<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:GHAMS:2007:BC1167</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2025-03-21T17:02:51</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2013-04-05</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:replaces rdfs:label="Vervangt">BC1167</dcterms:replaces>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Gerechtshof_Amsterdam" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Gerechtshof Amsterdam</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2007-08-16</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">1656/05</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#hogerBeroep">Hoger beroep</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht">Civiel recht</dcterms:subject>
      <dcterms:relation rdfs:label="Formele relatie" ecli:resourceIdentifier="ECLI:NL:RBALK:2005:AS8326" psi:type="http://psi.rechtspraak.nl/hogerBeroep" psi:aanleg="http://psi.rechtspraak.nl/eerdereAanleg">Eerste aanleg: ECLI:NL:RBALK:2005:AS8326</dcterms:relation>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
          <rdf:li>NJF 2008, 1</rdf:li>
          <rdf:li>RAV 2008, 37</rdf:li>
          <rdf:li>RCR 2008, 16</rdf:li>
          <rdf:li>BR 2008/59 met annotatie van D. van Tilborg, E.W.J. de Groot</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHAMS:2007:BC1167">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHAMS:2007:BC1167</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2019-06-19T08:49:52</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2019-06-19</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:GHAMS:2007:BC1167 Gerechtshof Amsterdam , 16-08-2007 / 1656/05</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:GHAMS:2007:BC1167:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Nakoming koopovereenkomst</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:GHAMS:2007:BC1167:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <para>rolnurnmer 1656/05</para>
    <para>16 augustus 2007</para>
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">GERECHTSHOF TE AMSTERDAM</emphasis>
      </para>
      <para>ZEVENDE MEERVOUDIGE BURGERLIJKE KAMER ARREST</para>
      <para>in de zaak van:</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        [appellant] , </para>
      <para>wonend te [woonplaats] ,</para>
      <para>APPELLANT,</para>
      <para>procureur: <emphasis role="underline">mr. J.M. Bak<emphasis role="underline">x</emphasis>-van den Anker</emphasis>,</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>t e g e n</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        [geïntimeerde] ,</para>
      <para>wonend te Frankrijk, </para>
      <para>GEÏNTIMEERDE,</para>
      <para>procureur: <emphasis role="underline">mr. N.A. Luijten</emphasis>.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>Het geding in hoger beroep</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De partijen worden hierna (ook) [appellant] en [geïntimeerde] genoemd.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Bij dagvaarding van 17 mei 2005 is [appellant] in hoger beroep gekomen van het vonnis van de rechtbank te Alkmaar van 2 maart 2005, in deze zaak onder zaak-/rolnurnmer 73794/HA ZA 04-580 gewezen tussen hem als eiser en [geïntimeerde] als gedaagde.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Bij memorie van grieven heeft [appellant] drie grieven tegen het bestreden vonnis aangevoerd, bewijs aangeboden en geconcludeerd zoals in die memorie weergegeven.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para />
    </parablock>
    <parablock>
      <para>Bij memorie van antwoord heeft [geïntimeerde] de grieven bestreden, een productie in het geding gebracht, bewijs aangeboden en geconcludeerd als in die memorie weergegeven.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Partijen hebben de zaak op 9 maart 2007 doen bepleiten, [appellant] door mr. J.Th. van Oostrum, advocaat te Alkmaar, [geïntimeerde] door mr. L. Bijl, advocaat te Hoorn, beiden aan de hand van pleitnotities.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Ten  slotte  is  arrest  gevraagd  op  de  stukken  van  beide</para>
