<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:CRVB:2025:1093</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2025-08-14T14:19:36</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2025-07-24</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Centrale_Raad_van_Beroep" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Centrale Raad van Beroep</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2025-07-16</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">24/770 WIA</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#proceskostenveroordeling">Proceskostenveroordeling</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#bestuursrecht_socialezekerheidsrecht">Bestuursrecht; Socialezekerheidsrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:CRVB:2025:1093">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:CRVB:2025:1093</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2025-08-14T14:18:20</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2025-08-14</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:CRVB:2025:1093 Centrale Raad van Beroep , 16-07-2025 / 24/770 WIA</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:CRVB:2025:1093:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Proceskostenveroordeling na intrekking hoger beroep.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:CRVB:2025:1093:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <parablock>
    <para>24/770 WIA</para>
    <para>Centrale Raad van Beroep</para>
    <para>Enkelvoudige kamer</para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>Uitspraak als bedoeld in de artikelen 8:75a en 8:108 van de Algemene wet bestuursrecht in verband met het beroep tegen het besluit van 19 februari 2024</para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>Partijen:</para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>
      [appellant] te [woonplaats] (appellant)</para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (Uwv)</para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>Datum uitspraak: 16 juli 2025 </para>
    <para>
      <emphasis role="bold">PROCESVERLOOP</emphasis>
    </para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>Namens appellant heeft mr. B. van Dijk, advocaat, beroep ingesteld.</para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>Bij brief van  10 april 2025 heeft mr. Van Dijk namens appellant het beroep ingetrokken en gelijktijdig aan de Raad verzocht het Uwv te veroordelen in de proceskosten.</para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>Het Uwv heeft geen gebruik gemaakt van de gelegenheid een verweerschrift in te dienen.</para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>Onder toepassing van artikel 8:57 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) is het onderzoek ter zitting achterwege gelaten. Vervolgens is het onderzoek gesloten.</para>
  </parablock>
  <section role="overwegingen">
    <title>OVERWEGINGEN</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Artikel 8:75a, eerste lid, eerste volzin, van de Awb bepaalt dat in geval van intrekking van het beroep omdat het bestuursorgaan geheel of gedeeltelijk aan de indiener van het beroepschrift is tegemoetgekomen, het bestuursorgaan op verzoek van de indiener bij afzonderlijke uitspraak met toepassing van artikel 8:75 van de Awb in de kosten kan worden veroordeeld. Ingevolge artikel 8:108, eerste lid, van de Awb is deze bepaling van overeenkomstige toepassing op het hoger beroep.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Bij uitspraak van 31 januari 2024<footnote-ref linkend="_ce3d05b0-c0d2-49d0-a2ad-66e63a730552" /> heeft de Raad de uitspraak van de rechtbank NoordNederland van 10 december 2019 (19/58) vernietigd, het Uwv opgedragen een nieuwe beslissing op bezwaar te nemen en bepaald dat beroep tegen de nieuw te nemen beslissing slechts bij de Raad kan worden ingesteld. Verder heeft de Raad het Uwv veroordeeld in de proceskosten van appellant in beroep en in hoger beroep en bepaald dat het Uwv het in beroep en hoger beroep betaalde griffierecht aan appellant vergoedt.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Bij besluit van 19 februari 2024 heeft het Uwv opnieuw op het bezwaar beslist. Namens appellant heeft mr. Van Dijk hiertegen beroep bij de Raad ingesteld en de gronden van dit beroep ingediend. Het Uwv heeft een verweerschrift ingediend.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Bij besluit van 2 april 2025 heeft het Uwv een gewijzigde beslissing op het bezwaar genomen en aan appellant met ingang van 26 september 2017 alsnog een IVA-uitkering op grond van de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen toegekend.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Namens appellant is het hoger beroep ingetrokken omdat het Uwv met de gewijzigde beslissing op bezwaar van 2 april 2025 aan het beroep van appellant is tegemoetgekomen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Proceskosten</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De Raad ziet aanleiding het Uwv te veroordelen in de kosten die appellant in verband met de behandeling van het beroep redelijkerwijs heeft moeten maken. De kosten worden, op grond van het Besluit proceskosten bestuursrecht, begroot op € 907,- (1 punt voor het indienen van het beroepschrift met een wegingsfactor 1). </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Griffierecht</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het Uwv dient het door appellant in beroep betaalde griffierecht te vergoeden. </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>BESLISSING</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De Centrale Raad van Beroep</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para>- veroordeelt het Uwv in de kosten van appellant tot een bedrag van € 907,-;</para>
    <para>- bepaalt dat het Uwv het door appellante betaalde griffierecht van € 51,- vergoedt.</para>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Deze uitspraak is gedaan door E.J.J.M. Weyers, in tegenwoordigheid van S. Pouw als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 16 juli 2025.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>					(getekend) E.J.J.M. Weyers</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>					(getekend) S. Pouw</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <footnote id="_ce3d05b0-c0d2-49d0-a2ad-66e63a730552" label="1">
    <para>CRvB 31 januari 2024, ECLI:NL:CRVB:2024:197.</para>
  </footnote>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>