<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:CRVB:2026:167</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2026-02-23T11:29:09</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2026-02-19</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Centrale_Raad_van_Beroep" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Centrale Raad van Beroep</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2026-02-12</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">25/167 WUV</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegEnkelvoudig">Eerste aanleg - enkelvoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#bestuursrecht_socialezekerheidsrecht">Bestuursrecht; Socialezekerheidsrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:CRVB:2026:167">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:CRVB:2026:167</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2026-02-23T11:28:22</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2026-02-23</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:CRVB:2026:167 Centrale Raad van Beroep , 12-02-2026 / 25/167 WUV</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:CRVB:2026:167:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Afwijzing aanvraag om vergoeding van de kosten van yogalessen over een periode van januari tot en met mei 2024. Terecht geoordeeld dat betrokken yogadocent geen lid is van een erkende beroepsvereniging.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:CRVB:2026:167:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Centrale Raad van Beroep</para>
      <para>Enkelvoudige kamer</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Uitspraak in het geding tussen </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Partijen:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        [appellant] te [woonplaats] (appellant)</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>de Raad van bestuur van de Sociale verzekeringsbank (verweerder)</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Datum uitspraak: 12 februari 2026</para>
    </parablock>
    <para />
    <bridgehead role="bold">SAMENVATTING</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>Verweerder heeft in deze zaak geweigerd de kosten van yogalessen over een periode van januari tot en met mei 2024 te vergoeden, omdat de betrokken yogadocent geen lid is van een erkende beroepsvereniging. Deze weigering houdt stand.</para>
    </parablock>
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section role="procesverloop">
    <title>PROCESVERLOOP </title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Namens appellant heeft mr. drs. C. Lamphen, advocaat, beroep ingesteld tegen een besluit van verweerder van 10 december 2024, kenmerk BZ011680262 (bestreden besluit). Dit betreft de toepassing van de Wuv.<footnote-ref linkend="_a60620a2-ee1f-4ef8-9172-37ad11d61a56" /></para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Verweerder heeft een verweerschrift ingediend. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De Raad heeft de zaak behandeld op een zitting van 15 januari 2026. Appellant is verschenen, bijgestaan door mr. Lamphen. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door A.L. van de Wiel.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>OVERWEGINGEN</title>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Inleiding</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>1. Bij de beoordeling van het beroep zijn de volgende feiten en omstandigheden van belang.</para>
    </parablock>
    <paragroup>
      <nr>1.1.</nr>
      <para>Appellant, geboren in 1940, is vervolgde in de zin van de Wuv. Verweerder heeft aanvaard dat appellant psychische klachten, rug-, nek- en oogklachten heeft die in verband staan met de vervolging. Aan appellant zijn in de loop van de tijd verschillende voorzieningen toegekend, waaronder vanaf 1993 een vergoeding van de kosten voor yogalessen, eenmaal per week. Deze lessen volgt appellant al vanaf het begin van de jaren ’90 tot heden.</para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.2.</nr>
      <para>In juli 2024 heeft appellant verzocht de kosten te vergoeden van een aantal yogalessen die hij heeft gevolgd in de periode van januari tot en met mei 2024. Appellant heeft daarbij aangegeven dat hij vanwege ziekte van zijn vaste yogadocente met ingang van januari 2024 de lessen volgt bij mevrouw [yogadocente] , [Yogacentrum] . </para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.3.</nr>
      <para>Met een betalingsbeschikking van 8 augustus 2024 heeft verweerder het verzoek afgewezen op de grond dat [yogadocente] geen lid is van een erkende beroepsvereniging. Het hiertegen gemaakte bezwaar is met het bestreden besluit ongegrond verklaard.</para>