    </parablock>
    <parablock>
      <para />
    </parablock>
    <parablock>
      <para>instanties, waarvan de inhoud als hier ingevoegd wordt beschouwd.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>2</nr>Grieven</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Voor de inhoud van de grieven verwijst het hof naar de desbetreffende memorie.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>3</nr>Feiten</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank heeft in het bestreden vonnis onder 2.a tot en met h een aantal feiten als in deze zaak vaststaand aangemerkt.</para>
      <para>Daaromtrent bestaat geen geschil zodat ook het hof van die feiten zal uitgaan.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>4</nr>Beoordeling</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>4.1</nr>
      <para>Het gaat in deze zaak, kort samengevat, om de volgende tussen partijen enerzijds gestelde en anderzijds niet dan wel onvoldoende weersproken en dus vaststaande feiten en omstandigheden.</para>
      <para />
      <paragroup>
        <nr>4.1.1</nr>
        <parablock>
          <para>
            [appellant] en [geïntimeerde] hebben op 27 juni 2002 een koopovereenkomst gesloten met betrekking tot een perceel met opstallen gelegen aan de [straat] 8 te [plaats] (hierna: het perceel). De koopsom bedroeg€ 250.000,- kosten koper. [geïntimeerde]</para>
        </parablock>
        <parablock>
          <para>bleef eigenaar van een aangrenzend perceel met woonhuis aan de [straat] 9 (in de koopakte aangeduid met "het onverkochte deel van gemeld perceel [1] ", hierna: het woonhuis).</para>
          <para>In de koopakte is onder meer het volgende beding opgenomen: <emphasis role="italic">"Tenslotte zal in </emphasis>de <emphasis role="italic">akte tot levering  het  navolgende  beding  </emphasis>worden  <emphasis role="italic">opgenomen.</emphasis></para>
          <para>
            <emphasis role="italic">Verkoper,	</emphasis>en		<emphasis role="italic">zijn		zoon,	</emphasis>[zoon]			en	<emphasis role="italic">zijn schoondochter, [schoondochter] </emphasis> dan <emphasis role="italic">wel hun rechtverkrijgende			in			</emphasis>de		<emphasis role="italic">eigendom		van	respectievelijk		het onverkochte deel van gemeld perceel [1] en  het  perceel,  plaatselijk  bekend  [postcode] [plaats] ,		gemeente  [gemeente] ,		[straat] (ongenummerd/achter 6 </emphasis>en		<emphasis role="italic">7),			kadastraal		bekend	gemeente </emphasis>[gemeente] <emphasis role="italic">  [kadastrale aanduiding]  </emphasis>   <emphasis role="italic">  verbinden  zich  </emphasis>om  <emphasis role="italic">direct  of  indirect  geen  zienswijzen,		bedenkingen,	bezwaren/beroepen in		te	dienen/te maken	tegen	</emphasis>de	door		<emphasis role="italic">koper				of		diens    rechtverkrijgenden   in    </emphasis>de <emphasis role="italic">eigendom     van     het     verkochte     voorgenomen     plannen     en bouwaanvra (a)g(en) ten aanzien van </emphasis>de   <emphasis role="italic">realisatie  van bedrijfsgebouwen op het verkochte of tegen wenselijk geachte wijzigingen  daarvan  </emphasis>- <emphasis role="italic">voor  zover  deze  betrekking (zullen) hebben </emphasis>dan   <emphasis role="italic">wel     van    invloed    (zullen/kunnen)   zijn   op  de  ontwikkeling   </emphasis>en<emphasis role="italic"> uitvoering	van	</emphasis>de	<emphasis role="italic">plannen	</emphasis>en	<emphasis role="italic">zullen	nimmer	enige</emphasis></para>
        </parablock>
        <parablock>
          <para>
            <emphasis role="italic">planschadevergoedingen </emphasis>en	<emphasis role="italic">nadeelcompensatie</emphasis><emphasis role="italic"> en	enige </emphasis>andere</para>
        </parablock>
