<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:CRVB:2025:840</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2025-06-20T12:03:14</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2025-06-04</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Centrale_Raad_van_Beroep" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Centrale Raad van Beroep</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2025-05-28</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">23/915 WIA</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#hogerBeroep">Hoger beroep</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#bestuursrecht_socialezekerheidsrecht">Bestuursrecht; Socialezekerheidsrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:relation rdfs:label="Formele relatie" ecli:resourceIdentifier="ECLI:NL:RBROT:2023:1242" psi:type="http://psi.rechtspraak.nl/hogerBeroep" psi:aanleg="http://psi.rechtspraak.nl/eerdereAanleg" psi:gevolg="http://psi.rechtspraak.nl/gevolg#overig">Eerste aanleg: ECLI:NL:RBROT:2023:1242, Overig</dcterms:relation>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:CRVB:2025:840">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:CRVB:2025:840</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2025-06-06T12:00:19</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2025-06-06</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:CRVB:2025:840 Centrale Raad van Beroep , 28-05-2025 / 23/915 WIA</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:CRVB:2025:840:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Intrekking hoger beroep. Het bestuursorgaan is tegemoetgekomen aan de bezwaren van appellante. Proceskostenveroordeling.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:CRVB:2025:840:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <parablock>
    <para>23/915 WIA</para>
    <para>Centrale Raad van Beroep</para>
    <para>Enkelvoudige kamer</para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>Uitspraak als bedoeld in de artikelen 8:75a en 8:108 van de Algemene wet bestuursrecht in verband met het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Rotterdam van 22 februari 2023, 22/2668 (aangevallen uitspraak)</para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>Partijen:</para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>
      [appellante] te [woonplaats] (appellante)</para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (Uwv)</para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>Datum uitspraak: 28 mei 2025</para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>
      <emphasis role="bold">PROCESVERLOOP</emphasis>
    </para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>Namens appellante heeft mr. D. Gürses, advocaat, hoger beroep ingesteld. </para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 2 november 2023. Voor appellante is verschenen mr. Gürses. Het Uwv heeft zich laten vertegenwoordigen door mr. L.J.M.M. de Poel.</para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>De Raad heeft het onderzoek heropend en aanleiding gezien om een onafhankelijk deskundige te benoemen die op 10 oktober 2024 rapport heeft uitgebracht. </para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>Het Uwv heeft op 11 maart 2025 een gewijzigde beslissing op bezwaar genomen. </para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>Bij brief van 29 maart 2025 heeft mr. Gürses namens appellante het hoger beroep ingetrokken en gelijktijdig aan de Raad verzocht het Uwv te veroordelen in de proceskosten. </para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>Het Uwv heeft geen gebruik gemaakt van de gelegenheid om een verweerschrift in te dienen. </para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>Onder toepassing van artikel 8:57 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) is het onderzoek ter zitting achterwege gebleven. Vervolgens is het onderzoek gesloten.</para>
  </parablock>
  <section role="overwegingen">
    <title>OVERWEGINGEN</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Artikel 8:75a, eerste lid, eerste volzin, van de Awb bepaalt dat in geval van intrekking van het beroep omdat het bestuursorgaan geheel of gedeeltelijk aan de indiener van het beroepschrift is tegemoetgekomen, het bestuursorgaan op verzoek van de indiener bij afzonderlijke uitspraak met toepassing van artikel 8:75 van de Awb in de kosten kan worden veroordeeld. Ingevolge artikel 8:108, eerste lid, van de Awb is deze bepaling van overeenkomstige toepassing op het hoger beroep.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Vastgesteld wordt dat appellante het hoger beroep heeft ingetrokken omdat het Uwv met de gewijzigde beslissing op bezwaar van 11 maart 2025 aan haar beroepschrift is tegemoetgekomen. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Proceskosten</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De Raad ziet aanleiding om het Uwv te veroordelen in de proceskosten die appellante in verband met de behandeling van het beroep en hoger beroep redelijkerwijs heeft moeten maken. De proceskosten in beroep worden begroot op € 1.814,- (1 punt voor het indienen van een beroepschrift, 1 punt voor het verschijnen ter zitting, met een waarde per punt van € 907,-). De proceskosten in hoger beroep worden begroot op € 1.814,- (1 punt voor het indienen van het hogerberoepschrift, 1 punt voor het verschijnen ter zitting, met een waarde per punt van €n 907,-). Dit betekent dat de proceskosten in totaal € 3.628,- bedragen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Ook dient het Uwv het in beroep en hoger beroep betaalde griffierecht te vergoeden. </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>BESLISSING</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De Centrale Raad van Beroep</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <itemizedlist mark="-">
      <listitem>
        <para>veroordeelt het Uwv in de kosten van appellante tot een bedrag van € 3.628,-;</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>bepaalt dat het Uwv het in beroep en hoger beroep door appellante betaalde griffierecht van in totaal € 186,- vergoedt.</para>
      </listitem>
    </itemizedlist>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Deze uitspraak is gedaan door E.W. Akkerman, in tegenwoordigheid van M.D.F. de Moor als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 28 mei 2025.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>					(getekend) E.W. Akkerman</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>					(getekend) M.D.F. de Moor</para>
    </parablock>
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>