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>Het oordeel van de Raad</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>2. De Raad beoordeelt het bestreden besluit aan de hand van de argumenten die appellant in beroep heeft aangevoerd, de beroepsgronden. De Raad komt tot het oordeel dat het beroep niet slaagt.</para>
    </parablock>
    <paragroup>
      <nr>2.1.</nr>
      <para>Op grond van artikel 20 van de Wuv heeft een vervolgde – voor zover hier van belang – aanspraak op volledige vergoeding van de extra kosten van noodzakelijke voorzieningen in verband met de uit de vervolging voortvloeiende ziekten of gebreken. </para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.2.</nr>
      <para>In het kader van het vergoeden van yogalessen hanteert verweerder een beleid dat voor zover voor deze zaak van belang inhoudt dat de yogadocent lid moet zijn van een erkende Nederlandse beroepsvereniging.</para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.3.</nr>
      <para>Verweerder beoogt met dit beleid dat adequate en kwalitatief goede zorg wordt verleend. Dit wordt zoveel mogelijk gewaarborgd door het stellen van het vereiste dat een behandelaar over de juiste kwalificaties beschikt. Een BIG-registratie en het aangesloten zijn bij een beroepsvereniging waarborgen dit. Een yogadocent behoort evenwel niet tot de in artikel 3 van de Wet BIG<footnote-ref linkend="_9124b914-71e4-4b45-8389-34fbd6b53d73" /> genoemde beschermde beroepen. Wat verweerder in het geval van een yogadocent in dit kader verlangt is het lid zijn van een erkende beroepsvereniging. </para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.4.</nr>
      <para>Vaststaat dat de yogadocent die de bewuste declaraties heeft afgegeven geen lid is van een beroepsvereniging. Weliswaar beschikt deze docent over de nodige kennis, kunde en ervaring maar dat doet niet af aan het feit dat zij geen lid is van een beroepsvereniging. </para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.5.</nr>
      <para>Het volgen van yogalessen wordt door verweerder aangemerkt als een niet strikt medische therapeutische voorziening. Het is vaste rechtspraak<footnote-ref linkend="_feb45922-aa58-43c5-a784-e2ccf3453bbf" /> dat verweerder bij toekenning van dergelijke voorzieningen gerechtigd is kwaliteitseisen te stellen. Dat geldt voor onder meer het lid zijn van een beroepsvereniging. Deze eis geldt sinds einde jaren ’90. Ook geldt de eis dat de yogalessen slechts worden vergoed voor een beperkte periode (maximaal één jaar), waarin de lessen bovendien maximaal één keer per week mogen worden gevolgd.</para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.6.</nr>
      <para>Door het voortzetten van de vergoedingen over een periode van jaren, ook na de beleidswijziging eind jaren ’90, is verweerder in het voordeel van appellant afgeweken van zijn beleid als hiervoor onder 2.5 geschetst, nu yogalessen maximaal voor één jaar worden vergoed. In het betoog van appellant dat verweerder bij het afwijzen van de verzochte vergoeding voor de bewuste declaraties niet in de geest van de wet heeft gehandeld en dat verweerder geen oog heeft voor de bijzondere belangen van oorlogsslachtoffers zoals hij, volgt de Raad appellant dus niet, nu appellant al in ruime mate is tegemoetkomen.</para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>Conclusie en gevolgen</title>
    <para />
    <para>3. Het beroep slaagt dus niet. Dit betekent dat het bestreden besluit in stand blijft. </para>
    <para>4. Omdat het beroep niet slaagt krijgt appellant geen vergoeding voor zijn proceskosten en het betaalde griffierecht.</para>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>BESLISSING</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De Centrale Raad van Beroep verklaart het beroep ongegrond<emphasis role="italic">. </emphasis></para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Deze uitspraak is gedaan door H. Lagas in tegenwoordigheid van M.S. van Veller als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 12 februari 2026.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para> (getekend) H. Lagas</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para> (getekend) M.S. van Veller</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <footnote id="_a60620a2-ee1f-4ef8-9172-37ad11d61a56" label="1">
    <para> Wet uitkeringen vervolgingsslachtoffers 1940-1945.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_9124b914-71e4-4b45-8389-34fbd6b53d73" label="2">
    <para> Wet op de beroepen in de individuele gezondheidszorg.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_feb45922-aa58-43c5-a784-e2ccf3453bbf" label="3">
    <para> Uitspraak van 3 december 2009, ECLI:NL:CRVB:2009:BK6529. </para>
  </footnote>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>