<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:GHAMS:2005:66</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2026-05-28T12:34:11</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2026-05-27</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Gerechtshof_Amsterdam" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Gerechtshof Amsterdam</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2005-06-15</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">23-003975-04</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#hogerBeroep">Hoger beroep</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Amsterdam</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#strafrecht">Strafrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHAMS:2005:66">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHAMS:2005:66</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2026-05-28T12:28:57</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2026-05-28</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:GHAMS:2005:66 Gerechtshof Amsterdam , 15-06-2005 / 23-003975-04</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:GHAMS:2005:66:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Schipholmedewerker is vrijgesproken t.a.v. misdrijf (mede-)plegen opzettelijke invoer van cocaïne. Hof acht verklaringen medeverdachte niet bruikbaar voor bewijs van opzet. Bewezenverklaard: medeplegen invoer van cocaïne (overtreding). Avas-verweer verworpen. Strafoplegging: 6 weken hechtenis met aftrek voorarrest.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:GHAMS:2005:66:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <para>arrestnummer  </para>
  <para>rolnummer 23-003975-04</para>
  <para>datum uitspraak 15 juni 2005 </para>
  <para>tegenspraak </para>
  <parablock>
    <para>
      <emphasis role="bold">VERKORT ARREST VAN HET GERECHTSHOF TE AMSTERDAM</emphasis>
    </para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de rechtbank te Haarlem van 6 september 2004 in de strafzaak onder parketnummer 15-034049-04 van het openbaar ministerie tegen</para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>
      <emphasis role="bold">
        [verdachte]
      </emphasis>,</para>
    <para>geboren op [geboorteplaats] ( [geboorteplaats] ) op [geboortedatum] 1976,</para>
    <para>wonende te [adres] ,</para>
    <para>thans gedetineerd in de P.I. [P.I.] .</para>
  </parablock>
  <section>
    <title>Onderzoek van de zaak</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzittingen in eerste aanleg van 19 en 23 augustus 2004 en in hoger beroep van 28 februari, 23 maart, 4 april, 18 mei<emphasis role="bold">,</emphasis> 23 mei, 30 mei en 1 juni 2005. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het hof heeft kennis genomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen door de verdachte en de raadsman naar voren is gebracht.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Tenlastelegging</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Aan de verdachte is ten laste gelegd hetgeen vermeld staat in de inleidende dagvaarding, overeenkomstig de op de terechtzitting in eerste aanleg van 19 augustus 2004 op vordering van de officier van justitie en de op de terechtzitting in hoger beroep van 30 mei 2005 op vordering van de advocaat-generaal toegestane wijzigingen tenlastelegging. Van die dagvaarding en vorderingen wijziging tenlastelegging zijn kopieën in dit arrest gevoegd. De daarin vermelde tenlastelegging wordt hier overgenomen.   </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Voorzover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, leest het hof deze verbeterd.  De verdachte wordt daardoor niet in de verdediging geschaad.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Vonnis waarvan beroep</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het vonnis waarvan beroep  zal worden vernietigd.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Vrijspraak</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het hof heeft bij de beoordeling van het voorhanden bewijsmateriaal mede betrokken de vraag of en in hoeverre de verklaringen van de getuige/medeverdachte [naam] betrouwbaar zijn te achten. Te constateren valt dat deze verklaringen op meerdere onderdelen zeer wisselend zijn en – zoals [naam] zelf ter terechtzitting in hoger beroep heeft verklaard - deels ook leugenachtig. Onder deze omstandigheden acht het hof deze verklaringen niet bruikbaar voor het bewijs van het door de verdediging betwiste opzet.</para>
      <para>Het hof stelt tevens vast dat uit het overige bewijsmateriaal niet in voldoende mate is af te leiden dat de verdachte - al dan niet in voorwaardelijke vorm – opzet heeft gehad op de invoer van cocaïne in de hoedanigheid van medepleger dan wel pleger. </para>
