<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:GHAMS:2013:2094</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2017-08-15T11:31:05</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2013-07-19</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Gerechtshof_Amsterdam" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Gerechtshof Amsterdam</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2013-07-09</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">200.119.999-01</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#hogerBeroep">Hoger beroep</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Amsterdam</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht">Civiel recht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHAMS:2013:2094">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHAMS:2013:2094</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2017-08-14T10:22:14</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2017-08-15</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:GHAMS:2013:2094 Gerechtshof Amsterdam , 09-07-2013 / 200.119.999-01</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:GHAMS:2013:2094:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Tussenarrest. Zie ECLI:NL:GHAMS:2013:4887, ECLI:NL:GHAMS:2014:2990, ECLI:NL:GHAMS:2015:2705 en ECLI:NL:GHAMS:2017:2403.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:GHAMS:2013:2094:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <para>arrest</para>
    <para>___________________________________________________________________ _ _</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">GERECHTSHOF AMSTERDAM</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>afdeling civiel recht en belastingrecht, team II</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>zaaknummer:	 200.119.999/01</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>zaaknummer rechtbank:	185629 / HA ZA 11.1010</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">arrest van de meervoudige burgerlijke kamer van 9 juli 2013</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>inzake</para>
    </parablock>
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr> [appellant sub 1] ,</title>
    <parablock>
      <para>wonend te [woonplaats 1] ,</para>
      <para>advocaat: <emphasis role="underline">mr. P.J.Ph. Dietz de Loos</emphasis> te Wassenaar,</para>
      <para>2.	<emphasis role="bold">[appellante sub 2] ,</emphasis></para>
      <para>wonend te [woonplaats 2] ,</para>
      <para>advocaat: <emphasis role="underline">mr. F.J. Kremer</emphasis> te ‘s-Gravenhage,</para>
      <para>appellanten,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>tegen:</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr> [geïntimeerde sub 1] ,</title>
    <para>wonend te [woonplaats 2] ,</para>
    <para>2.	<emphasis role="bold">[geïntimeerde sub 2]</emphasis>,</para>
    <para>wonend te [woonplaats 3] ,</para>
    <para>3.	<emphasis role="bold">[geïntimeerde sub 3] ,</emphasis></para>
    <parablock>
      <para>wonend te [woonplaats 4] , gemeente [gemeente 1] ,</para>
      <para>geïntimeerden,</para>
      <para>advocaat: <emphasis role="underline">mr. I.M.C.A. Reinders Folmer</emphasis> te Amsterdam.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>Het geding in hoger beroep</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Appellanten worden hierna [appellanten] en afzonderlijk [appellant sub 1] en [appellante sub 2] genoemd en geïntimeerden [geïntimeerden] en afzonderlijk [geïntimeerde sub 1] , [geïntimeerde sub 2] en [geïntimeerde sub 3] .</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        [appellanten] zijn bij dagvaarding van 6 december 2012 in hoger beroep gekomen van een vonnis van de rechtbank Haarlem van 12 september 2012, gewezen tussen [geïntimeerden] als eisers in conventie, tevens verweerders in reconventie en [appellanten] als gedaagden in conventie tevens eisers in reconventie.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Partijen hebben daarna de volgende stukken ingediend:</para>
    </parablock>
    <itemizedlist mark="-">
      <listitem>
        <para>memorie van grieven van [appellant sub 1] , met producties;</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>memorie van grieven van [appellante sub 2] , met producties;</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>memorie van antwoord van [geïntimeerden] inzake de grieven van [appellant sub 1] , met producties;</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>memorie van antwoord van [geïntimeerden] inzake de grieven van [appellante sub 2] , met producties.</para>
      </listitem>
    </itemizedlist>
    <para />
    <parablock>
      <para>Ten slotte is arrest gevraagd.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        [appellant sub 1] en [appellante sub 2] hebben ieder voor zich geconcludeerd dat het hof het bestreden vonnis zal vernietigen en – uitvoerbaar bij voorraad – alsnog de vorderingen in conventie zal afwijzen en de (vermeerderde) vorderingen in reconventie zal toewijzen, met veroordeling in de kosten in beide instanties, te vermeerderen met nakosten en de wettelijke rente. </para>
      <para>