        <parablock>
          <para>
            <emphasis role="italic">vergoeding	in	samenhang</emphasis>
            <emphasis role="italic"> met	de	</emphasis>door<emphasis role="italic"> koper	of </emphasis><emphasis role="italic">diens</emphasis></para>
        </parablock>
        <parablock>
          <para>
            <emphasis role="italic">rechtverkrijgenden	in	</emphasis>de	<emphasis role="italic">eigendom	van	het	verkochte	eventueel beoogde bestemmingswijziging indienen.</emphasis></para>
          <para>
            <emphasis role="italic">Dit  beding	( ...		) alsmede	dit	ketting-	en boetebeding	zullen   bij elke		eigendomsoverdracht		of	vestiging		van   </emphasis>een	<emphasis role="italic">zakelijk		en/of persoonlijk genotsrecht van het onverkochte deel  van gemeld perceel  [1]	</emphasis>en	<emphasis role="italic">het		perceel,		plaatselijk		bekend			[postcode] [plaats] ,		gemeente [gemeente] ,	[straat]	(ongenummerd/achter		6		en	7), kadastraal bekend gemeente [gemeente] [kadastrale aanduiding] , aan  </emphasis>de		<emphasis role="italic">nieuwe  verkrijger			</emphasis>casu	<emphasis role="italic">quo  gebruiker		in		eigendom en/of zakelijk   en/of	persoonlijk  genotsrecht  moeten  worden opgelegd,  ten behoeve van </emphasis>de <emphasis role="italic">eigenaar van het verkochte moeten worden bedongen </emphasis>en <emphasis role="italic">aangenomen </emphasis>en <emphasis role="italic">in elke verdere akte van eigendomsoverdracht en/of vestiging van een zakelijk en/of persoonlijk genotsrecht woordelijk worden overgenomen, zulks op verbeurte door de overtredende of toerekenbaar tekortkomende partij, die verzuimt op te leggen, te bedingen, aan te </emphasis>nemen <emphasis role="italic">of doen aannemen, van een zonder ingebrekestelling en/of rechterlijke tussenkomst direct opeisbare boete, welke niet voor matiging vatbaar  is, van  eenhonderdduizend </emphasis>euro <emphasis role="italic">(€ 100.000,00), ten behoeve van </emphasis>de <emphasis role="italic">wederpartij, </emphasis>een en <emphasis role="italic">ander onverminderd   de  verplichting   van </emphasis>de  <emphasis role="italic">overtredende   of  toerekenbaar</emphasis></para>
        </parablock>
        <parablock>
          <para>
            <emphasis role="italic">tekortkomende partij tot vergoeding aan de wederpartij van kosten, schade en interessen.</emphasis>
          </para>
          <para>
            <emphasis role="italic">( . </emphasis>. . <emphasis role="italic">)</emphasis></para>
          <para>(hierna: het beding)</para>
          <para>In de op 2 september 2002 verleden akte tot levering van het perceel is het beding eveneens opgenomen, onder de kop "bezwaarbepaling, ketting- en boetebeding".</para>
        </parablock>
        <para />
      </paragroup>
      <paragroup>
        <nr>4.1.2</nr>
        <parablock>
          <para>Op 2 februari 2004 heeft [geïntimeerde] met [X] en</para>
          <para>
            [Y] (hierna: [X] c.s.) een koopovereenkomst gesloten met betrekking tot het woonhuis. De koopsom   bedroeg</para>
          <para>€ 190.000,- kosten koper. Noch in deze koopovereenkomst, noch  in de leveringsakte van 5 maart 2004 waarbij het woonhuis aan [X] c.s. is geleverd, is het beding opgenomen.</para>
        </parablock>
        <para />
      </paragroup>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.2</nr>
      <para>
        [appellant] heeft in eerste aanleg, na wijziging van zijn eis, gevorderd [geïntimeerde] te veroordelen tot betaling van de contractuele boete van € 100.000,-, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf de dag van de dagvaarding tot de dag van de algehele voldoening, alsmede tot betaling van aanvullende schadevergoeding, op te maken bij staat en tot betaling van de proceskosten. De rechtbank heeft de vordering afgewezen.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.3</nr>
      <parablock>
        <para>
