<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:CRVB:2025:631</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2025-06-25T10:03:25</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2025-04-29</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Centrale_Raad_van_Beroep" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Centrale Raad van Beroep</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2025-04-17</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">23/728 WMO15</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#hogerBeroep">Hoger beroep</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#bestuursrecht_socialezekerheidsrecht">Bestuursrecht; Socialezekerheidsrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
          <rdf:li>NJB 2025/950</rdf:li>
          <rdf:li>USZ 2025/169</rdf:li>
          <rdf:li>JWWB 2025/127</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:CRVB:2025:631">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:CRVB:2025:631</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2025-04-29T16:32:27</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2025-05-02</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:CRVB:2025:631 Centrale Raad van Beroep , 17-04-2025 / 23/728 WMO15</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:CRVB:2025:631:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Brief afwijzing aanvraag Wmo 2015 voor een opstapwoning. De brief van 25 maart 2021 van het college is aan te merken als een besluit in de zin van artikel 1:3 van de Awb.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:CRVB:2025:631:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>23/728 WMO15</para>
      <para>Centrale Raad van Beroep</para>
      <para>Meervoudige kamer</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Uitspraak op het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Noord-Holland van 13 januari 2023, 21/4975 (aangevallen uitspraak)</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Partijen:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>het college van burgemeester en wethouders van Haarlemmermeer (college)</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        [betrokkene] te [woonplaats] (betrokkene)</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Datum uitspraak: 17 april 2025</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">SAMENVATTING</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het gaat in deze zaak om de vraag of de brief waarin het college aan betrokkene heeft laten weten dat het op grond van de Wmo 2015 niet mogelijk is om haar een zogenoemde ‘opstapwoning’ toe te kennen een besluit is. Volgens het college is dat niet het geval. De Raad onderschrijft het oordeel van de rechtbank dat deze brief wel een besluit is. Het college krijgt in hoger beroep dus geen gelijk.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section role="procesverloop">
    <title>PROCESVERLOOP </title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het college heeft hoger beroep ingesteld. Namens betrokkene heeft mr. L.A. Fischer, advocaat, een verweerschrift ingediend. Daarna heeft mr. Fischer zich als gemachtigde onttrokken.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Op verzoek van de Raad heeft het college nadere stukken overgelegd. Betrokkene heeft een nadere reactie ingestuurd.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De Raad heeft de zaak behandeld op een zitting van 10 oktober 2024. Voor het college is verschenen mr. E.P.J. Huijbregts. Betrokkene is niet verschenen. </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>OVERWEGINGEN</title>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Inleiding</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>1. Bij de beoordeling van het hoger beroep zijn de volgende feiten en omstandigheden van belang.</para>
    </parablock>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>1.1.</nr>
      <para>Betrokkene woonde vanaf 24 juli 2018 in een woning in de maatschappelijke opvang in Hoofddorp op grond van de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015 (Wmo 2015). </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.2.</nr>
      <para>Met een brief van 5 januari 2021, aangevuld op 3 februari 2021, heeft betrokkene onder verwijzing naar de Wmo 2015 aan het college verzocht om haar een zogenoemde ‘opstapwoning’ toe te kennen. Het college heeft met een brief van 25 maart 2021 aan betrokkene laten weten dat dit op grond van de Wmo 2015 niet mogelijk is. Betrokkene heeft bezwaar gemaakt tegen deze brief.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.3.</nr>