      <para>Uit een en ander volgt dat vrijspraak van het primair tenlastegelegde dient te volgen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Bewezengeachte</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het hof acht wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het subsidiair tenlastegelegde heeft begaan, met dien verstande dat </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">hij op 13 maart 2004 te Schiphol, gemeente Haarlemmermeer, tezamen en in vereniging met anderen binnen het grondgebied van Nederland heeft gebracht, als bedoeld in artikel 1 lid 4 van de Opiumwet, een hoeveelheid van een materiaal bevattende cocaïne, zijnde cocaïne een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I.</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Hetgeen meer of anders is ten laste gelegd, is niet bewezen. De verdachte moet hiervan worden vrijgesproken.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Op grond van de gebezigde bewijsmiddelen, mede in hun onderlinge samenhang bezien, waaronder die met betrekking tot verdachte’s doen en laten en diens contacten, leidt het hof af dat de het subsidiair verweten feit bewezen kan worden geacht.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Strafbaarheid van het bewezengeachte</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het bewezengeachte uitsluit, zodat dit strafbaar is.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het bewezengeachte levert op:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">medeplegen van handelen in strijd met een in artikel 2, onder A, van de Opiumwet gegeven verbod.</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Strafbaarheid van de verdachte</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Met betrekking tot hetgeen subsidiair is tenlastegelegd heeft de raadsman beroep gedaan op afwezigheid van alle schuld, leidend tot ontslag van alle rechtsvervolging, daartoe zakelijk weergegeven het volgende aanvoerend. </para>
      <para>De verdachte wilde [naam] op diens verzoek een vriendendienst bewijzen. Deze vriendendienst bestond eruit dat hij in de vroege ochtend van 13 april 2004 naar Schiphol zou gaan om een viertal vrouwen, familieleden of kennissen van [naam] , die met een vlucht uit Venezuela kwamen op te vangen en in contact te brengen met [naam] , nu deze daar zelf geen gelegenheid voor had, omdat hij die ochtend moest werken in een winkel op Schiphol. De verdachte heeft aan dit verzoek voldaan, zonder zich te realiseren of hoeven te realiseren dat hij hierdoor betrokken zou worden bij enig strafbaar feit. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het hof overweegt terzake als volgt. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Uit verklaringen van de verdachte is het navolgende voldoende komen vast te staan. </para>
      <para>De verdachte die op Schiphol werkte en beschikte over een Schipholpas waarmee hij zich op ‘airside’ kon bewegen, is op 12 maart 2004, ’s avonds laat, benaderd door [naam] met bovengenoemd verzoek. Aan dit verzoek – dat meebracht dat hij op zijn vrije dag waarop hij pleegt uit te slapen, vroeg moest opstaan – heeft de verdachte voldaan zonder vragen te stellen, ook niet over mogelijke alternatieve oplossingen. </para>
      <para>De verdachte is op 13 maart 2004 vroeg opgestaan, is naar Schiphol gegaan en heeft daar voor privé-doeleinden gebruik gemaakt van zijn Schipholpas, waarvan hij wist dat dit tot intrekking van die pas kon leiden. Vervolgens heeft hij de betrokken vlucht uit Venezuela in de gaten gehouden en drie vrouwen aangetroffen die voldeden aan de omschrijving die hem was gegeven door [naam] . Op diens verzoek heeft hij in een bar op Schiphol koffie voor de vrouwen betaald. Hij heeft vervolgens waargenomen dat de inmiddels ter plaatse gekomen [naam] niet naar deze vrouwen toeging en hen evenmin groette, hetgeen de verdachte raar vond. Daarna heeft hij op verzoek van dezelfde [naam] , zonder aan hem reden of uitleg te vragen, een aantal See-Buy-Fly-tassen aan de vrouwen aangereikt of voor hen neergelegd.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Dit alles moet worden gezien tegen de achtergrond van het gegeven dat de verdachte - zeker gelet op zijn functie op Schiphol, die hij al geruime tijd uitoefende - geacht mag worden wetenschap te hebben van het feit dat op Schiphol nogal eens illegale activiteiten plaatsvinden, waaronder in het bijzonder invoer van cocaïne uit Zuid-Amerika. Van dat gegeven – dat overigens ook van algemene bekendheid is – behoorde hij althans op de hoogte te zijn geweest.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Bij boven vermelde feiten en omstandigheden - mede gelet op de achtergrond  waartegen ze moeten worden geplaatst - kan niet worden gezegd dat bij de verdachte strafrechtelijk relevante schuld aan het subsidiair bewezengeachte feit ontbreekt. Hetgeen ter betwisting van schuldige betrokkenheid bij dat feit is gesteld, is niet aannemelijk geworden. Daarom kan het beroep op afwezigheid van alle schuld niet slagen en wordt het daartoe strekkende verweer verworpen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Er is ook overigens geen omstandigheid aannemelijk geworden die strafbaarheid van de verdachte uitsluit, zodat de verdachte strafbaar is.