<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:CRVB:2025:1207</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2025-08-15T10:45:15</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2025-08-14</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Centrale_Raad_van_Beroep" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Centrale Raad van Beroep</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2025-08-14</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">24/1441 ANW</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#hogerBeroep">Hoger beroep</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#bestuursrecht_socialezekerheidsrecht">Bestuursrecht; Socialezekerheidsrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:CRVB:2025:1207">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:CRVB:2025:1207</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2025-08-14T13:59:48</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2025-08-15</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:CRVB:2025:1207 Centrale Raad van Beroep , 14-08-2025 / 24/1441 ANW</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:CRVB:2025:1207:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Weigering ANW-uitkering toe te kennen. Terecht geoordeeld dat de overleden echtgenoot van appellante op de datum van zijn overlijden niet verplicht of vrijwillig verzekerd was voor de ANW en op grond van de Marokkaanse wetgeving.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:CRVB:2025:1207:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <para />
    <parablock>
      <para>24/1441 ANW</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Datum uitspraak: 14 augustus 2025</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Centrale Raad van Beroep</para>
      <para>Enkelvoudige kamer</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Uitspraak op het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Amsterdam van 15 mei 2024, 23/6404 (aangevallen uitspraak)</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Partijen:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        [appellante] te [woonplaats] , Marokko (appellante)</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>de Raad van bestuur van de Sociale verzekeringsbank (Svb)</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">SAMENVATTING</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>In deze uitspraak volgt de Raad het oordeel van de rechtbank dat aan appellante terecht een uitkering op grond van de ANW is geweigerd. De overleden echtgenoot van appellante was op de datum van overlijden niet verplicht of vrijwillig verzekerd voor de ANW. Hij was ook niet verzekerd op grond van de Marokkaanse wetgeving. </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section role="procesverloop">
    <title>PROCESVERLOOP</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Appellante heeft hoger beroep ingesteld.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De Svb heeft een verweerschrift ingediend. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De Raad heeft de zaak behandeld op een zitting van 3 juli 2025. Appellante is niet verschenen. De Svb heeft zich laten vertegenwoordigen door mr. J.G. Starreveld. </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>OVERWEGINGEN</title>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Inleiding</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>1. Bij de beoordeling van het hoger beroep zijn de volgende feiten en omstandigheden van belang.</para>
    </parablock>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>1.1.</nr>
      <para>Appellante is gehuwd geweest met [naam echtgenoot] die op [datum] 2022 is overleden. De echtgenoot van appellante ontving een pensioen op grond van de AOW.<footnote-ref linkend="_efdc11c7-4a0b-426a-8d25-7c9ec7a352ba" /> Na zijn overlijden heeft appellante een uitkering op grond van de ANW<footnote-ref linkend="_eb0c3eae-0bc8-45b3-9710-9301caeed4bd" /> aangevraagd. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.2.</nr>
      <para>Met een besluit van 31 oktober 2022 heeft de Svb de aanvraag van appellante afgewezen omdat haar echtgenoot op de dag van zijn overlijden niet verzekerd was voor de ANW. Ook was hij niet verzekerd volgens de Marokkaanse sociale wetgeving. Met een besluit van 23 december 2022 heeft de Svb het bezwaar van appellante ongegrond verklaard. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.3.</nr>
      <para>Het beroep tegen het besluit van 23 december 2022 is door de rechtbank gegrond verklaard met vernietiging van dit besluit. Daarbij is de Svb opgedragen een nieuw besluit op het bezwaar van appellante te nemen. Naar het oordeel van de rechtbank is door de Svb onvoldoende gemotiveerd waarom de echtgenoot van appellante in Marokko geen verzekering zou hebben opgebouwd.<footnote-ref linkend="_c6d2c637-6026-40b9-a509-aab2c1affd40" /></para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.4.</nr>
      <para>Ter uitvoering van de uitspraak van de rechtbank heeft de Svb met een besluit van 9 oktober 2023 (bestreden besluit) opnieuw beslist op het bezwaar van appellante tegen het besluit van 31 oktober 2022. Het bezwaar is door de Svb opnieuw ongegrond verklaard. De Svb heeft hierbij overwogen dat de echtgenoot op de dag van zijn overlijden niet in Nederland woonde of werkte. Hij was niet vrijwillig verzekerd voor de ANW. Uit de nadere informatie van de CNSS<footnote-ref linkend="_8dbdcdb3-5a0c-4f52-b514-cfeda3e04581" /> blijkt dat de echtgenoot van appellante nooit verzekerd was voor de wetgeving in Marokko. </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Uitspraak van de rechtbank</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
      <para>2. De rechtbank heeft het beroep tegen het bestreden besluit ongegrond verklaard en daarmee het bestreden besluit in stand gelaten. De rechtbank heeft geoordeeld dat de echtgenoot niet verzekerd was voor de ANW. Hij woonde in Marokko toen hij overleed en werkte ook niet meer in Nederland. Op grond van de nadere gegevens van het CNSS stelt de rechtbank vast dat de echtgenoot van appellante in Marokko nooit verzekerd is geweest voor de socialezekerheidswetten.</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Standpunt van appellante</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
