<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:GHAMS:2006:BP6301</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2015-11-10T18:47:30</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2013-04-05</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:replaces rdfs:label="Vervangt">BP6301</dcterms:replaces>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Gerechtshof_Amsterdam" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Gerechtshof Amsterdam</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2006-01-26</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">1295/02</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#hogerBeroep">Hoger beroep</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht">Civiel recht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHAMS:2006:BP6301">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHAMS:2006:BP6301</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2013-04-05T07:45:49</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2011-03-02</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:GHAMS:2006:BP6301 Gerechtshof Amsterdam , 26-01-2006 / 1295/02</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:GHAMS:2006:BP6301:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <parablock>
        <para>Vervolg HR 13-04-2001 (LJN AB1065) en tussenarrest 26-02-2004 (LJN BP6300).</para>
        <para>Eindarrest: Aanrijding op provinciale weg. Overstekende eend. Voldoende afstand houden. Plotseling onnodig krachtig remmen?</para>
      </parablock>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:GHAMS:2006:BP6301:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
    <parablock>
      <para>GERECHTSHOF TE AMSTERDAM</para>
      <para>ACHTSTE MEERVOUDIGE BURGERLIJKE KAMER</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>ARREST</para>
    <para />
    <para>in de zaak van</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>[ APPELLANT ], </para>
      <para>wonend te [ S ],</para>
      <para>APPELLANT,</para>
      <para>procureur: mr. I.M.C.A. Reinders Folmer,</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para>t e g e n</para>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>de naamloze vennootschap N.V. [ APPELLANT ]SCHAPPIJ VAN ASSURANTIE, DISCONTERING EN BELEENING DER STAD ROTTERDAM ANNO 1720, </para>
      <para>gevestigd te Rotterdam,</para>
      <para>GEÏNTIMEERDE,</para>
      <para>procureur: mr. L.P. Broekveldt.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para>1. Het geding in hoger beroep</para>
    <para />
    <para>De partijen worden hierna weer [ Appellant ] en Stad Rotterdam genoemd.</para>
    <para />
    <para>Op 26 februari 2004 heeft het hof in deze zaak een tussenarrest uitgesproken, waarnaar het verwijst voor het verloop van het geding in hoger beroep tot die dag.</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Ingevolge het tussenarrest is op 29 juni 2004 een getuige gehoord.</para>
      <para>Beide partijen hebben vervolgens een memorie na enquête genomen, eerst Stad Rotterdam.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>Daarna hebben partijen opnieuw recht gevraagd op de stukken.</para>
    <para />
    <para />
    <para>2. Beoordeling</para>
    <para />
    <para>2.1 Bij het tussenarrest is Stad Rotterdam toegelaten te bewijzen dat [ Appellant ] kort voor de botsing zeer plotseling en onnodig krachtig heeft geremd.</para>
    <para />
    <para>2.2 Teneinde het van haar verlangde bewijs te leveren heeft Stad Rotterdam haar verzekerde [ R ], de bestuurder van de bij de botsing betrokken Mazda, als getuige doen horen. [ Appellant ] heeft geen getuigen voorgebracht.</para>
    <para />
    <para>2.3 Het bewijs is niet geleverd. [ R ] heeft erkend dat het mogelijk is dat [ Appellant ] met de door hem bestuurde Opel zijn snelheid tot 50 km/u heeft verminderd, voordat [ Appellant ] zijn auto voor de overstekende eend tot stilstand bracht. Uit de verklaring van [ R ] volgt tevens dat hij een beoordelingsfout heeft gemaakt. [ R ] dacht dat [ Appellant ] zijn snelheid verminderde vanwege verkeer van een zijweg en veronderstelde dat [ Appellant ] zou optrekken omdat er van die zijweg geen verkeer kwam; toen [ R ] merkte dat [ Appellant ] niet optrok maar stopte, was het te laat: [ R ] is toen met zijn auto ondanks krachtig remmen tegen de auto van [ Appellant ] opgebotst.</para>
    <para />
    <para>2.4 De grieven van [ Appellant ] slagen derhalve. Zijn vordering moet worden toegewezen, met verwijzing van Stad Rotterdam in de kosten van de eerste aanleg en het hoger beroep.</para>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para>3. Beslissing</para>
    <para />
    <para>Het hof:</para>
    <para />
    <para>vernietigt het vonnis waarvan beroep;</para>
    <para />
    <para>veroordeelt Stad Rotterdam aan [ Appellant ] te vergoeden de schade, nader op te maken bij staat en te vereffenen volgens de wet, die deze heeft geleden en nog zal lijden tengevolge van de aanrijding op 7 januari 1994, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 7 januari 1994 tot de dag van voldoening;</para>
    <para />
    <para>verwijst Stad Rotterdam in de proceskosten van de eerste aanleg en het hoger beroep en begroot die kosten voorzover tot heden aan de kant van [ Appellant ] gevallen, op € 975,23 voor de eerste aanleg en op € 2.901,24 voor het hoger beroep;</para>
    <para />
    <para>verklaart deze veroordelingen uitvoerbaar bij voorraad.</para>
    <para> </para>
    <para />
    <para>Dit arrest is gewezen door mrs. J.H. Huijzer, A. van Haeringen en D.J. Cohen Tervaert en in het openbaar uitgesproken op 26 januari 2006.</para>
  </uitspraak>
</open-rechtspraak>