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Oplegging van straffen</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank heeft de verdachte veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 40 maanden met aftrek van voorarrest.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Tegen voormeld vonnis is namens de verdachte en het openbaar ministerie hoger beroep ingesteld.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De advocaat-generaal heeft gevorderd dat de verdachte zal worden veroordeeld tot dezelfde straf als de rechter in eerste aanleg heeft opgelegd.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het hof heeft in hoger beroep de op te leggen straffen bepaald op grond van de ernst van het feit en de omstandigheden waaronder dit is begaan en gelet op de persoon van de verdachte.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het hof heeft daarbij in het bijzonder het volgende in beschouwing genomen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Op 13 maart 2004 is op Schiphol een aanzienlijke voor verdere verspreiding en handel geschikte hoeveelheid cocaïne ingevoerd. Cocaïne is een voor de gezondheid van gebruikers daarvan schadelijke stof en het gebruik ervan is bezwarend voor de samenleving onder andere vanwege de daarmee gepaard gaande misdrijven. Door te handelen als bewezenverklaard heeft verdachte bijgedragen aan deze invoer en deze gefaciliteerd. Het hof rekent het de verdachte aan dat hij zich uiterst naïef en passief heeft opgesteld in een situatie waarin ander optreden van hem gevergd had mogen worden.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het hof heeft bij de strafoplegging voorts acht geslagen op een de verdachte betreffend uittreksel uit het Justitieel Documentatieregister van 11 mei 2005, waaruit blijkt dat de verdachte niet eerder is veroordeeld.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het hof acht, alles afwegende, na te noemen straf passend en geboden.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Toepasselijke wettelijke voorschriften</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De op te leggen straffen zijn gegrond op artikel 47 van het Wetboek van Strafrecht en de artikelen 2 en 10 van de Opiumwet.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>Beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Verklaart niet wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het primair tenlastegelegde feit heeft begaan en spreekt verdachte daarvan vrij.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Verklaart wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het subsidiair tenlastegelegde heeft begaan zoals hierboven in de rubriek bewezengeachte omschreven.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Verklaart niet wettig en overtuigend bewezen hetgeen de verdachte meer of anders is ten laste gelegd en spreekt verdachte daarvan vrij.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Verklaart dat het bewezenverklaarde het hierboven vermelde strafbare feit oplevert.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Verklaart het bewezenverklaarde strafbaar en ook de verdachte daarvoor strafbaar.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Veroordeelt de verdachte tot hechtenis voor de duur van <emphasis role="bold">6 (ZES) WEKEN</emphasis>.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Beveelt dat de tijd, die door de veroordeelde vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in deze zaak in verzekering en in voorlopige hechtenis is doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde hechtenis in mindering wordt gebracht.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Gelast de teruggave aan de verdachte van: </para>
    </parablock>
    <para>1.00 STK Telefoontoestel, Panasonic mobiel, IMEI nr. [nummer] , kleur zilver.</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Gelast de teruggave aan de rechthebbende, zijnde de uitgevende instantie, van het inbeslaggenomen en nog niet teruggegeven voorwerp, te weten: </para>
    </parablock>
    <para>1.00 STK Pas, Schipholpas nr. [pasnummer] geldig tot [datum] 2004, kleur groen.</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Heft op het bevel tot voorlopige hechtenis ten aanzien van de verdachte en beveelt diens onmiddellijke invrijheidstelling.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Dit arrest is gewezen door de negende meervoudige strafkamer van het gerechtshof te Amsterdam, waarin zitting hadden mrs. Verheul, Dun en Van Breukelen-van Aarnhem, in tegenwoordigheid van mr. Laatsch, griffier, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van dit gerechtshof van 15 juni 2005.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Mr. Van Breukelen-van Aarnhem is buiten staat dit arrest mede te ondertekenen.</para>
    </parablock>
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>