<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:CRVB:2026:192</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2026-03-04T09:15:49</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2026-02-25</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Centrale_Raad_van_Beroep" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Centrale Raad van Beroep</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2026-02-17</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">24/1515 PW</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#hogerBeroep">Hoger beroep</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#bestuursrecht_socialezekerheidsrecht">Bestuursrecht; Socialezekerheidsrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:relation rdfs:label="Formele relatie" ecli:resourceIdentifier="ECLI:NL:RBROT:2024:4417" psi:type="http://psi.rechtspraak.nl/hogerBeroep" psi:aanleg="http://psi.rechtspraak.nl/eerdereAanleg" psi:gevolg="http://psi.rechtspraak.nl/gevolg#niet bevoegd">Eerste aanleg: ECLI:NL:RBROT:2024:4417, Niet bevoegd</dcterms:relation>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:CRVB:2026:192">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:CRVB:2026:192</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2026-02-25T15:40:24</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2026-02-26</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:CRVB:2026:192 Centrale Raad van Beroep , 17-02-2026 / 24/1515 PW</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:CRVB:2026:192:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>De Raad verklaart zich onbevoegd. Geen aanleiding voor doorbreken appèlverbod.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:CRVB:2026:192:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <parablock>
    <para>24/1515 PW</para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>Datum uitspraak: 17 februari 2026</para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>Centrale Raad van Beroep</para>
    <para>Enkelvoudige kamer</para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>Uitspraak als bedoeld in de artikelen 8:54 en 8:108 van de Algemene wet bestuursrecht in verband met het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Rotterdam van 17 mei 2024, 24/102 (aangevallen uitspraak)</para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>Partijen:</para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>
      [appellant] te [woonplaats] (appellant)</para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>het dagelijks bestuur van de Gemeenschappelijke Regeling Sociaal </para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>
      <emphasis role="bold">PROCESVERLOOP</emphasis>
    </para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>Appellant heeft hoger beroep ingesteld tegen de aangevallen uitspraak.</para>
  </parablock>
  <section role="overwegingen">
    <title>OVERWEGINGEN</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De aangevallen uitspraak is een uitspraak van de rechtbank als bedoeld in artikel 8:55, zevende lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb). Hiertegen kan op grond van artikel 8:104, tweede lid, aanhef en onder c, van de Awb, geen hoger beroep worden ingesteld. Voor doorbreking van dit zogenoemde appèlverbod kan volgens vaste rechtspraak grond bestaan indien sprake is van evidente schending van eisen van een goede procesorde dan wel fundamentele rechtsbeginselen, zodanig dat van een eerlijk proces geen sprake is.<footnote-ref linkend="_a6ec02a3-0dd8-4642-9d7d-418c93e5eb97" /></para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Appellant heeft betoogd dat er in dit geval wel een grond is om het appèlverbod te doorbreken. Hij stelt dat sprake is van diverse schendingen van fundamentele rechtsbeginselen en noemt in dat verband onder andere het recht op toegang tot de rechter. Dit betoog treft geen doel. Appellant heeft namelijk niet aannemelijk gemaakt dat met de aangevallen uitspraak dat rechtsbeginsel door de verzetrechter van de rechtbank is geschonden of dat deze de eisen van een goede procesorde niet in acht heeft genomen. Appellant heeft in de verzetprocedure immers toegang gehad tot de rechter. De verzetrechter van de rechtbank heeft appellant in de gelegenheid gesteld om op een zitting zijn standpunten naar voren te brengen, alvorens uitspraak te doen op het verzet. Appellant heeft van die mogelijkheid ook gebruik gemaakt.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Overigens ziet de Raad geen aanknopingspunten voor het oordeel dat de verzetrechter met de aangevallen uitspraak fundamentele rechtsbeginselen heeft veronachtzaamd. De verzetrechter van de rechtbank heeft vastgesteld dat het verzoek om vrijstelling van de verplichting tot betaling van het griffierecht zich niet in het dossier bevindt en ook in andere systemen van de rechtbank niet is terug te vinden. Daarnaast heeft de verzetrechter van de rechtbank uitgebreid gemotiveerd waarom dat verzoek zou zijn afgewezen vanwege misbruik van recht door appellant. Het oordeel dat sprake is van misbruik van recht heeft appellant niet bestreden. In wat appellant ten slotte heeft aangevoerd over de anonieme rechter ziet de Raad evenmin aanleiding voor doorbreking van het appèlverbod.<footnote-ref linkend="_24b27725-b5f3-4aec-8c02-231bf838b680" /></para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De Raad is gelet op het vorenstaande dan ook kennelijk onbevoegd om van het door appellant ingestelde hoger beroep kennis te nemen, zodat zonder verder onderzoek kan worden beslist.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Voor een proceskostenveroordeling is geen aanleiding.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>BESLISSING</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De Centrale Raad van Beroep verklaart zich onbevoegd.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Deze uitspraak is gedaan door M. Wolfrat, in tegenwoordigheid van A.H. Hagendoorn-Huls als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 17 februari 2026.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para> (getekend) M. Wolfrat</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para> (getekend) A.H. Hagendoorn-Huls</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Tegen deze uitspraak kunnen een belanghebbende en het bestuursorgaan binnen zes weken na de verzending van het afschrift van deze uitspraak schriftelijk verzet doen bij de Centrale Raad van Beroep, Postbus 16002, 3500 DA UTRECHT. De indiener van het verzetschrift kan daarbij vragen in de gelegenheid te worden gesteld te worden gehoord.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
  </section>
  <footnote id="_a6ec02a3-0dd8-4642-9d7d-418c93e5eb97" label="1">
    <para> Zie bijvoorbeeld de uitspraak van 18 januari 2022, ECLI:NL:CRVB:2022:105.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_24b27725-b5f3-4aec-8c02-231bf838b680" label="2">
    <para> Zie in dit verband (ook) de uitspraak van 18 januari 2022, ECLI:NL:CRVB:2022:105 (onder 4.6).</para>
  </footnote>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>