<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:GHAMS:2013:2736</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2025-03-21T16:23:08</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2013-09-02</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Gerechtshof_Amsterdam" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Gerechtshof Amsterdam</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2013-08-20</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">200.121.505/01</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#hogerBeroep">Hoger beroep</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Amsterdam</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht_personenEnFamilierecht">Civiel recht; Personen- en familierecht</dcterms:subject>
      <dcterms:references rdfs:label="Wetsverwijzing" bwb:resourceIdentifier="jci1.31:c:BWBR0001827&amp;artikel=154&amp;g=2013-09-25">Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (geldt in geval van digitaal procederen) 154</dcterms:references>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
          <rdf:li>NJF 2013/417</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHAMS:2013:2736">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHAMS:2013:2736</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2013-09-25T10:20:44</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2013-09-25</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:GHAMS:2013:2736 Gerechtshof Amsterdam , 20-08-2013 / 200.121.505/01</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:GHAMS:2013:2736:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Een gerechtelijke erkentenis geldt als zodanig slechts in het geding waarin zij is afgelegd. Nu de vrouw zich beroept op een verklaring van de man in de procedure tot ondertoezichtstelling van de kinderen van partijen, is van een gerechtelijke erkentenis in de zin van artikel 154 Rv. geen sprake.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:GHAMS:2013:2736:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold">GERECHTSHOF AMSTERDAM</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>Afdeling civiel recht en belastingrecht</para>
      <para>Team III (familie- en jeugdrecht)</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Uitspraak: 20 augustus 2013</para>
      <para>Zaaknummer: 200.121.505/ 01 </para>
      <para>Zaaknummer eerste aanleg: 135785/FA RK 12-146 </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>in de zaak in hoger beroep van:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          […],</emphasis>
      </para>
      <para>zonder bekende woon- of verblijfplaats,</para>
      <para>appellant,</para>
      <para>advocaat: voorheen mr. Lieuw On te Amsterdam (onttrokken),</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>tegen</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          […],</emphasis>
      </para>
      <para>wonende te [woonplaats],</para>
      <para>geïntimeerde,</para>
      <para>advocaat: mr. M.R. Ploeger te Schagen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>Het geding in hoger beroep</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>1.1.</nr>
      <para>Appellant en geïntimeerde worden hierna respectievelijk de man en de vrouw genoemd.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.2.</nr>
      <para>De man is op 7 februari 2013 in hoger beroep gekomen van de beschikking van 14 november 2012 van de rechtbank Alkmaar, met kenmerk 135785/FA RK 12-146.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.3.</nr>
      <para>De vrouw heeft op 5 april 2013 een verweerschrift ingediend.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.4.</nr>
      <para>De vrouw heeft op 29 mei 2013 nadere stukken ingediend.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.5.</nr>
      <para>Mr. K.R. Lieuw On heeft zich bij brief van 4 juni 2013 onttrokken als advocaat van de man. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.6.</nr>
      <para>De behandeling van de zaak op 10 juni 2013 is op voorhand aangehouden teneinde de man de gelegenheid te bieden vervangende rechtsbijstand te regelen. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.7.</nr>
      <parablock>
        <para>De zaak is vervolgens op 5 augustus 2013 ter terechtzitting behandeld, alwaar is verschenen:</para>
        <para>- de vrouw, bijgestaan door haar advocaat.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.8.</nr>
      <para>De man is, hoewel behoorlijk opgeroepen, niet verschenen.</para>
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>2</nr>De feiten</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>2.1.</nr>
      <parablock>
        <para>Partijen hebben een relatie gehad. Uit hun relatie zijn geboren [kind 1] [in] 2004 en [kind 2] [in] 2006 (hierna gezamenlijk: de kinderen). De kinderen verblijven bij de vrouw. Zij heeft het eenhoofdig gezag over hen. </para>
