opnieuw rechtdoende:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>bepaalt dat de man met ingang van de datum van inschrijving van de echtscheiding in de registers van de burgerlijke stand aan de vrouw als bijdrage in de kosten van verzorging en opvoeding van de kinderen zal betalen een bedrag van € 300,- (drie honderd euro) per kind per maand, bij vooruitbetaling te voldoen;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>verklaart deze beschikking tot zover uitvoerbaar bij voorraad;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>wijst af het in hoger beroep meer of anders verzochte.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Deze beschikking is gegeven door mrs. W.J. van den Bergh, M.M.A. Gerritzen - Gunst en A.V.T. de Bie in tegenwoordigheid van mr. S.E. Harenberg als griffier, en in het openbaar uitgesproken op 17 september 2013.</para>
    </parablock>
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>