      <para>Met een besluit van 26 augustus 2021 (bestreden besluit) heeft het college het bezwaar van betrokkene niet-ontvankelijk verklaard. Hieraan heeft het college ten grondslag gelegd dat de brief van 25 maart 2021 geen besluit is in de zin van artikel 1:3 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb). </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.4.</nr>
      <para>Betrokkene woont sinds 13 maart 2024 in een zelfstandige huurwoning van een woningcorporatie. </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Uitspraak van de rechtbank</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>2. De rechtbank heeft, voor zover van belang, het beroep tegen het bestreden besluit gegrond verklaard en het bestreden besluit vernietigd. De rechtbank heeft geoordeeld dat de brief van 25 maart 2021 is aan te merken als een besluit in de zin van artikel 1:3 van de Awb. Daartoe heeft de rechtbank overwogen dat er sprake is van een publiekrechtelijke rechtshandeling waarvan de grondslag gelegen is in zowel de Wmo 2015 als de Huisvestingsverordening.<footnote-ref linkend="_27430784-ece2-419d-acb8-f78c5324abcf" /> Betrokkene is daarom ontvankelijk in haar bezwaar. </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Het standpunt van het college</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.1.</nr>
      <para>Het college is het met de uitspraak van de rechtbank niet eens. Van een besluit is geen sprake, omdat de brief gebaseerd is op de zogenoemde Opstapregeling Haarlemmermeer, waaraan een privaatrechtelijke samenwerkingsovereenkomst tussen de gemeente, zorginstellingen en woningcorporaties ten grondslag ligt. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.2.</nr>
      <para>Betrokkene stelt zich op het standpunt dat wel sprake is van een besluit. Zij woont al lang in de opvang en heeft op grond van de Wmo 2015 het recht om door te stromen naar een opstapwoning. </para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>Het oordeel van de Raad</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>4.1.</nr>
      <para>De Raad beoordeelt of de rechtbank terecht het bestreden besluit heeft vernietigd aan de hand van wat het college in hoger beroep heeft aangevoerd, de beroepsgronden. De Raad komt tot het oordeel dat het hoger beroep niet slaagt. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.2.</nr>
      <para>Op het moment dat betrokkene de aanvraag deed verbleef zij in de maatschappelijke opvang. Met haar aanvraag gaf betrokkene te kennen dat de door het college geboden opvang niet meer volstond en zij een opstapwoning wilde. Zoals de Raad eerder heeft overwogen kan betrokkene de adequaatheid van opvang ter beoordeling aan de bestuursrechter voorleggen.<footnote-ref linkend="_928b2e56-bce4-4dac-964e-57a1a5cbe9fd" /> Reeds hieruit volgt dat de brief van 25 maart 2021, waarin het college weigert betrokkene een andere passende maatwerkvoorziening voor opvang te verstrekken, is aan te merken als een besluit in de zin van artikel 1:3, eerste lid, van de Awb.</para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>Conclusie en gevolgen</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>5. Uit 4.2 volgt dat het hoger beroep niet slaagt. De aangevallen uitspraak zal worden bevestigd. Het college zal worden veroordeeld in de proceskosten van betrokkene in hoger beroep tot een bedrag van € 907,- (1 punt voor het indienen van het verweerschrift). Verder zal van het college het griffierecht worden geheven. </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>BESLISSING</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De Centrale Raad van Beroep </para>
    </parablock>
    <para />
    <itemizedlist mark="-">
      <listitem>
        <para>bevestigt de aangevallen uitspraak;</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>veroordeelt het college in de proceskosten van betrokkene in hoger beroep tot een bedrag van € 907,-;</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>bepaalt dat van het college een griffierecht van € 548,- wordt geheven. </para>
      </listitem>
    </itemizedlist>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Deze uitspraak is gedaan door K.H. Sanders als voorzitter en K.M.P. Jacobs en B. Serno als leden, in tegenwoordigheid van M. Dafir als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 17 april 2025.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>						(getekend) K.H. Sanders</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>						(getekend) M. Dafir</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <footnote id="_27430784-ece2-419d-acb8-f78c5324abcf" label="1">
    <para> Huisvestingsverordening Haarlemmermeer 2013 Eerste Wijziging.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_928b2e56-bce4-4dac-964e-57a1a5cbe9fd" label="2">
    <para> Zie de uitspraken van 27 januari 2021, ECLI:NL:CRVB:2021:236 en 29 september 2022, ECLI:NL:CRVB:2022:2137.</para>
  </footnote>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>