<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:GHAMS:2000:2</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2015-11-10T14:52:45</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2014-10-23</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Gerechtshof_Amsterdam" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Gerechtshof Amsterdam</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2000-09-05</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">23-001323-99</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#hogerBeroep">Hoger beroep</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Amsterdam</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#strafrecht">Strafrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:references rdfs:label="Wetsverwijzing" bwb:resourceIdentifier="jci1.31:c:BWBR0001854&amp;artikel=289&amp;g=1998-07-27">Wetboek van Strafrecht 289</dcterms:references>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHAMS:2000:2">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHAMS:2000:2</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2014-10-23T07:43:35</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2014-10-23</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:GHAMS:2000:2 Gerechtshof Amsterdam , 05-09-2000 / 23-001323-99</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:GHAMS:2000:2:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>De verdachte heeft haar vijfjarige dochterje opzettelijk en met voorbedachte rade om he tleven gebracht.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:GHAMS:2000:2:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <para>Arrestnummer 1591/00</para>
  <para>rolnummer 23-001323-99</para>
  <para>datum uitspraak 5 september 2000</para>
  <para>tegenspraak</para>
  <section>
    <title>Verkort arrest van het Gerechtshof te Amsterdam</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>gewezen op liet hoger beroep ingesteld tegen het vonnis van de arrondissementsrechtbank te</para>
      <para>Utrecht van 18 mei 1999 in de strafzaak onder parketnummer 16/110685-98 tegen</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">De verdachte,</emphasis>
      </para>
      <para>geboren te A op B,</para>
      <para>zonder vaste woon- of verblijfplaats hier te lande,</para>
      <para>thans gedetineerd Pl Toorenburg, unit Amerswiel, Heerhugowaard.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Het onderzoek van de zaak</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting in eerste aanleg van 4 mei 1999 en in hoger beroep van 21 december 1999 en 22 augustus 2000.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het hof heeft kennis genomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen door de verdachte en de raadslieden naar voren is gebracht.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>De tenlastelegging</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Aan de verdachte is ten laste gelegd hetgeen vermeld staat in de inleidende dagvaarding. Van de dagvaarding is een kopie in dit arrest gevoegd. De inhoud daarvan wordt hier overgenomen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Aan bovenbedoelde gedagvaarde persoon wordt tenlastegelegd dat</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>zij op of omstreeks 27 juli 1998 te Utrecht, althans in het arrondissement</para>
      <para>Utrecht, </para>
      <para>opzettelijk en met voorbedachte rade, althans opzettelijk C van het leven heeft beroofd,</para>
      <para>immers heeft verdachte opzettelijk en na kalm beraad en rustig overleg,</para>
      <para>althans opzettelijk, </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>een of meermalen een of meer pillen en/of capsules, althans (een)</para>
      <para>medicijn(en), bevattende Oxazepam, althans een verdovende en/of</para>
      <para>(spier)verlammende) stof, toegediend aan en/of laten innemen door die</para>
      <para>C en/of (aldus) die C buiten bewustzijn gebracht en/of bedwelmd en/of versuft en/of</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>een of meermalen (met kracht) (-al dan niet met gebruikmaking van een of meer</para>
      <para>(hard(e)) voorwerp (en)-) op/tegen het hoofd van die C geslagen en/of gestampt en/of getrapt en/of geschopt en/of een of meermalen (met kracht) het hoofd van die C tegen/op</para>
      <para>» •• .</para>
      <para>een of meer (hard(e)) voorwerp(en)/object(en) en/of de grond geslagen,</para>
      <para>in elk geval uitwendig, mechanisch botsend geweld heeft uitgeoefend. op/tegen</para>
      <para>hoofd van die C en/of </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>die C verstikt en/of doen stikken (-al dan niet door het brengen/duwen van zand, althans-grond, in de mondholte en/of keelholte en/of slokdarm en/of luchtpijp, althans het lichaam, van die C-),</para>
      <para>althans een of meer handelingen verricht die de luchttoevoer voor die C hebben belemmerd in elk geval een of meer handelingen verricht die die C het ademen onmogelijk hebben gemaakt,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>in elk geval een of meer (levensontnemende) (gewelds)handelingen) gepleegd</para>
      <para>ten. aanzien van (het hoofd en/of het lichaam) die C,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>tengevolge waarvan voornoemde C (door (een combinatie van) (ernstig) hoofdletsel en/of verstikking) is overleden;</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Het vonnis waarvan beroep</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het hof zal het vonnis waarvan beroep vernietigen omdat het zich daarmee met verenigt.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>De bewijslevering</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De raadsman, mr. Damman, heeft zakelijk weergegeven als verweer gevoerd dat uit het rapport</para>