        <para>Bij beschikking van 22 augustus 2012 is aan de man vervangende toestemming verleend tot erkenning van de kinderen.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.2.</nr>
      <para>Ten aanzien van <emphasis role="bold">de vrouw </emphasis>is het volgende gebleken.</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>Zij is geboren [in] 1977. Zij vormt met de kinderen een eenoudergezin.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Zij neemt deel aan een traject van vrijwillige schuldsanering en heeft € 80,- per week voor haar levensonderhoud ter beschikking.  </para>
      </parablock>
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>3</nr>Het geschil in hoger beroep</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>3.1.</nr>
      <para>Bij de bestreden beschikking is op verzoek van de vrouw een door de man te betalen bijdrage in de kosten van verzorging en opvoeding van de kinderen bepaald van € 139,- per kind per maand met ingang van 9 december 2011.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.2.</nr>
      <para>De man verzoekt, met vernietiging van de bestreden beschikking, het inleidend verzoek van de vrouw alsnog af te wijzen.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.3.</nr>
      <para>De vrouw verzoekt de man niet-ontvankelijk te verklaren dan wel de bestreden beschikking te bekrachtigen. </para>
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>4</nr>Ontvankelijkheid van het hoger beroep</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>4.1.</nr>
      <para>De vrouw stelt dat de man niet-ontvankelijk dient te worden verklaard in zijn verzoek in hoger beroep, omdat hij ter zitting van 27 november 2012 van de rechtbank Alkmaar (waar de ondertoezichtstelling van de kinderen aan de orde was) heeft verklaard dat hij zijn verantwoordelijkheid zou nemen en dat hij bereid was om de beschikking waarvan beroep na te leven. Deze mededeling dient volgens de vrouw opgevat te worden als een gerechtelijke erkentenis in de zin van artikel 154 lid 1 Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv.). </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.2.</nr>
      <para>Het hof volgt de vrouw niet in die stelling. Een gerechtelijke erkentenis geldt als zodanig slechts in het geding waarin zij is afgelegd. Nu de vrouw zich beroept op een verklaring van de man in de procedure tot ondertoezichtstelling van de kinderen van partijen, is van een gerechtelijke erkentenis in de zin van artikel 154 Rv. geen sprake. De man is derhalve ontvankelijk in zijn hoger beroep.</para>
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>5</nr>Beoordeling van het hoger beroep</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>5.1.</nr>
      <para>De man stelt dat zijn draagkracht de door de rechtbank opgelegde bijdrage niet toelaat, omdat hij een inkomen heeft op bijstandsniveau. De vrouw daarentegen heeft voldoende draagkracht heeft om geheel, althans grotendeels in de behoefte van de kinderen te voorzien, aldus de man.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.2.</nr>
      <para>Het hof overweegt als volgt. De man heeft verzuimd in hoger beroep inzicht te verschaffen in zijn financiële situatie, hetgeen wel op zijn weg had gelegen. Nu de man geen enkel stuk heeft overgelegd ter onderbouwing van zijn hoger beroep dient dit hoger beroep reeds om die reden te worden afgewezen. Het hof merkt ten overvloede op dat, daargelaten dat de vrouw deelneemt aan een vrijwillige schuldsaneringsregeling en met de twee kinderen van partijen rond dient te komen van een minimaal inkomen, de man met zijn stelling dat de vrouw voldoende draagkracht heeft om in het levensonderhoud van de kinderen te voorzien, miskent dat ouders verplicht zijn naar rato te voorzien in het levensonderhoud van hun kinderen en dat deze verplichting niet alleen op de vrouw kan worden afgewenteld. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.3.</nr>
      <para>De beschikking waarvan beroep zal op grond van het voorgaande worden bekrachtigd.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.4.</nr>
      <para>Dit leidt tot de volgende beslissing.</para>
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>6</nr>Beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het hof:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>bekrachtigt de beschikking waarvan beroep.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Deze beschikking is gegeven door mrs. R.G. Kemmers, G.J. Driessen-Poortvliet en J.G. Gräler in tegenwoordigheid van mr. F.J.E. van Geijn als griffier, en in het openbaar uitgesproken op 20 augustus 2013.</para>
    </parablock>
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>