<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:GHAMS:2006:AX0095</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2025-03-22T14:45:36</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2013-04-04</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:replaces rdfs:label="Vervangt">AX0095</dcterms:replaces>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Gerechtshof_Amsterdam" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Gerechtshof Amsterdam</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2006-02-09</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">1693/05</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#hogerBeroep">Hoger beroep</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht">Civiel recht</dcterms:subject>
      <dcterms:references rdfs:label="Wetsverwijzing" bwb:resourceIdentifier="jci1.31:c:BWBR0001827&amp;artikel=165&amp;g=2006-02-09">Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (geldt in geval van digitaal procederen) 165</dcterms:references>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
          <rdf:li>NJF 2006, 328</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHAMS:2006:AX0095">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHAMS:2006:AX0095</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2013-04-04T23:53:38</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2006-05-18</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:GHAMS:2006:AX0095 Gerechtshof Amsterdam , 09-02-2006 / 1693/05</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:GHAMS:2006:AX0095:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Echtgenote van enig statutair directeur en (indirect) enig aandeelhouder van BV is opgeroepen als getuige. Haar komt het verschoningsrecht toe.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:GHAMS:2006:AX0095:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
    <parablock>
      <para>GERECHTSHOF TE AMSTERDAM</para>
      <para>DERDE MEERVOUDIGE BURGERLIJKE KAMER</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>BESCHIKKING</para>
    <para />
    <para>in de zaak van:</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>[APPELLANTE],</para>
      <para>wonende te [A],</para>
      <para>APPELLANTE,</para>
      <para>procureur: mr. M. Dickhoff,</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>en</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>de commanditaire vennootschap</para>
      <para>[B],</para>
      <para>gevestigd te [C],</para>
      <para>BELANGHEBBENDE,</para>
      <para>procureur: mr. R.F. Beijne,</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>en</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid</para>
      <para>KNIPIDEE INTERNATIONAL B.V.,</para>
      <para>gevestigd te Weesp,</para>
      <para>BELANGHEBBENDE,</para>
      <para>niet verschenen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>1. Het geding in hoger beroep</para>
    <para />
    <para>Appellante en de belanghebbenden worden hierna mede aangeduid als respectievelijk [APPELLANTE], [B] en Knipidee.</para>
    <para />
    <para>1.1. [APPELLANTE] is bij beroepschrift met producties, ontvangen ter griffie van het hof op 1 november 2005, in hoger beroep gekomen van een beschikking van de rechtbank te Amsterdam, sector kanton, locatie Amsterdam (hierna: de kantonrechter) van 22 september 2005, gegeven onder kenmerk EA 05-1318 in het incident als bedoeld in art. 165 Rv in een procedure tussen [B] als verzoekster en Knipidee als verweerster, in welke zaak [APPELLANTE] als getuige is opgeroepen.</para>
    <para />
    <para>1.2. In haar beroepschrift heeft [APPELLANTE] vier grieven tegen de bestreden beschikking opgeworpen met het verzoek de beschikking waarvan beroep te vernietigen en vast te stellen dat in voornoemde procedure tussen [B] en Knipidee aan haar, [APPELLANTE], het verschoningsrecht ingevolge art. 165 tweede lid aanhef en onder a Rv toekomt. </para>
    <para />
    <para>1.3. Bij brieven van 24 november 2005 van de griffier van dit hof zijn [B] en Knipidee als belanghebbenden opgeroepen.</para>
    <para />
    <para>1.4. [B] heeft zich in een akte tot referte, ter griffie van dit hof ontvangen op 29 november 2005, gerefereerd aan het oordeel van het hof.</para>
    <para />
    <para>1.5. Bij brief, ter griffie ingekomen op 30 november 2005, heeft mr. P.A. Caljé, advocaat te Hoofddorp, namens zowel [APPELLANTE] als Knipidee laten weten af te zien van een mondelinge behandeling. </para>
    <para />
    <para>1.6. Vervolgens is de behandeling van de zaak gesloten en de uitspraak bepaald op heden. </para>
    <para />
    <para>2. De feiten</para>
    <para />
    <para>2.1. In het geding in hoger beroep staat op grond van de inhoud van de processtukken het volgende vast.</para>
    <para />
    <para>2.2.1. [B] heeft bij verzoekschrift van 7 maart 2005 een verzoek gedaan tot het houden van een voorlopig getuigenverhoor terzake van een geschil tussen [B] en Knipidee. De kantonrechter heeft het verzoek toegewezen en een voorlopig getuigenverhoor bevolen. In het kader van dat getuigenverhoor heeft [B] [APPELLANTE] opgeroepen als getuige. </para>
    <para />
    <para>2.2.2. [APPELLANTE] is de echtgenote van [X], die enig statutair directeur van Knipidee is. Enig aandeelhouder van Knipidee is de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid [XX].</para>
    <para />
    <para>2.2.3. [APPELLANTE] is als getuige opgeroepen te verschijnen ter zitting van 22 september 2005, alwaar zij is verschenen. Zij heeft zich beroepen op het verschoningsrecht ingevolge art. 165 lid 2 aanhef en onder a Rv en geen verklaring afgelegd. De kantonrechter heeft het beroep op het verschoningsrecht verworpen.</para>
    <para />
    <para>3. De beoordeling</para>
    <para />
    <para>3.1. In hoger beroep komt [APPELLANTE] op tegen het oordeel van de kantonrechter dat zij zich niet kan verschonen van haar verplichting om te getuigen in het geschil tussen [B] en Knipidee. De grieven, die zich voor gezamenlijke behandeling lenen, komen er in de kern op neer dat [X] vereenzelvigd moet worden met de procespartij Knipidee, althans in het geschil tussen Knipidee en [B] als materiële procespartij moet worden aangemerkt, en dat daarvan het gevolg is dat aan [APPELLANTE] het verschoningsrecht als genoemd in artikel 165 tweede lid aanhef en onder a Rv toekomt.</para>
    <para />
    <para>3.2. De grieven treffen doel. [X] is niet alleen (enig) statutair directeur van Knipidee, hij is, als (indirect) enig aandeelhouder van Knipidee, tevens materiële procespartij. Het hof is van oordeel dat aan zijn echtgenote, [APPELLANTE], het verschoningsrecht zoals bedoeld in art. 165 tweede lid aanhef en onder a Rv toekomt, omdat in dit geval de strekking van dat aan echtgenoten toekomende recht, te weten de besparing aan hen van een gewetensconflict, zwaarder moet wegen dan de algemene getuigplicht.</para>
    <para />
    <para>3.3. De beschikking van de kantonrechter kan op grond van het vorenoverwogene niet in stand blijven en zal worden vernietigd. De verzochte vaststelling dat aan [APPELLANTE] in het onderhavige voorlopig getuigenverhoor een verschoningsrecht toekomt, zal worden gegeven.</para>
    <para />
    <para>4. De beslissing</para>
    <para />
    <para>Het hof:</para>
    <para />
    <para>vernietigt de beschikking waarvan beroep en opnieuw rechtdoende:</para>
    <para />
    <para>bepaalt dat [APPELLANTE] zich kan verschonen om als getuige een verklaring af te leggen in het voorlopig getuigenverhoor in het geschil tussen [B] en Knipidee.</para>
    <para />
    <para>Deze beschikking is gegeven door mrs. A.C. Faber, G.J. Visser en J.C.W. Rang en in het openbaar uitgesproken op donderdag 9 februari 2006.</para>
  </uitspraak>
</open-rechtspraak>