<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:CRVB:2025:1097</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2025-08-05T09:46:43</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2025-07-25</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Centrale_Raad_van_Beroep" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Centrale Raad van Beroep</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2025-07-23</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">25/1334 WMO15</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#herziening">Herziening</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#bestuursrecht_socialezekerheidsrecht">Bestuursrecht; Socialezekerheidsrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:CRVB:2025:1097">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:CRVB:2025:1097</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2025-07-31T07:40:31</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2025-07-31</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:CRVB:2025:1097 Centrale Raad van Beroep , 23-07-2025 / 25/1334 WMO15</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:CRVB:2025:1097:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Verzoek herziening uitspraak voorzieningenrechter. Tegen een dergelijke uitspraak staat niet het bijzondere rechtsmiddel van herziening open. Raad niet bevoegd.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:CRVB:2025:1097:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <parablock>
    <para>25/1334 WMO15</para>
    <para>Centrale Raad van Beroep</para>
    <para>Enkelvoudige kamer</para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>Uitspraak op het verzoek om herziening van de uitspraak van de voorzieningenrechter van de Raad van 25 juni 2025, 25/1116 WMO15-VV</para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>Partijen:</para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>
      [verzoeker] te [woonplaats] (verzoeker)</para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>het college van burgemeester en wethouders van Groningen (college)</para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>Datum uitspraak: 23 juli 2025</para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>
      <emphasis role="bold">PROCESVERLOOP</emphasis>
    </para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>Verzoeker heeft op 26 juni 2025 een verzoek ingediend om herziening van de uitspraak van de voorzieningenrechter van de Raad van 25 juni 2025.<footnote-ref linkend="_d2535ced-400d-4ab6-a0f4-fcfea8592bd3" /> In die uitspraak is met toepassing van artikel 8:84 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) het verzoek van verzoeker nietontvankelijk verklaard, omdat niet is voldaan aan het materiële connexiteitsvereiste. </para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 16 juli 2025. Verzoeker is verschenen. Het college heeft via videobellen aan de zitting deelgenomen en zich laten vertegenwoordigen door mr. M.S. Smith en R. Weessies.</para>
  </parablock>
  <section>
    <title>OVERWEGINGEN</title>
    <para />
    <para>1. De voorzieningenrechter van de Raad heeft in de uitspraak van 25 juni 2025 het door verzoeker ingediende verzoek om een voorlopige voorziening niet-ontvankelijk verklaard, omdat niet is voldaan aan het materiële connexiteitsvereiste.</para>
    <para />
    <para>2. Verzoeker heeft een verzoek om herziening gedaan van de uitspraak van 25 juni 2025.</para>
    <para />
    <para>3. De Raad stelt vast dat de uitspraak, waarvan verzoeker herziening heeft gevraagd, tot stand is gekomen met toepassing van artikel 8:81, eerste lid, in verbinding met artikel 8:84, tweede lid, van de Awb. Ten aanzien van een dergelijke uitspraak kan niet het bijzondere rechtsmiddel van herziening in de zin van artikel 8:119 van de Awb worden ingeroepen. Dit heeft de Raad eerder overwogen.<footnote-ref linkend="_3ab14c2c-3610-48ef-81a4-3f2d826fa630" /></para>
    <para />
    <para>4. Uit het voorgaande volgt dat de Raad niet bevoegd is om het verzoek om herziening inhoudelijk te beoordelen. </para>
    <para />
    <para>5. Voor een proceskostenveroordeling ziet de Raad geen aanleiding</para>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>BESLISSING</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De Centrale Raad van Beroep verklaart zich onbevoegd. </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Deze uitspraak is gedaan door K.M.P. Jacobs, in tegenwoordigheid van N. El Khabazi als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 23 juli 2025.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>						(getekend) K.M.P. Jacobs</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>						(getekend) N. El Khabazi</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Bijlage: voor deze uitspraak belangrijke wettelijke regels</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Algemene wet bestuursrecht</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Artikel 8:81, eerste lid </emphasis>
      </para>
      <para>Indien tegen een besluit bij de bestuursrechter beroep is ingesteld dan wel, voorafgaand aan een mogelijk beroep bij de bestuursrechter, bezwaar is gemaakt of administratief beroep is ingesteld, kan de voorzieningenrechter van de bestuursrechter die bevoegd is of kan worden in de hoofdzaak, op verzoek een voorlopige voorziening treffen indien onverwijlde spoed, gelet op de betrokken belangen, dat vereist.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Artikel 8:84, eerste lid</emphasis>
      </para>
      <para>De voorzieningenrechter doet zo spoedig mogelijk schriftelijk of mondeling uitspraak. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Artikel 8:84, tweede lid</emphasis>
      </para>
      <para>De uitspraak strekt tot:</para>
    </parablock>
    <orderedlist numeration="loweralpha">
      <listitem>
        <para>onbevoegdverklaring van de voorzieningenrechter,</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>niet-ontvankelijkverklaring van het verzoek,</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>afwijzing van het verzoek, of</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>gehele of gedeeltelijke toewijzing van het verzoek.</para>
      </listitem>
    </orderedlist>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Artikel 8:119, eerste lid</emphasis>
      </para>
      <para>De bestuursrechter kan op verzoek van een partij een onherroepelijk geworden uitspraak herzien op grond van feiten en omstandigheden die:</para>
    </parablock>
    <orderedlist numeration="loweralpha">
      <listitem>
        <para>hebben plaatsgevonden vóór de uitspraak,</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>ij de indiener van het verzoekschrift vóór de uitspraak niet bekend waren en redelijkerwijs niet bekend konden zijn, en</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>waren zij bij de bestuursrechter eerder bekend geweest, tot een andere uitspraak zouden hebben kunnen leiden.</para>
      </listitem>
    </orderedlist>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Artikel 8:119, tweede lid</emphasis>
      </para>
      <para>(…) titel 8.3 en titel 8.5, (…) zijn voor zover nodig van overeenkomstige toepassing. </para>
    </parablock>
  </section>
  <footnote id="_d2535ced-400d-4ab6-a0f4-fcfea8592bd3" label="1">
    <para> ECLI:NL:CRVB:2025:942. </para>
  </footnote>
  <footnote id="_3ab14c2c-3610-48ef-81a4-3f2d826fa630" label="2">
    <para> Zie de uitspraken van 18 juni 1998, ECLI:NL:CRVB:1998:ZB7689 en van 6 juli 2021, ECLI:NL:CRVB:2021:1646. </para>
  </footnote>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>