<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:GHAMS:2010:BL9445</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2014-04-13T13:17:34</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2013-04-05</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:replaces rdfs:label="Vervangt">BL9445</dcterms:replaces>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Gerechtshof_Amsterdam" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Gerechtshof Amsterdam</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2010-03-09</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">200.042.985/01 en 200.042.989/01</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#hogerBeroep">Hoger beroep</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht_personenEnFamilierecht">Civiel recht; Personen- en familierecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHAMS:2010:BL9445">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHAMS:2010:BL9445</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2013-04-05T06:10:25</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2010-03-30</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:GHAMS:2010:BL9445 Gerechtshof Amsterdam , 09-03-2010 / 200.042.985/01 en 200.042.989/01</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:GHAMS:2010:BL9445:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>bewind en mentorschap</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:GHAMS:2010:BL9445:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
    <parablock>
      <para>GERECHTSHOF TE AMSTERDAM</para>
      <para>		  MEERVOUDIGE FAMILIEKAMER</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para>BESCHIKKING van 9 maart 2010 in de zaken met landelijk zaaknummers 200.042.985/01 en 200.042.989/01van:</para>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>[…],</para>
      <para>wonende te […], </para>
      <para>APPELLANT,</para>
      <para>advocaat: mr. W. den Harder te Alkmaar,</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para>tegen</para>
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>1. […],</para>
      <para>wonende te […],</para>
      <para>2. […],</para>
      <para>wonende te […],</para>
      <para>GEÏNTIMEERDEN.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para>1. Het geding in hoger beroep</para>
    <para />
    <para>1.1. Appellant wordt hierna [de man] genoemd. Geïntimeerde sub 1 en geïntimeerde sub 2 worden hierna respectievelijk […] en […] (gezamenlijk: geïntimeerden) genoemd.</para>
    <para />
    <para>1.2. [de man] is op 16 september 2009 in hoger beroep gekomen van de beschikking van 18 juni 2009 van de kantonrechter in de rechtbank te Haarlem, met kenmerken 419504 en 419506.</para>
    <para />
    <para>1.3. Op 8 december 2009 heeft het hof een brief van geïntimeerden ontvangen.</para>
    <para />
    <para>1.4. De zaken zijn op 21 januari 2010 ter zitting behandeld.</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>1.5. Ter zitting zijn verschenen:</para>
      <para>-    [de man], bijgestaan door zijn advocaat;</para>
      <para>-    mevrouw C. van der Poel, vertegenwoordiger van Zorg en Budget Beheer;</para>
      <para>-    mevrouw [X], partner van [de man].</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>Geïntimeerden en de advocaat-generaal bij dit gerechtshof zijn, hoewel behoorlijk opgeroepen, niet verschenen.</para>
    <para />
    <para />
    <para>2. De feiten</para>
    <para />
    <para>2.1. [de man] is geboren [in] 1930. Hij is gedurende 49 jaar in gemeenschap van goederen gehuwd geweest met mevrouw [Y], geboren [in] 1932. Geïntimeerden zijn de enige zoon en dochter van [de man], die uit voornoemd huwelijk zijn geboren.</para>
    <para />
    <para>2.2. Op 19 december 2003 is mevrouw [Y] overleden. In haar testament heeft zij [de man] tot haar enige erfgenaam benoemd.</para>
    <para />
    <para>2.3. Sinds medio 2006 heeft [de man] een relatie met mevrouw [X], geboren [in] 1926. [de man] is per 1 oktober 2008 met mevrouw [X] in haar huurwoning gaan wonen en zij hebben in juni 2009 een samenlevingscontract gesloten. De voormalig echtelijke woning heeft [de man] op 20 februari 2009 verkocht en geleverd aan een derde.</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>2.4. Bij de stukken bevinden zich:</para>
