<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:CRVB:2026:576</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2026-05-15T13:49:59</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2026-05-13</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Centrale_Raad_van_Beroep" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Centrale Raad van Beroep</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2026-05-13</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">25/2254 WIA</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#herziening">Herziening</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#bestuursrecht_socialezekerheidsrecht">Bestuursrecht; Socialezekerheidsrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:CRVB:2026:576">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:CRVB:2026:576</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2026-05-15T13:45:41</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2026-05-15</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:CRVB:2026:576 Centrale Raad van Beroep , 13-05-2026 / 25/2254 WIA</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:CRVB:2026:576:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Afwijzing verzoek om herziening van de uitspraak van de Raad van 20 augustus 2025. Onherroepelijk geworden uitspraak. Het verzoek om herziening komt erop neer dat verzoeker opnieuw de discussie probeert te voeren over de zaak waarover is beslist bij de uitspraak van de Raad van 20 augustus 2025. Het is vaste rechtspraak van de Raad dat het (bijzondere) rechtsmiddel van herziening niet is gegeven om een hernieuwde discussie over een zaak te voeren en evenmin om een discussie over de juistheid van de betrokken uitspraak te openen, terwijl geen sprake is van feiten en omstandigheden als bedoeld in artikel 8:119, eerste lid, van de Awb. Verzoeker heeft geen nieuw feit of enige nieuwe omstandigheid, zoals bedoeld in artikel 8:119 van de Awb, naar voren gebracht.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:CRVB:2026:576:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <para>25/2254 WIA</para>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Centrale Raad van Beroep</para>
      <para>Enkelvoudige kamer</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Uitspraak op het verzoek om herziening van de uitspraak van de Raad van 20 augustus 2025, 24/278 (aangevallen uitspraak)</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Partijen:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        [verzoeker] te [woonplaats] (verzoeker)</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (Uwv)</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Datum uitspraak: 13 mei 2026</para>
    </parablock>
    <para />
    <bridgehead role="bold">SAMENVATTING</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>In deze zaak gaat het om een verzoek om herziening van de uitspraak van de Raad van 20 augustus 2025.<footnote-ref linkend="_1927f278-72a9-4ffc-9465-30b9659a6277" /> De Raad wijst het verzoek af.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section role="procesverloop">
    <title>PROCESVERLOOP</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Verzoeker heeft verzocht om herziening van de uitspraak van de Raad van 20 augustus 2025.<footnote-ref linkend="_68180f18-2b64-4ea6-85ed-156b9478ffff" /></para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De meervoudige kamer heeft de zaak verwezen naar een enkelvoudige kamer.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Onder toepassing van artikel 8:57, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) is een (nader) onderzoek ter zitting achterwege gebleven, waarna de Raad het onderzoek met toepassing van artikel 8:57, derde lid, van de Awb heeft gesloten.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>OVERWEGINGEN</title>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Inleiding </title>
    <para />
    <para>1. Voor de van belang zijnde feiten en omstandigheden wordt verwezen naar de hiervoor vermelde uitspraak van 20 augustus 2025.<footnote-ref linkend="_3ce95e9f-190c-4523-95af-4650301ebaac" /></para>
    <para />
