<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:GHAMS:2010:BO3222</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2025-03-22T19:16:19</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2013-04-05</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:replaces rdfs:label="Vervangt">BO3222</dcterms:replaces>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Gerechtshof_Amsterdam" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Gerechtshof Amsterdam</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2010-10-21</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">23-001092-10</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#hogerBeroep">Hoger beroep</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Amsterdam</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#strafrecht">Strafrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
          <rdf:li>NJFS 2011/16</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHAMS:2010:BO3222">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHAMS:2010:BO3222</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2013-04-05T07:10:59</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2010-11-08</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:GHAMS:2010:BO3222 Gerechtshof Amsterdam , 21-10-2010 / 23-001092-10</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:GHAMS:2010:BO3222:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Hoger beroep, ingesteld door advocaat. Ambtshalve onderzoek en beoordeling door zittingsrechter van ten tijde van instellen hoger beroep door de advocaat ten overstaan van griffier gepretendeerde volmacht daartoe.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:GHAMS:2010:BO3222:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
    <parablock>
      <para>parketnummer:		23-001092-10 </para>
      <para>datum uitspraak: 	21 oktober 2010 </para>
    </parablock>
    <para />
    <para>VERSTEK </para>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para>ARREST VAN HET GERECHTSHOF AMSTERDAM</para>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para>gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Amsterdam van 16 februari 2010 in de gevoegde strafzaken onder de parketnummers 13-857713-09 en 13-857972-09 (zaak A, B) tegen</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>[verdachte],</para>
      <para>geboren te [geboorteplaats] op [datum], </para>
      <para>thans zonder bekende woon- of verblijfplaats hier te lande.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para>Onderzoek van de zaak</para>
    <para />
    <para>Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting in hoger beroep van 21 oktober 2010.</para>
    <para />
    <para>Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal, welke strekt tot de nietigverklaring van de dagvaarding in hoger beroep.</para>
    <para />
    <para />
    <para>Ontvankelijkheid van het ingestelde hoger beroep</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Ter terechtzitting in hoger beroep is de verdachte niet verschenen. </para>
      <para>Wel is ter terechtzitting een advocaat verschenen, die heeft verklaard dat hij door de verdachte niet uitdrukkelijk is gemachtigd de verdediging te voeren. In het bestek van de bespreking van de geldigheid van de betekening van de dagvaarding in hoger beroep heeft de advocaat verklaard, onder meer, dat door hem weliswaar het rechtsmiddel van hoger beroep is aangewend, doch dat zijn ten tijde van dat aanwenden ten overstaan van de griffier van de rechtbank afgelegde verklaring, blijkens de daarvan opgemaakte akte inhoudend dat hij daartoe door de verdachte bepaaldelijk is gevolmachtigd, niet op waarheid berust. </para>
      <para>Die volmacht is door de verdachte niet gegeven, doch de raadsman heeft volgens zijn verklaring gemeend dat hij de belangen van zijn cliënt diende te behartigen door het instellen van hoger beroep tegen het door de politierechter bij verstek gewezen vonnis. De advocaat heeft voorts verklaard -zakelijk weergegeven- dat hij geen contact met zijn cliënt heeft gehad, dat hij niet weet of zijn cliënt bekend is met de inhoud van het vonnis waarvan beroep, en dat hij niet weet of een behandeling van de zaak in hoger beroep is terug te voeren op de verklaarde wens van zijn cliënt.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het hof overweegt, gelet op hetgeen hierboven is weergegeven, dat het ambtshalve zal hebben na te gaan of de verdachte in het namens hem ingestelde hoger beroep kan worden ontvangen. </para>
      <para>Vast is komen te staan dat het bestaan van de voor het rechtsgeldig aanwenden van het rechtsmiddel nodige volmacht door de advocaat ten overstaan van de griffier van de rechtbank slechts is voorgewend. Nu de verdachte niet ter terechtzitting in hoger beroep is verschenen en overigens aan het hof niet is gebleken van feiten of omstandigheden op grond waarvan moet worden aangenomen dat de verdachte de behandeling van de zaak in hoger beroep heeft gewild, kan de verdachte reeds op die grond niet worden ontvangen in het door de advocaat ingestelde hoger beroep.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para>Beslissing</para>
    <para />
    <para>Het hof:</para>
    <para />
    <para>Verklaart de verdachte niet-ontvankelijk in zijn hoger beroep.</para>
    <para />
    <para>Dit arrest is gewezen door de vijfde meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam, waarin zitting hadden mr. R. Veldhuisen, mr. N.F. van Manen en mr. P.J. Baauw, in tegenwoordigheid van mr. R. Cozijnsen, griffier, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van dit gerechtshof van 21 oktober 2010.</para>
    <para />
    <para />
    <para>Mr. P.J. Baauw en mr N.F. van Manen zijn buiten staat dit arrest mede te ondertekenen.</para>
  </uitspraak>
</open-rechtspraak>