          [appellant] heeft aan zijn vordering ten grondslag gelegd dat [geïntimeerde] is tekortgeschoten in de nakoming van de onder 4.1. 1 genoemde koopovereenkomst, omdat [geïntimeerde] het beding niet heeft opgenomen in de met [X] c.s. gesloten koopovereenkomst van 2 februari 2004 en in de leveringsakte van 5 maart 2004. Volgens [appellant] is [geïntimeerde] hierdoor de contractuele boete verschuldigd en dient [geïntimeerde] daarnaast de schade die hij, [appellant] , heeft geleden te vergoeden.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.4</nr>
      <parablock>
        <para>
          [geïntimeerde] heeft als meest verstrekkende verweer tegen de vordering aangevoerd dat het beding in strijd is met de goede zeden en/of openbare orde en dus nietig. De rechtbank heeft dit standpunt gevolgd. Zij heeft geoordeeld dat het beding een inbreuk vormt op zó fundamentele beginselen van de Nederlandse rechtsorde dat het nietig moet worden geacht. Tegen dit oordeel van de rechtbank richt zich grief I.</para>
        <para>Ten aanzien van deze grief wordt het volgende overwogen.</para>
      </parablock>
      <para />
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.5</nr>
      <para>Krachtens artikel 3:40, eerste lid, BW is een rechtshandeling die door inhoud of strekking in strijd is met de goede zeden of de openbare orde, nietig. Dit brengt mee dat een overeenkomst respectievelijk een daarin opgenomen beding nietig is indien de overeenkomst dan wel dat beding verplicht tot een prestatie die in strijd komt met de goede zeden of openbare orde. Derhalve dient te worden beoordeeld of het voorliggende beding verplicht tot een dergelijke prestatie.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.6</nr>
      <parablock>
        <para>Het beding voorziet er niet alleen in om in de relatie tussen de partijen bij de onder 4.1.1 genoemde koopovereenkomst, [appellant] en [geïntimeerde] , vast te leggen dat [geïntimeerde] op geen enkele wijze (waaronder in rechte) kan opkomen tegen de - in het beding bedoelde - bouw- en ontwikkelingsplannen van [appellant] met betrekking tot het perceel, maar schrijft tevens voor dat [geïntimeerde] deze beperking bij wijze van kettingbeding moet doorgeven aan al zijn rechtsopvolgers (en het door dezen moet laten doorgeven aan hun rechtsopvolgers) als eigenaar van het woonhuis en het aangrenzende ongenummerde perceel, zodat (ook) derden deze het woonhuis en het ongenummerde perceel achter [straat] 6 en 7 te [plaats] niet zullen kunnen verkrijgen zonder bij voorbaat afstand te doen van de in het beding genoemde rechten. Daarmee strekt het beding ertoe om derden de toegang tot rechtsbescherming op grond van - in het bijzonder - de hoofdstukken 6, 7 en 8 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb), alsmede iedere verdere rechtsbescherming, te ontzeggen met betrekking tot de bouw- en ontwikkelingsplannen van [appellant] en diens rechtsopvolgers als eigenaar van het perceel. Dit moet om de volgende redenen ontoelaatbaar worden geacht.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.7</nr>
      <parablock>
        <para>In artikel 17 van de Grondwet is bepaald dat niemand tegen zijn wil kan worden afgehouden van de rechter die de wet hem toekent. Op grond van artikel 6 van het Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden (EVRM) en artikel 14 van het Internationaal Verdrag inzake burgerrechten en politieke rechten (BUPO) heeft een ieder bovendien recht op een eerlijke en openbare behandeling van zijn zaak door een onafhankelijk en onpartijdig gerecht dat bij de wet is ingesteld. Het betreft hier fundamentele rechtsbeginselen die ertoe strekken de rechtsbescherming van </para>
      </parablock>
      <parablock>