    <para>2. Bij de uitspraak waarvan herziening wordt verzocht, heeft de Raad overwogen dat de rechtbank het verzoek om schadevergoeding van verzoeker terecht heeft afgewezen. Daartoe heeft de Raad – samengevat weergegeven – overwogen dat de schade wegens het door het Uwv ten onrechte niet opleggen van een loonsanctie aan de werkgever reeds is vergoed en dat aan de aanvullend gevorderde schade geen onrechtmatig besluit ten grondslag ligt. Voorts is geen sprake van bijzondere omstandigheden die een aanleiding vormen voor een uitzondering op het beginsel van de formele rechtskracht.</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Het standpunt van verzoeker</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <para>3. Verzoeker heeft in zijn verzoekschrift naar voren gebracht dat de Raad in de uitspraak van 20 augustus 2025 heeft miskend dat het besluit tot toekenning van de WIAuitkering van 18 juli 2011 onrechtmatig is. Als een loonsanctie was opgelegd, had geen WIA-uitkering toegekend kunnen worden. De Raad heeft in de uitspraak van 14 mei 2014 ook de toekenning van de WIA-uitkering herroepen en niet alleen het deel waarin was bepaald dat de werkgever voldoende aan re-integratie had gedaan. Verder is sprake van bijkomende omstandigheden die noodzaken tot schadevergoeding. De rechtbank heeft daarnaast ten onrechte niet beoordeeld of er een causaal verband is tussen het onrechtmatige besluit en de schade. Tot slot staan er volgens verzoeker fouten in de uitspraak van de Raad van 20 augustus 2025 en zijn er feiten weggelaten.</para>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Het oordeel van de Raad</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>4.1.</nr>
      <para>Op grond van artikel 8:119 van de Awb kan de bestuursrechter op verzoek van een partij een onherroepelijk geworden uitspraak herzien op grond van feiten of omstandigheden die:<?linebreak?>a. hebben plaatsgevonden vóór de uitspraak,<?linebreak?>b. bij de indiener van het verzoekschrift vóór de uitspraak niet bekend waren en redelijkerwijs niet bekend konden zijn, en<?linebreak?>c. waren zij bij de bestuursrechter eerder bekend geweest, tot een andere uitspraak zouden hebben kunnen leiden.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.2.</nr>
      <para>Het verzoek om herziening komt erop neer dat verzoeker opnieuw de discussie probeert te voeren over de zaak waarover is beslist bij de uitspraak van de Raad van 20 augustus 2025. Het is vaste rechtspraak van de Raad (zie bijvoorbeeld de uitspraak van 13 maart 2020)<footnote-ref linkend="_b759838f-01f4-44a0-a41c-8490b4b64fc2" /> dat het (bijzondere) rechtsmiddel van herziening niet is gegeven om een hernieuwde discussie over een zaak te voeren en evenmin om een discussie over de juistheid van de betrokken uitspraak te openen, terwijl geen sprake is van feiten en omstandigheden als bedoeld in artikel 8:119, eerste lid, van de Awb. Verzoeker heeft geen nieuw feit of enige nieuwe omstandigheid, zoals bedoeld in artikel 8:119 van de Awb, naar voren gebracht. Het verzoek wordt daarom afgewezen.</para>
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>Conclusie en gevolgen</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>4.3.</nr>
      <para>Omdat het verzoek om herziening wordt afgewezen blijft de uitspraak van 20 augustus 2025 in stand.</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>5.	Verzoeker krijgt daarom het betaalde griffierecht niet terug.</para>
      </parablock>
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>BESLISSING</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De Centrale Raad van Beroep wijst het verzoek om herziening af.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Deze uitspraak is gedaan door H.G. Rottier, in tegenwoordigheid van C.E.A. Tessemaker als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 13 mei 2026<emphasis role="bold">.</emphasis></para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>(getekend) H.G. Rottier</title>
    <para />
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>De griffier is verhinderd te ondertekenen.</title>
    <para />
    <para />
  </section>
  <footnote id="_1927f278-72a9-4ffc-9465-30b9659a6277" label="1">
    <para> CRvB 20 augustus 2025, ECLI:NL:CRVB:2025:1280.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_68180f18-2b64-4ea6-85ed-156b9478ffff" label="2">
    <para> CRvB 20 augustus 2025, ECLI:NL:CRVB:2025:1280.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_3ce95e9f-190c-4523-95af-4650301ebaac" label="3">
    <para> CRvB 20 augustus 2025, ECLI:NL:CRVB:2025:1280.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_b759838f-01f4-44a0-a41c-8490b4b64fc2" label="4">
    <para> CRvB 13 maart 2020, ECLI:NL:CRVB:2020:828.</para>
  </footnote>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>