        [geïntimeerden] hebben geconcludeerd tot bekrachtiging van het bestreden vonnis, met – uitvoerbaar bij voorraad – veroordeling in de proceskosten in beide instanties, te vermeerderen met nakosten en de wettelijke rente. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Alle partijen hebben in hoger beroep bewijs van hun stellingen aangeboden.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>2</nr>Feiten</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank heeft in het bestreden vonnis onder 2.1. tot en met 2.5. de feiten vastgesteld die zij tot uitgangspunt heeft genomen. [appellant sub 1] is met zijn <emphasis role="underline">grief 1</emphasis> opgekomen tegen twee onderdelen van de vaststelling onder 2.2., te weten (i) dat perceel [perceel 1] voordien eigendom was van ‘de inmiddels ontbonden en in liquidatie verkerende [X] Vastgoed B.V.’ en (ii) dat deze vennootschap de mede-eigendom van dat perceel ‘om niet aan partijen [heeft] overgedragen’. Voor zover nodig zal het hof bij de beoordeling met de bezwaren van [appellant sub 1] rekening houden. Voor het overige zijn de feiten in hoger beroep niet in geschil en deze dienen derhalve ook het hof als uitgangspunt. </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>3</nr>Beoordeling</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>3.1.</nr>
      <parablock>
        <para>
          [geïntimeerde sub 1] , [geïntimeerde sub 3] en [appellant sub 1] zijn broers. [appellante sub 2] is hun zuster. [geïntimeerde sub 2] is een achterneef van hen.</para>
        <para>Tussen partijen is een conflict ontstaan over de verdeling van een aantal percelen weiland (en water) te [gemeente 2] , waarvan zij de mede-eigendom hebben. Het onderhavige geschil betreft het perceel kadastraal bekend als gemeente [gemeente 2] , sectie [sectie] , nummer [nummer 1] (hierna: perceel [perceel 1] ). Het is het hof ambtshalve bekend dat bij dit hof onder zaaknummer 200.124.017/01 een andere procedure tussen partijen aanhangig is betreffende de verdeling van (aangrenzende) percelen die kadastraal bekend zijn als gemeente [gemeente 2] , sectie [sectie] , nummers [nummer 2] en [nummer 3] (hierna: de percelen [perceel 2] en [perceel 3] ). In laatstgenoemde procedure zal een pleidooi plaatsvinden op 10 september 2013.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.2.</nr>
      <para>De rechtbank heeft in het bestreden vonnis perceel [perceel 1] toegedeeld aan [geïntimeerden] tegen betaling wegens overbedeling van een bedrag van telkens € 2.812,50 aan [appellant sub 1] en [appellante sub 2] . De rechtbank heeft daarbij het verzet van [appellanten] tegen de verdeling van dat perceel verworpen en de toedeling daarvan aan [appellanten] , zoals in reconventie gevorderd, afgewezen. Bij het oordeel dat toedeling van perceel [perceel 1] aan [geïntimeerden] het meest in overeenstemming is met de in het geding zijnde belangen en de billijkheid, heeft de rechtbank onder meer in aanmerking genomen dat de percelen [perceel 2] en [perceel 3] aan [geïntimeerden] zijn toegedeeld in het vonnis dat ten grondslag ligt aan voormelde zaak met nummer 200.124.017/01.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.3.</nr>
      <para>Uit de grieven en vorderingen van [appellant sub 1] en [appellante sub 2] vloeit voort dat zij zich ieder voor zich ook in hoger beroep primair verzetten tegen de verdeling van perceel [perceel 1] en daarmee tegen toewijzing van de vorderingen van [geïntimeerden] [appellant sub 1] en [appellante sub 2] hebben, bij vermeerdering van eis, telkens subsidiair gevorderd dat het hof zal bepalen dat de vordering tot verdeling van perceel [perceel 1] een of meermalen voor de duur van drie jaren wordt uitgesloten op de voet van artikel 3:178 lid 3 BW. De meer subsidiaire vordering behelst telkens toedeling van perceel [perceel 1] aan [appellant sub 1] en [appellante sub 2] , tegen betaling van een evenredige vergoeding wegens overbedeling.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.4.</nr>
      <para>Alvorens over te gaan tot de behandeling van de grieven van [appellant sub 1] en [appellante sub 2] komt het het hof geraden voor een verschijning van partijen te gelasten op dezelfde dag en hetzelfde tijdstip als het te houden pleidooi in de zaak met nummer 200.124.017/01.</para>
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>4</nr>Beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het hof:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>bepaalt dat partijen in persoon, tezamen met hun advocaten, tot het hiervoor onder 3.4. omschreven doel zullen verschijnen ten overstaan van mrs. R.H. de Bock, J.C.W. Rang en E.J. Rotshuizen, daartoe als raadsheren-commissaris benoemd, in het Paleis van Justitie, IJdok 20 te Amsterdam op dinsdag 10 september 2013 om 11.00 uur;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>verzoekt partijen, voor het geval zij zich ter comparitie willen bedienen van (nog niet in de procedure overgelegde) schriftelijke bewijsstukken, deze uiterlijk twee weken voor de comparitiedatum toe te zenden aan de raadsheren-commissaris, onder gelijktijdige toezending van een afschrift aan de wederpartij;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>houdt iedere verdere beslissing aan.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Dit arrest is gewezen door mrs. J.C.W. Rang, C. Uriot en E.J. Rotshuizen en door de rolraadsheer in het openbaar uitgesproken op 9 juli 2013.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>