        <para>burgers te waarborgen, en die niet ongelimiteerd aan willekeurige opvolgende verkrijgers van het woonhuis kunnen worden ontzegd op de wijze voorzien in het beding. Bepalend hierbij is dat de beperking van de toegang tot rechtsbescherming, die praktisch neerkomt op een ontzegging daarvan, in het beding volstrekt algemeen en onbepaald is geformuleerd, zowel gemeten naar degenen die het beding bedoelt te raken (alle opvolgende verkrijgers van het woonhuis) als gemeten naar de aan dezen ontzegde (mogelijke) handelingen teneinde hun rechten te waarborgen, waardoor het beding zeer verstrekkend en met de zojuist bedoelde rechtsbeginselen onverenigbaar is. Dit alles klemt te meer, nu daarenboven de bouw- en ontwikkelingsplannen van [appellant] in het beding slechts vagelijk zijn omschreven en het beding bovendien bepaalt dat in die plannen nog "wenselijk geachte wijzigingen", die niet nader zijn omschreven, kunnen worden aangebracht, waardoor de reikwijdte van de beperkingen door het beding en daarmee de consequenties van het prijsgeven van rechtsbescherming op voorhand moeilijk te overzien zijn en nog worden vergroot.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.8</nr>
      <parablock>
        <para>Dat het beding niet zal leiden tot niet- ontvankelijkverklaring  in  een  bestuursrechtelijke procedure</para>
        <para>- zoals [appellant] heeft aangevoerd - en in die zin de toegang tot de rechter niet absoluut onmogelijk maakt, maakt het bovenstaande niet anders. Mede gelet op het bedrag van de contractuele boete, dat zowel op zichzelf beschouwd als in verhouding tot de koopprijs zeer hoog moet worden geacht, en de verplichting tot (verdere) schadevergoeding wordt de toegang tot rechtsbescherming aan opvolgende verkrijgers van het woonhuis praktisch gezien ontnomen.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.9 </nr>
      <para>De conclusie moet dan ook zijn dat het beding verplicht tot een prestatie die onverenigbaar is met in de Nederlandse rechtsorde verankerde fundamentele rechtsbeginselen en die daardoor in strijd is met de openbare orde, zodat het beding nietig is. De grief is dus tevergeefs voorgesteld.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.10 </nr>
      <parablock>
        <para> Grief II strekt ten betoge dat de rechtbank ten onrechte heeft geoordeeld dat [geïntimeerde] niet gehouden was om het beding in de koopovereenkomst met [X]  c.s. en de   bijbehorende</para>
      </parablock>
      <parablock>
        <para>leveringsakte op te nemen. Gelet op het hiervoor overwogene faalt ook deze grief.</para>
        <para>Grief III heeft geen zelfstandige betekenis en behoeft derhalve geen bespreking.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.11 </nr>
      <para>Het bewijsaanbod van [appellant] dient als niet terzake dienende te worden gepasseerd, nu geen feiten zijn gesteld die, indien bewezen, tot andere oordelen aanleiding geven.</para>
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>5</nr>Slotsom</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het vooroverwogene brengt mee dat de grieven niet tot vernietiging van het bestreden vonnis kunnen leiden. Nu niet blijkt van grond voor vernietiging van dat vonnis, moet het worden bekrachtigd. [appellant] dient als in het ongelijk gestelde partij in de kosten van de procedure in hoger beroep te worden veroordeeld.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>6</nr>Beslissing Het hof:</title>
    <para />
    <para>bekrachtigt het bestreden vonnis;</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>veroordeelt [appellant] in de kosten van het hoger beroep en begroot die kosten, voor zover tot heden aan de zijde van [geïntimeerde] gevallen op €      8.187,-,  waarvan  €   291,-  voor verschotten en</para>
      <para>€ 7.896,- voor procureurssalaris;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>verklaart deze kostenveroordeling uitvoerbaar bij voorraad.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Dit arrest is gewezen door mrs. L.C. Heuveling van Beek, W.H.F.M. Cortenraad en H.H. Kersten en in het openbaar uitgesproken op 16 augustus 2007 door de rolraadsheer.</para>
      <para />
    </parablock>
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>