<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:CRVB:2025:1255</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2025-09-04T13:03:51</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2025-08-21</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Centrale_Raad_van_Beroep" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Centrale Raad van Beroep</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2025-08-12</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">24/1061-PV</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#hogerBeroep">Hoger beroep</psi:procedure>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#procesverbaal">Proces-verbaal</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#bestuursrecht_socialezekerheidsrecht">Bestuursrecht; Socialezekerheidsrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:CRVB:2025:1255">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:CRVB:2025:1255</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2025-08-25T11:53:45</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2025-09-04</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:CRVB:2025:1255 Centrale Raad van Beroep , 12-08-2025 / 24/1061-PV</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:CRVB:2025:1255:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Afwijzing aanvraag. Schending medewerkingsverplichting. Niet verschenen op afspraken. Appellant is zelf verantwoordelijk voor het tijdig openen van zijn post. Als hij daar door zijn psychische beperkingen niet toe in staat was, lag het op de weg van appellant daarbij de hulp van derden in te roepen. Als de hulp die appellant kreeg niet afdoende was, dan had hij voor extra hulp moeten zorgen. Uit de stukken blijkt dat appellant hulp van derden ontving. Een begeleidster hielp hem o.m. met het beheren van zijn post. Door tussenkomst van die begeleidster kreeg appellant ook nog een derde kans en uitnodiging om op gesprek te verschijnen. Dat appellant steeds niet tijdig op de hoogte is geraakt van de uitnodigingen komt dan ook voor zijn risico en rekening.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:CRVB:2025:1255:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <section>
    <title>
      <nr>24</nr>1061-PV</title>
    <parablock>
      <para>Centrale Raad van Beroep</para>
      <para>Enkelvoudige kamer</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Proces-verbaal van de mondelinge uitspraak op het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Oost-Brabant van 26 maart 2024, 23/3318 (aangevallen uitspraak)</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Partijen:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        [Appellant] te [woonplaats] (appellant)</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>het college van burgemeester en wethouders van Tilburg (college)</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Datum uitspraak: 12 augustus 2025</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Zitting heeft: E.C.E. Marechal</para>
      <para>Griffier: M. Ramanand</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De zaak is ter behandeling aan de orde gesteld op de zitting van 12 augustus 2025. Partijen zijn niet verschenen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>BESLISSING</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De Centrale Raad van Beroep bevestigt de aangevallen uitspraak.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>1. Deze beslissing is uitgesproken in het openbaar. Zij is gebaseerd op de volgende overwegingen. </para>
    <para />
    <para>2. Het college heeft aannemelijk gemaakt dat appellant door tot driemaal toe niet op een gesprek te verschijnen de op hem rustende medewerkingsverplichting, als bedoeld in artikel 17, tweede lid, van de Participatiewet heeft geschonden. Hierdoor kan het recht op bijstand niet worden vastgesteld. De aanvraag om bijstand is dan ook terecht afgewezen. Daartoe wordt als volgt overwogen. </para>
    <para />
    <para>3. Niet in geschil is dat appellant de drie uitnodigingsbrieven op het door hem opgegeven woonadres heeft ontvangen en dat hij steeds, zonder bericht, niet naar de gesprekken is gekomen. Evenmin is in geschil dat een gesprek met appellant noodzakelijk was voor het vaststellen van het recht op bijstand, aangezien hij onder meer de nodige duidelijkheid diende te geven over zijn woon- en leefsituatie, en dat hij in staat was om te verschijnen en het gesprek te voeren.</para>
    <para />
    <para>4. Ter beoordeling ligt voor of het niet verschijnen aan appellant kan worden tegengeworpen. Appellant stelt zich namelijk op het standpunt dat hij gezien zijn psychische problemen niet in staat was om zijn brievenbus in de gaten te houden en de uitnodigingen tijdig te lezen of om hulp van derden in te schakelen. </para>
    <para />
    <para>5. Onder bepaalde omstandigheden kan het weigeren van de medewerking de betrokkene niet worden tegengeworpen. Dat kan het geval zijn indien de betrokkene niet in staat is om de medewerking te verlenen door een oorzaak die buiten zijn risicosfeer ligt.<footnote-ref linkend="_5eaa2125-cd8d-418e-a624-d285d1e827ce" /> Die situatie doet zich hier niet voor. Daarbij is het volgende van belang.</para>
    <para />
    <para>6. Appellant is zelf verantwoordelijk voor het tijdig openen van zijn post. Als hij daar door zijn psychische beperkingen niet toe in staat was, lag het op de weg van appellant daarbij de hulp van derden in te roepen. Als de hulp die appellant kreeg niet afdoende was, dan had hij voor extra hulp moeten zorgen.<footnote-ref linkend="_711407fd-782a-488f-90d1-2d23ca0ec110" /> Appellant heeft niet onderbouwd en aannemelijk gemaakt dat hij niet in staat was om hulp in te schakelen. Dit volgt niet uit de door hem overgelegde medische stukken. Uit de stukken van het geding blijkt dat appellant ook daadwerkelijk hulp van derden, waaronder een begeleidster ontving. Zij hielp hem onder meer met het beheren van zijn post. Door tussenkomst van die begeleidster kreeg appellant ook nog een derde kans en uitnodiging om op gesprek te verschijnen. De begeleidster wist dat appellant wederom een uitnodiging zou ontvangen. Dat appellant steeds niet tijdig op de hoogte is geraakt van de uitnodigingen komt dan ook voor zijn risico en rekening. </para>
    <para />
    <para>7. Voor een veroordeling in de proceskosten bestaat geen aanleiding.</para>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Waarvan proces-verbaal.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De griffier	Het lid van de enkelvoudige kamer</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>(getekend) M. Ramanand	(getekend) E.C.E. Marechal</para>
    </parablock>
  </section>
  <footnote id="_5eaa2125-cd8d-418e-a624-d285d1e827ce" label="1">
    <para> Vergelijk de uitspraak van 13 april 2021, ECLI:NL:CRVB:2021:938.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_711407fd-782a-488f-90d1-2d23ca0ec110" label="2">
    <para> Vergelijk de uitspraak van 25 april 2023, ECLI:NL:CRVB:2023:679.</para>
  </footnote>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>