<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:CRVB:2025:1660</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2025-11-21T13:34:35</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2025-11-18</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Centrale_Raad_van_Beroep" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Centrale Raad van Beroep</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2025-10-30</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">24/2480 ANW-PV</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#hogerBeroep">Hoger beroep</psi:procedure>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#procesverbaal">Proces-verbaal</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#bestuursrecht_socialezekerheidsrecht">Bestuursrecht; Socialezekerheidsrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:CRVB:2025:1660">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:CRVB:2025:1660</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2025-11-19T16:21:58</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2025-11-21</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:CRVB:2025:1660 Centrale Raad van Beroep , 30-10-2025 / 24/2480 ANW-PV</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:CRVB:2025:1660:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Afwijzing aanvraag ANW-uitkering.  De echtgenoot van appellante was op de datum van overlijden niet verplicht of vrijwillig verzekerd voor de ANW. Ook was hij niet verzekerd volgens de Marokkaanse wettelijke regelingen.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:CRVB:2025:1660:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <parablock>
    <para>Centrale Raad van Beroep</para>
    <para>Enkelvoudige kamer</para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>Proces-verbaal van de mondelinge uitspraak op het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Amsterdam van 13 september 2024, 23/6399 (aangevallen uitspraak)</para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>Partijen:</para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>
      [appellante] te [woonplaats] (Marokko) (appellante)</para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>de Raad van bestuur van de Sociale Verzekeringsbank (Svb)</para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>Datum uitspraak: 30 oktober 2025</para>
    <para>Zitting heeft: A. Hoogenboom</para>
    <para>Griffier: C.C.M. van ‘t Hol</para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>De Svb heeft zich laten vertegenwoordigen door mr. M.F. Sturmans.</para>
  </parablock>
  <section>
    <title>BESLISSING</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De Centrale Raad van Beroep bevestigt de aangevallen uitspraak.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Deze beslissing is uitgesproken in het openbaar. Zij is gebaseerd op de volgende overwegingen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>1. Appellante woont in Marokko en is op [datum] 1985 gehuwd met [naam echtgenoot] (echtgenoot). De echtgenoot van appellante heeft gewoond en gewerkt in Nederland. Hij ontving een pensioen op basis van de AOW.<footnote-ref linkend="_8e0bedb7-89f4-42ed-86e7-6c3371634bb0" /> Op [datum overlijden] 2022 is de echtgenoot in Marokko overleden. Op 11 april 2023 heeft appellante een nabestaandenuitkering op grond van de ANW<footnote-ref linkend="_39fba62b-f1dc-42b2-b607-07004d56b8e9" /> aangevraagd. De Svb heeft de aanvraag afgewezen met een besluit van 1 mei 2023.</para>
    <para />
    <para>2. Tegen het besluit van 1 mei 2023 heeft appellante bezwaar gemaakt, maar de Svb is met een besluit van 9 oktober 2023 (bestreden besluit) gebleven bij de afwijzing van de aanvraag. De Svb heeft daaraan ten grondslag gelegd dat de echtgenoot van appellante niet verzekerd was voor de ANW of voor een nabestaandenuitkering volgens de Marokkaanse wettelijke regelingen.</para>
    <para />
    <para>3. De rechtbank heeft het beroep tegen het bestreden besluit ongegrond verklaard en daarmee het bestreden besluit in stand gelaten.</para>
    <para />
    <para>4. In hoger beroep heeft appellante verwezen naar haar dossier en gevraagd om een nieuwe beoordeling van haar zaak, omdat zij zich in een slechte financiële situatie bevindt. In beroep heeft appellante aangevoerd dat zij recht heeft op een ANW-uitkering omdat haar overleden echtgenoot een AOW-pensioen uit Nederland ontving.</para>
    <para />
    <para>5. De rechtbank heeft overwogen dat de echtgenoot van appellante ten tijde van zijn overlijden in Nederland niet verzekerd was voor de ANW op grond van wonen of werken. Ook is niet gebleken dat hij zich vrijwillig heeft verzekerd. Appellante kan verder op grond van artikel 22 van het NMV<footnote-ref linkend="_05ec2a76-1106-49dd-a583-079f5665e795" /> geen aanspraak maken op een ANW-uitkering, omdat de echtgenoot niet verzekerd was voor de Marokkaanse socialezekerheidswetten, anders dan voor ziektekosten. Ten slotte maakt het feit dat de echtgenoot een AOWpensioen uit Nederland ontving niet dat appellante aanspraak kan maken op een ANW-uitkering.</para>
    <para />
    <para>6. De Raad is het met het oordeel van de rechtbank eens en neemt de overwegingen die hieraan ten grondslag liggen over. Daaraan wordt toegevoegd dat het feit dat appellante zich in een slechte financiële positie bevindt, niet maakt dat zij om die reden aanspraak kan maken op een ANW-uitkering.</para>
    <para />
    <para>7. Het hoger beroep slaagt dus niet. Dat betekent dat het besluit van de Svb tot afwijzing van de aanvraag om een ANW-uitkering in stand blijft. Omdat het hoger beroep niet slaagt krijgt appellante geen vergoeding voor haar (proces)kosten en krijgt zij haar griffierecht niet terug.</para>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Waarvan proces-verbaal.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De griffier	Het lid van de enkelvoudige kamer</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>(getekend) C.C.M. van ‘t Hol	(getekend) A. Hoogenboom</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Tegen deze uitspraak kunnen partijen binnen zes weken na de datum van verzending beroep in cassatie instellen bij de Hoge Raad der Nederlanden (Postbus 20303, 2500 EH Den Haag) ter zake van schending of verkeerde toepassing van bepalingen over het begrip verzekerde.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>DÉCISION</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>La Centrale Raad van Beroep (Cour d'Appel Centrale),</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>statue:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>confirme la décision attaquée.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Par conséquent, décidée par A. Hoogenboom en présence de C.C.M. van ’t Hol en qualité de greffier, ainsi que prononcée en public, le 30 oktober 2025.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Les parties disposent d’un délai de six semaines à compter de la date d’envoi pour introduire un pourvoi en cassation contre cette décision devant la Cour de Cassation des Pays-Bas: Hoge Raad der Nederlanden (Postbus 20303, NL2500 EH ‘s-Gravenhage) au titre de la violation ou de la mauvaise application des dispositions concernant la notion de groupe d’assuré.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <footnote id="_8e0bedb7-89f4-42ed-86e7-6c3371634bb0" label="1">
    <para> Algemene ouderdomswet.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_39fba62b-f1dc-42b2-b607-07004d56b8e9" label="2">
    <para> Algemene nabestaandenwet.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_05ec2a76-1106-49dd-a583-079f5665e795" label="3">
    <para>Algemeen Verdrag inzake sociale zekerheid tussen het Koninkrijk der Nederlanden en het Koninkrijk Marokko.</para>
  </footnote>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>