      <para>3. Appellante is het met de uitspraak van de rechtbank niet eens. Zij voert aan dat haar echtgenoot verzekerd was voor de AOW en dat zij zich in een slechte financiële situatie bevindt.</para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>Het oordeel van de Raad</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>4. De Raad beoordeelt of de rechtbank terecht het bestreden besluit in stand heeft gelaten aan de hand van wat appellante in hoger beroep heeft aangevoerd, de beroepsgronden. De Raad komt tot het oordeel dat het hoger beroep niet slaagt. De wettelijke regels die voor de beoordeling van het hoger beroep belangrijk zijn, zijn te vinden in de bijlage bij deze uitspraak.</para>
    </parablock>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>4.1.</nr>
      <para>Met de rechtbank is de Raad van oordeel dat de aanvraag voor een ANW-uitkering terecht is afgewezen. Zowel in het bestreden besluit als in de aangevallen uitspraak is uiteengezet waarom de aanvraag van appellante voor een ANW-uitkering moet worden afgewezen. De Raad onderschrijft het oordeel van de rechtbank en de overwegingen waarop dat oordeel berust. Wat appellante in hoger beroep heeft aangevoerd kan niet tot een ander oordeel leiden. De financiële situatie van appellante kan er niet toe leiden dat zij om die reden recht heeft op een ANW-uitkering.</para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>Conclusie en gevolgen</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>4.2.</nr>
      <para>Het hoger beroep slaagt dus niet. De aangevallen uitspraak wordt bevestigd. Dit betekent dat appellante geen recht heeft op een ANW-uitkering.</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>5. Omdat het hoger beroep niet slaagt krijgt appellante geen vergoeding voor haar proceskosten en het betaalde griffierecht. </para>
      </parablock>
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>BESLISSING</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De Centrale Raad van Beroep bevestigt de aangevallen uitspraak.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Deze uitspraak is gedaan door H. Lagas, in tegenwoordigheid van C.K. Teunissen als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 14 augustus 2025.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>						(getekend) H. Lagas</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>						(getekend) C.K. Teunissen</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Tegen deze uitspraak kunnen partijen binnen zes weken na de datum van verzending beroep in cassatie instellen bij de Hoge Raad der Nederlanden (Postbus 20303, 2500 EH Den Haag) ter zake van schending of verkeerde toepassing van bepalingen inzake het begrip verzekerde.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>DÉCISION</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>La Centrale Raad van Beroep (Cour d’Appel Centrale),</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>statue:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>confirme la décision attaquée.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Par conséquent, décidée par H. Lagas en présence de C.K. Teunissen en qualité de greffier, ainsi que prononcée en public le 14 août 2025.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>						(getekend) H. Lagas</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>						(getekend) C.K. Teunissen</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Les parties disposent d’un délai de six semaines á compter de la date d’envoi pour introduire un pourvoi en cassation contre cette décision devant la Cour de Cassation des Pays-Bas: Hoge Raad der Nederlanden (Postbus 20303, NL2500 EH ‘s-Gravenhage) au titre de la violation ou de la mauvaise application des dispositions concernant la notion de groupe d’assuré.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Bijlage: voor deze uitspraak belangrijke wettelijke regels </title>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Algemene nabestaandenwet </emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Artikel 1</emphasis>
      </para>
      <para>In deze wet en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder:</para>
      <para>(…)</para>
    </parablock>
    <para>nabestaande: de echtgenoot van degene, die op de dag van overlijden verzekerd is op grond van deze wet;</para>
    <para>(…)</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Artikel 13</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para>1. Verzekerd overeenkomstig de bepalingen van deze wet is degene, die</para>
    <para>a. ingezetene is;</para>
    <para>(…)</para>
    <para>3. Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kan, in afwijking van het eerste en tweede lid, uitbreiding dan wel beperking worden gegeven aan de kring van verzekerden.</para>
    <para>(…)</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Artikel 14</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para>1. Recht op nabestaandenuitkering heeft de nabestaande die:</para>
    <orderedlist numeration="loweralpha">
      <listitem>
        <para>een ongehuwd kind heeft, dat jonger is dan 18 jaar en niet tot het huishouden van een ander behoort; of</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>arbeidsongeschikt is </para>
      </listitem>
    </orderedlist>
    <para>(…)</para>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Algemeen Verdrag inzake sociale zekerheid tussen het Koninkrijk der Nederlanden en het Koninkrijk Marokko</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Artikel 22</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para>1. Wanneer een werknemer op wie dit Verdrag van toepassing is, op het tijdstip van zijn overlijden verzekerd is krachtens de Marokkaanse wettelijke regelingen, en tijdvakken van verzekering volgens de Nederlandse wettelijke regelingen inzake uitkeringen aan nagelaten betrekkingen heeft vervuld, kan zijn weduwe op een pensioen krachtens laatstgenoemde wettelijke regelingen aanspraak maken.</para>
    <para>(…)</para>
    <para />
  </section>
  <footnote id="_efdc11c7-4a0b-426a-8d25-7c9ec7a352ba" label="1">
    <para>1 Algemene Ouderdomswet.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_eb0c3eae-0bc8-45b3-9710-9301caeed4bd" label="2">
    <para>2 Algemene nabestaandenwet.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_c6d2c637-6026-40b9-a509-aab2c1affd40" label="3">
    <para>3 Uitspraak van 19 juli 2023, AMS 23/533 (niet gepubliceerd). </para>
  </footnote>
  <footnote id="_8dbdcdb3-5a0c-4f52-b514-cfeda3e04581" label="4">
    <para>4 La Caisse Nationale de Sécurité Sociale.</para>
  </footnote>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>