      <para>-    een conclusie na intake en bespreking van Stichting Geriant van 14 januari 2009;</para>
      <para>-    een verslag en conclusie van het neuropsychologisch onderzoek uitgevoerd door DOC-team Noord-Kennemerland op </para>
      <para>     25 mei 2009.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para>3. Het geschil in hoger beroep</para>
    <para />
    <para>3.1. Bij de bestreden beschikking is, op verzoek van geïntimeerden, bewind ingesteld over alle goederen die (zullen) toebehoren aan [de man] en is tevens mentorschap ten behoeve van [de man] ingesteld. Mevrouw C. van der Poel van Zorg en Budget beheer is tot bewindvoerder en [geïntimeerde sub 1] tot mentor benoemd.</para>
    <para />
    <para>3.2. [de man] verzoekt de bestreden beschikking te vernietigen en het inleidend verzoek van geïntimeerden alsnog af te wijzen.</para>
    <para />
    <para />
    <para>4. Beoordeling van het hoger beroep</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>4.1. Aan de orde is de vraag of de gronden voor onderbewindstelling en mentorschap aanwezig zijn.</para>
      <para>[de man] stelt – kort samengevat – dat deze vraag ontkennend dient te worden beantwoord, omdat hij voldoende in staat is zijn vermogensrechtelijke en niet-vermogensrechtelijke belangen zelf behoorlijk waar te nemen. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>4.2. Het hof overweegt als volgt. Uit de conclusie van het neuropsychologisch onderzoek volgt dat er bij [de man] sprake is van een licht vertraagde informatieverwerking, mogelijke werkgeheugenproblemen en een licht verhoogde interferentiegevoeligheid, doch dat er geen aanwijzingen zijn voor een dementieel beeld. Gesteld noch gebleken is voorts dat [de man] voorafgaand aan de onderbewindstelling schulden heeft gemaakt, dan wel zijn vermogensrechtelijke belangen anderszins onbehoorlijk heeft waargenomen. Gelet hierop heeft het hof de overtuiging gekregen dat [de man] geen belemmeringen met betrekking tot zijn geestestoestand ondervindt, die grond opleveren voor onderbewindstelling. De enkele omstandigheid dat [de man] zo nu en dan vergeetachtig is, kan niet tot een ander oordeel leiden. Het hof zal de bestreden beschikking derhalve op dit punt vernietigen.</para>
      <para>Ten aanzien van het mentorschap overweegt het hof dat [de man] sinds 2006 een affectieve relatie heeft met mevrouw [X], dat zij inmiddels ruim twee jaar samenwonen en dat zij een samenlevingscontract hebben gesloten. Blijkens de stukken in het dossier en het verhandelde ter zitting ondersteunt mevrouw [X] [de man] bij zijn dagelijkse activiteiten en behartigt zij zijn overige niet-vermogensrechtelijke belangen naar tevredenheid. Ter zitting heeft [de man] verklaard dat hij kort geleden ernstig ziek is geweest en dat mevrouw [X] in staat en bereid was hem de benodigde intensieve zorg te bieden. Gezien het vorenstaande komt het hof tot de conclusie dat [de man], met behulp van mevrouw [X], voldoende in staat moet worden geacht zijn niet-vermogensrechtelijke belangen zelf behoorlijk waar te nemen, zodat geen noodzaak bestaat tot het instellen van mentorschap. De bestreden beschikking kan ook op dit punt niet in stand blijven.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>4.3. Dit leidt tot de volgende beslissing. </para>
    <para />
    <para />
    <para>5. Beslissing</para>
    <para />
    <para>Het hof:</para>
    <para />
    <para>In de zaken met landelijk zaaknummers 200.042.985/01 en 200.042.989/01</para>
    <para> </para>
    <para>vernietigt de beschikking waarvan beroep en, opnieuw rechtdoende;</para>
    <para />
    <para>wijst het inleidend verzoek alsnog af.</para>
    <para />
    <para />
    <para>Deze beschikking is gegeven door mrs. H.L.L. Neervoort-Briët, G.J. Driessen-Poortvliet en W.K. van Duren in tegenwoordigheid van mr. R.M. van Diepen als griffier, en in het openbaar uitgesproken op 9 maart 2010.</para>
  </uitspraak>
</open-rechtspraak>