<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:GHAMS:2012:BY3565</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2015-11-16T14:18:50</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2013-04-05</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:replaces rdfs:label="Vervangt">BY3565</dcterms:replaces>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Gerechtshof_Amsterdam" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Gerechtshof Amsterdam</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2012-11-09</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">23-154-11</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#hogerBeroep">Hoger beroep</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#strafrecht">Strafrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHAMS:2012:BY3565">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHAMS:2012:BY3565</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2013-04-05T11:08:46</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2012-11-20</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:GHAMS:2012:BY3565 Gerechtshof Amsterdam , 09-11-2012 / 23-154-11</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:GHAMS:2012:BY3565:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Profijtontneming. Incompleet ontnemingsdossier doordat redengevende verklaringen en andere bewijsmiddelen (tapgegevens) uit het strafdossier ontbreken. Toetsing en controle is aldus voor rechter niet mogelijk. Ondanks constatering ter zitting door verdediging en rechter laat OM na ontnemingsdossier te completeren. Vordering tot ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel dientengevolge afgewezen.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:GHAMS:2012:BY3565:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
    <parablock>
      <para>parketnummer: 23-000154-11 </para>
      <para>datum uitspraak: 9 november 2012 </para>
    </parablock>
    <para />
    <para>TEGENSPRAAK </para>
    <para />
    <para />
    <para>Arrest van het gerechtshof Amsterdam gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de rechtbank Haarlem van 31 december 2010 op de vordering van het openbaar ministerie ingevolge artikel 36e van het Wetboek van Strafrecht in de ontnemingszaak met nummer 15-635528-06 tegen de veroordeelde</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>[veroordeelde],</para>
      <para>geboren te [geboorteplaats] op [1984], </para>
      <para>adres: [adres], [woonplaats]-Noord.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para>Procesgang</para>
    <para />
    <para>Het openbaar ministerie heeft in eerste aanleg gevorderd dat aan de veroordeelde de verplichting zal worden opgelegd tot betaling van een geldbedrag aan de Staat ter ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel, geschat tot een bedrag van € 7.646,59.</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>De veroordeelde is bij strafvonnis van de rechtbank Haarlem van 9 mei 2007 - kort gezegd - veroordeeld ter zake van:</para>
      <para>feit 1: het medeplegen van de in de uitoefening van een beroep of bedrijf opzettelijk handelen in strijd met een in artikel 3 aanhef en onder B gegeven verbod, meermalen gepleegd;</para>
      <para>feit 2: het medeplegen van het opzettelijk handelen in strijd met een in artikel 3 aanhef en onder C gegeven verbod;</para>
      <para>feit 3: het deelnemen van een organisatie die tot oogmerk heeft het plegen van misdrijven;</para>
      <para>feit 4: het deelnemen aan een organisatie die tot oogmerk heeft het plegen van misdrijven zoals strafbaar gesteld in artikel 11, derde lid, van de Opiumwet. </para>
    </parablock>
    <para />
    <para>Het openbaar ministerie heeft hoger beroep ingesteld tegen dit vonnis.</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>De veroordeelde is bij arrest van het gerechtshof Amsterdam van 20 mei 2010 - kort gezegd - veroordeeld ter zake van:</para>
      <para>feit 1: het medeplegen van in de uitoefening van een beroep of bedrijf opzettelijk handelen in strijd met een in artikel 3, onder B, van de Opiumwet gegeven verbod, meermalen gepleegd;</para>
      <para>feit 2: het medeplegen van </para>
      <para>opzettelijk handelen in strijd met het in artikel 3, onder C, van de Opiumwet gegeven verbod</para>
      <para>en </para>
      <para>opzettelijk handelen in strijd met het in artikel 3, onder C, van de Opiumwet gegeven verbod;</para>
      <para>feit 3: het deelnemen van een organisatie die tot oogmerk heeft het plegen van misdrijven;</para>
      <para>feit 4: het deelnemen aan een organisatie die tot oogmerk heeft het plegen van een misdrijf als bedoeld  in artikel 11, derde lid, van de Opiumwet. </para>
    </parablock>
    <para />
    <para>De rechtbank Haarlem heeft bij beslissing van 31 december 2010 de vorderring ter ontneming van het wederrechtelijk verkregen voordeel afgewezen.</para>
    <para />
    <para>Het openbaar ministerie heeft hoger beroep ingesteld tegen dit vonnis.</para>
    <para />
    <para />
    <para>Onderzoek van de zaak</para>
    <para />
    <para>Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep van 26 oktober 2012, en, overeenkomstig het bepaalde bij artikel 422, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering, het onderzoek op de terechtzitting in eerste aanleg.</para>
    <para />
    <para>Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal, na vermindering bij requisitoir thans inhoudende dat aan de veroordeelde de verplichting zal worden opgelegd tot betaling van een geldbedrag aan de Staat ter ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel, geschat tot een bedrag van € 1.822,-, en van hetgeen door de veroordeelde en de raadsvrouw naar voren is gebracht.</para>
    <para />
    <para />
    <para>Vonnis waarvan beroep</para>
    <para />
    <para>Het hof verenigt zich met het vonnis waarvan beroep en zal dit derhalve bevestigen met dien verstande dat paragraaf 2.3 oordeel van de rechtbank vervalt en dat daarvoor in de plaats dient te worden gelezen:</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Uitgangspunt bij het toepassen van de ontnemingsmaatregel is, dat het te ontnemen voordeel daadwerkelijk en individueel moet zijn verkregen. Aannemelijk moet worden dat de veroordeelde feitelijk heeft gedeeld in de opbrengst van al dan niet door hemzelf (mede)gepleegde feiten. Of daarvan in het onderhavige geval sprake was, zal dienen te blijken uit de stukken in het dossier. In het bijzonder zijn dan van belang de relevante verklaringen (van (mede)veroordeelde(n) en getuigen) en andere redengevende bewijsmiddelen (tapgegevens) die zijn gebezigd ter onderbouwing van het te ontnemen bedrag. Deze stukken dienen zich in het ontnemingsdossier te bevinden teneinde de rechter tot controle en toetsing in staat te stellen. </para>
      <para>Het hof stelt vast dat bedoelde stukken, anders dan in samengevatte vorm, zich niet in het voorliggende ontnemingsdossier bevinden. De advocaat-generaal is ter terechtzitting op het ontbreken van die stukken geattendeerd, maar heeft hierin geen aanleiding gevonden het dossier in die zin te completeren. Gelet daarop ziet het hof geen andere mogelijkheid de vordering tot ontneming van het wederrechtelijk verkregen voordeel reeds hierom af te wijzen.   </para>
      <para>Aan een inhoudelijk oordeel over de ontnemingsvordering komt het hof derhalve om bovenvermelde reden niet toe.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para>BESLISSING</para>
    <para />
    <para>Het hof:</para>
    <para />
    <para>Bevestigt het vonnis waarvan beroep.</para>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para>Dit arrest is gewezen door de tweede meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam, waarin zitting hadden mr. N.A. Schimmel, mr. J.D.L. Nuis en mr. M.M.H.P. Houben, in tegenwoordigheid van mr. J. Mulder, griffier, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van dit gerechtshof van 9 november 2012.</para>
    <para />
    <para>Mr. Nuis is buiten staat dit arrest mede te ondertekenen.</para>
  </uitspraak>
</open-rechtspraak>