      <para>d.d. 16 oktober 1998 van forensisch entomoloog J. Krikken slechts kan worden geconcludeerd</para>
      <para>dat de dood van het slachtoffer op dinsdagochtend 28 juli 1998 is ingetreden en dat de verdachte -</para>
      <para>die toen op het politiebureau verbleef - dus niet als dader kan worden aangemerkt.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het hof verwerpt dit verweer, nu dit berust op een onjuiste lezing van genoemd rapport, in het</para>
      <para>bijzonder gelet op het uit de gehanteerde bewijsmiddelen volgende tijdstip van overlijden van het</para>
      <para>slachtoffer op 27 juli 1998 vóór zonsondergang.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Naar het oordeel van het hof is wettig en overtuigend bewezen hetgeen aan de verdachte is ten</para>
      <para>laste gelegd, zoals is aangegeven op de aan dit arrest als bijlage gehechte - gestreepte - kopie van</para>
      <para>de tenlastelegging. De inhoud geldt als hier ingevoegd.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Hetgeen meer of anders is ten laste gelegd, is niet bewezen. De verdachte moet hiervan worden</para>
      <para>vrijgesproken.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het hof grondt zijn overtuiging dat de verdachte het bewezen verklaarde heeft begaan, op de</para>
      <para>feiten en omstandigheden die in de bewijsmiddelen zijn vervat.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>De strafbaarheid van het feit</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het bewezen verklaarde</para>
      <para>uitsluit, zodat dit strafbaar is.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het bewezen verklaarde levert op:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">moord.</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>De strafbaarheid van de verdachte</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het hof heeft kennis genomen van het rapport van 22 mei 2000, opgemaakt door J.W. Gerritsen,</para>
      <para>psychiater en M.L. Frohn-de Winter, psycholoog. Daarin wordt zakelijk weergegeven onder</para>
      <para>meer geconcludeerd:</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>- dat verdachte lijkt te lijden aan een ziekelijke stoornis/gebrekkige ontwikkeling van haar</para>
    <parablock>
      <para>geestvermogens, in die zin dat sprake is van een narcistische persoonlijkheidsproblematiek</para>
      <para>met borderline-trekken;</para>
    </parablock>
    <para>- dat verdachte ten tijde van het tenlastegelegde in een labiele emotionele situatie verkeerde</para>
    <para>die waarschijnlijk samenhing met haar persoonlijkheidsstructuur en haar omstandigheden;</para>
    <para>- dat het bovenstaande haar gedragskeuzen c.q. haar gedragingen ten tijde van het</para>
    <para>tenlastegelegde - indien bewezen - heeft kunnen beïnvloeden;</para>
    <para>- dat het mogelijk is dat verdachte ten tijde van het tenlastegelegde - indien bewezen - in een</para>
    <parablock>
      <para>verwardheidstoestand verkeerde, mogelijk mede beïnvloed door gebruik van medicijnen, en</para>
      <para>dat dit in hoge mate het geval kan zijn geweest;</para>
    </parablock>
    <para>- dat uit het bovenstaande geconcludeerd kan worden tot een verminderde toerekenbaarheid</para>
    <para>ten tijde van het tenlastegelegde, indien bewezen.</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Ter terechtzitting in hoger beroep van 22 augustus 2000 zijn beide rapporteurs als getuige-deskundige</para>
      <para>gehoord en hebben zakelijk weergegeven onder meer verklaard:</para>
    </parablock>
    <para>- dat zij bovenstaande conclusies handhaven;</para>
    <para>- dat zij niet uitsluiten dat verdachte ten tijde van het tenlastegelegde - indien bewezen -</para>
    <parablock>
      <para>volledig ontoerekeningsvatbaar is geweest, maar dat zij onvoldoende aanknopingspunten</para>
      <para>zien om daartoe te concluderen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het hof neemt de hierboven weergegeven conclusies over en gaat er derhalve vanuit dat de</para>
      <para>verdachte ten tijde van het bewezenverklaarde verminderd toerekeningsvatbaar was.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Er is ook overigens geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de</para>
      <para>verdachte uitsluit, zodat de verdachte strafbaar is.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>De op te leggen straf</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het hof heeft in hoger beroep de op te leggen straf bepaald op grond van de ernst van het feit en</para>
      <para>de omstandigheden waaronder dit is begaan en gelet op de persoon van de verdachte.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het hof heeft daarbij in het bijzonder het volgende in beschouwing genomen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Verdachte heeft haar vijfjarige dochtertje opzettelijk en met voorbedachte rade om het leven</para>
      <para>gebracht. Gezien de kwetsbaarheid van een jong kind en zijn afhankelijkheid van zijn moeder</para>
      <para>wordt de moord door een ouder op zijn eigen kind doorgaans gezien als één van de meest</para>
