<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:CRVB:2025:1116</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2025-08-05T09:38:09</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2025-07-29</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Centrale_Raad_van_Beroep" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Centrale Raad van Beroep</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2025-07-09</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">23/2995 WLZ-PV</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#hogerBeroep">Hoger beroep</psi:procedure>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#procesverbaal">Proces-verbaal</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#bestuursrecht_socialezekerheidsrecht">Bestuursrecht; Socialezekerheidsrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:CRVB:2025:1116">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:CRVB:2025:1116</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2025-07-31T09:11:13</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2025-07-31</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:CRVB:2025:1116 Centrale Raad van Beroep , 09-07-2025 / 23/2995 WLZ-PV</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:CRVB:2025:1116:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Afwijzing aanvraag voor zorg op grond van de Wlz. De medisch adviseurs van het CIZ hebben in hun medische adviezen op inzichtelijke wijze onderbouwd dat bij appellante geen sprake is van ernstige, continue aanwezige, psychiatrische problematiek, met ernstige regiebeperkingen.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:CRVB:2025:1116:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <parablock>
    <para>23/2995 WLZ-PV</para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>Centrale Raad van Beroep</para>
    <para>Enkelvoudige kamer</para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>Proces-verbaal van de mondelinge uitspraak op het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Oost-Brabant van 21 september 2023, 23/1339 (aangevallen uitspraak)</para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>Partijen:</para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>
      [appellante] te [woonplaats] (appellante)</para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>Datum uitspraak: 9 juli 2025</para>
    <para>het CIZ </para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>Zitting heeft: L.M. Tobé, als lid van de enkelvoudige kamer</para>
    <para>Griffier: N. El Khabazi</para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>Namens appellante is verschenen mr. H. Akbaba, advocaat. Het CIZ heeft zich laten vertegenwoordigen door mr. J.E. Koedood.</para>
  </parablock>
  <section role="beslissing">
    <title>BESLISSING</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De Centrale Raad van Beroep bevestigt de aangevallen uitspraak.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Deze beslissing is uitgesproken in het openbaar. Zij is gebaseerd op de volgende overwegingen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>OVERWEGINGEN</title>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Inleiding</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>1. Bij de beoordeling van het hoger beroep zijn de volgende feiten en omstandigheden van belang.</para>
    </parablock>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>1.1.</nr>
      <para>Appellante, geboren in 1968, is bekend met psychische en lichamelijke klachten. In verband hiermee heeft zij een aanvraag gedaan voor zorg op grond van de Wet langdurige zorg (Wlz). </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.2.</nr>
      <para>Bij besluit van 26 september 2022, gehandhaafd bij beslissing op bezwaar van 24 april 2023 (bestreden besluit), heeft het CIZ de aanvraag van appellante afgewezen. Het CIZ heeft zich – onder verwijzing naar een medisch advies van 26 september 2022 – op het standpunt gesteld dat bij appellante alleen sprake is van de grondslag somatische aandoening en dat zij niet voldoet aan de in de Wlz opgenomen voorwaarden. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.3.</nr>
      <para>Het CIZ heeft in beroep, onder verwijzing naar een nader medisch advies van 21 augustus 2023, ook een grondslag psychische stoornis aangenomen. Dit leidt volgens het CIZ echter niet tot een recht op Wlz-zorg, omdat een blijvende noodzaak voor 24 uur per dag zorg in de nabijheid ter voorkoming van ernstig nadeel ontbreekt. </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Uitspraak van de rechtbank</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>2. De rechtbank heeft het beroep tegen het bestreden besluit ongegrond verklaard en daarmee het bestreden besluit in stand gelaten. De rechtbank heeft geoordeeld dat het CIZ de aanvraag van appellante om Wlz-zorg terecht heeft afgewezen. Daarbij heeft de rechtbank, kort samengevat, overwogen dat de adviezen van de medisch adviseurs van het CIZ zorgvuldig zijn, dat daaruit volgt dat van een blijvende noodzaak voor 24 uur per dag zorg in de nabijheid ter voorkoming van ernstig nadeel geen sprake is en dat appellante geen medische informatie heeft overgelegd waaruit volgt dat de medisch adviseurs haar situatie onjuist hebben ingeschat. </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>Het standpunt van appellante</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>3. Appellante heeft, samengevat, aangevoerd dat zij als gevolg van haar psychische klachten blijvend is aangewezen op 24 uur per dag zorg in de nabijheid ter voorkoming van ernstig nadeel. Zij heeft daarbij verwezen naar de informatie van GGzE. Ook wijst appellante erop dat zij voldoet aan de beschrijving van het zorgprofiel GGZ Wonen met intensieve begeleiding en verzorging. Zij dient daarom in aanmerking te komen voor zorg op grond van de Wlz.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Het oordeel van de Raad</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>4. De Raad beoordeelt of de rechtbank terecht het bestreden besluit in stand heeft gelaten aan de hand van wat appellante in hoger beroep heeft aangevoerd, de beroepsgronden. De Raad komt tot het oordeel dat het hoger beroep niet slaagt en overweegt daartoe het volgende. </para>
    </parablock>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>4.1.</nr>
      <para>De medisch adviseurs van het CIZ hebben in hun medische adviezen van 26 september 2022 en 21 augustus 2023 op inzichtelijke wijze onderbouwd dat bij appellante geen sprake is van ernstige, continue aanwezige, psychiatrische problematiek, met ernstige regiebeperkingen. Appellante is volgens de medisch adviseurs in staat om hulp te vragen en er bestaan geen medische bezwaren om de ingeroepen hulp af te wachten. Verder hebben de medisch adviseurs afdoende gemotiveerd dat er voor appellante, naast de reeds ingeschakelde hulp bij GGzE, nog meerdere mogelijkheden bestaan die haar situatie kunnen verbeteren. Hiervoor kan zij zich wenden tot het college van de gemeente van haar woonplaats op grond van de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015 of tot de zorgverzekeraar op grond van de Zorgverzekeringswet. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.2.</nr>
      <para>Wat appellante heeft aangevoerd leidt niet tot twijfel aan de juistheid van de onder 4.1 genoemde medische adviezen van het CIZ. Uit deze adviezen volgt dat appellante geen blijvende behoefte heeft aan permanent toezicht of 24 uur per dag zorg in de nabijheid ter voorkoming van ernstig nadeel, zoals bedoeld in artikel 3.2.1, eerste lid, van de Wlz. Appellante voldoet daarmee niet aan de voorwaarden voor zorg op grond van de Wlz. Naar het oordeel van de Raad heeft het CIZ de aanvraag van appellante voor Wlz-zorg daarom terecht afgewezen. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.3.</nr>
      <para>Het standpunt van appellante dat zij voldoet aan de beschrijving in het zorgprofiel ‘GGZ Wonen met intensieve begeleiding en verzorging’, kan, wat daarvan verder ook zij, niet tot een ander oordeel leiden. </para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>Conclusie en gevolgen</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>4.4.</nr>
      <para>De conclusie is dat het hoger beroep niet slaagt en dat de aangevallen uitspraak wordt bevestigd. </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>5. Omdat het hoger beroep niet slaagt krijgt appellante geen vergoeding voor haar proceskosten en het betaalde griffierecht.</para>
      </parablock>
      <para />
      <para />
      <parablock>
        <para>Waarvan proces-verbaal.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>De griffier 				Het lid van de enkelvoudige kamer</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>(getekend) N. El Khabazi		(getekend) L.M. Tobé</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>