      <para>gruwelijke en onbegrijpelijke misdrijven. De rechtsorde is hierdoor dan ook ernstig geschokt.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het hof heeft kennis genomen van de eerder in deze strafzaak omtrent verdachte uitgebrachte</para>
      <para>(deskundigen)rapporten, een en ander als opgesomd in het vonnis van de rechtbank.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het hof heeft onder ogen gezien of aan verdachte de maatregel van terbeschikkingstelling met</para>
      <para>dwangverpleging zou moeten worden opgelegd. In hun genoemde rapport hebben de</para>
      <para>deskundigen Gerritsen en Frohn-de Winter immers geadviseerd om, indien het tenlastegelegde</para>
      <para>bewezen zou worden geacht, over te gaan tot terbeschikkingstelling van de verdachte, met</para>
      <para>plaatsing in een forensisch psychiatrische kliniek. Het hof zal de genoemde maatregel evenwel</para>
      <para>niet opleggen, omdat de veiligheid van anderen danwel de algemene veiligheid van personen of</para>
      <para>goederen dit niet eist. Hierbij wordt in aanmerking genomen, enerzijds, dat de deskundigen in</para>
      <para>hun rapport in dezen tot niet meer hebben geconcludeerd dan dat “een zekere mogelijkheid tot</para>
      <para>recidive niet uitgesloten” is en dat zij daaraan ter terechtzitting in hoger beroep hebben</para>
      <para>toegevoegd de kans op herhaling niet zeer groot te achten, anderzijds, dat verdachte, blijkens</para>
      <para>een haar betreffend uittreksel uit het justitieel documentatieregister van 18 november 1999,</para>
      <para>nimmer eerder wegens misdrijf is veroordeeld.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het hof neemt ook bij het bepalen van de strafmaat in aanmerking dat de verdachte, zoals uit</para>
      <para>genoemd uittreksel uit het justitieel documentatieregister blijkt, niet eerder is veroordeeld.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Voorts was de verdachte, als gezegd, ten tijde van het bewezenverklaarde verminderd</para>
      <para>toerekeningsvatbaar.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Tenslotte heeft te gelden dat het het hof bij de behandeling in hoger beroep genoegzaam</para>
      <para>aannemelijk is geworden dat de verdachte ten tijde van het bewezen verklaarde feit in wanhoop</para>
      <para>heeft gehandeld, dat zij thans groot verdriet heeft om de dood van haar dochtertje en zeer veel</para>
      <para>tijd nodig zal hebben om die dood ook maar enigszins te kunnen verwerken, mede reden</para>
      <para>waarom, ondanks de ernst van het feit, zal worden volstaan met de oplegging van een</para>
      <para>gevangenisstraf van na te noemen duur.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>De toepasselijke wettelijke voorschriften</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De opgelegde straf is gegrond op artikel 289 van het Wetboek van Strafrecht.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>De beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het hof:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Verklaart wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het ten laste gelegde feit zoals</para>
      <para>hierboven omschreven, heeft begaan.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Verklaart niet wettig en overtuigend bewezen hetgeen aan de verdachte meer of anders is ten laste</para>
      <para>gelegd en spreekt haar daarvan vrij.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Verklaart dat het bewezen verklaarde het hierboven vermelde strafbare feit oplevert.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Verklaart het bewezen verklaarde strafbaar en ook de verdachte daarvoor strafbaar.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf voor de tijd van <emphasis role="bold">DRIE JAREN EN ZES</emphasis></para>
      <para>
        <emphasis role="bold">MAANDEN.</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Bepaalt dat de tijd die door de veroordeelde v66r de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in</para>
      <para>verzekering en in voorlopige hechtenis is doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde</para>
      <para>gevangenisstraf in mindering wordt gebracht.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Dit arrest is gewezen door de negende meervoudige strafkamer van het gerechtshof te</para>
      <para>Amsterdam, waarin zitting hadden mrs. Walkate, Smit en Verheul, in tegenwoordigheid van</para>
      <para>Tieman als griffier, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van dit gerechtshof van 5</para>
      <para>september 2000.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Mr. Walkate is buiten staat dit arrest mede te ondertekenen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Zij op 27 juli 1998 te Utrecht, opzettelijk en met voorbedachten rade, C van het leven heeft beroofd,</para>
      <para>immers heeft verdachte opzettelijk en na kalm beraad en rustig overleg,</para>
      <para>een medicijn bevattende Oxazepam toegediend aan en/of laten innemen door die C en aldus die C versuft en uitwendig mechanisch botsend geweld uitgeoefend op/tegen het hoofd van die C en een of meer handelingen verricht die de luchttoevoer voor die C hebben belemmerd, in elk geval een of meer handelingen verricht die die C het ademen onmogelijk hebben gemaakt,</para>
      <para>tengevolge waarvan voornoemde C door (een combinatie van) ernstig hoofdletsel en verstikking is overleden.</para>
    </parablock>
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>