<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:CRVB:2025:1077</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2025-09-17T15:03:52</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2025-07-22</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Centrale_Raad_van_Beroep" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Centrale Raad van Beroep</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2025-07-08</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">23/42 PW-PV-S</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#procesverbaal">Proces-verbaal</psi:procedure>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#schadevergoedingsuitspraak">Schadevergoedingsuitspraak</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#bestuursrecht_socialezekerheidsrecht">Bestuursrecht; Socialezekerheidsrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:CRVB:2025:1077">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:CRVB:2025:1077</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2025-08-05T14:00:12</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2025-08-05</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:CRVB:2025:1077 Centrale Raad van Beroep , 08-07-2025 / 23/42 PW-PV-S</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:CRVB:2025:1077:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Deze uitspraak is gerectificeerd. De gerectificeerde tekst is opgenomen in ECLI:NL:CRVB:2025 1262, onderstaande tekst is niet meer geldig.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:CRVB:2025:1077:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <section>
    <title>
      <nr>23</nr>42 PW-PV-S</title>
    <parablock>
      <para>Centrale Raad van Beroep</para>
      <para>Meervoudige kamer</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Proces-verbaal van de mondelinge uitspraak op het verzoek om veroordeling tot vergoeding van schade</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Partijen:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        [verzoeker 1] en [verzoeker 2] te [woonplaats] (verzoekers)</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>het college van burgemeester en wethouders van Enschede (college)</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>de Staat der Nederlanden (minister van Justitie en Veiligheid) (Staat)</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Datum uitspraak: 8 juli 2025</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Zitting hebben: J.T.H. Zimmerman als voorzitter en M. Wolfrat en K.M.P. Jacobs als leden</para>
      <para>Griffier: M.S. van Veller</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>BESLISSING</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De Centrale Raad van Beroep</para>
    </parablock>
    <para />
    <itemizedlist mark="-">
      <listitem>
        <para>veroordeelt de Staat der Nederlanden (minister van Justitie en Veiligheid) tot betaling aan verzoekers van een vergoeding van schade tot een bedrag van € 1.000,-;</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>veroordeelt de Staat der Nederlanden (minister van Justitie en Veiligheid) in de proceskosten van verzoekers tot een bedrag van € 453,50.</para>
      </listitem>
    </itemizedlist>
    <para />
    <parablock>
      <para>Deze beslissing is uitgesproken in het openbaar. Zij is gebaseerd op de volgende overwegingen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Namens verzoekers heeft mr. K.E.J. Dohmen, advocaat, hoger beroep ingesteld tegen de uitspraak van rechtbank Limburg van 23 november 2022 (21/1303), in het geding tussen verzoekers en het college.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 8 juli 2025. Namens verzoekers is mr. Dohmen verschenen. Het college heeft zich laten vertegenwoordigen door mr. E.M.J. Peerbooms.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Aan het einde van de behandeling ter zitting heeft mr. Dohmen – gelet op het besprokene – namens verzoekers het hoger beroep ingetrokken en daarbij verzocht om een schadevergoeding wegens overschrijding van de redelijke termijn.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Naar aanleiding van dit verzoek heeft de Raad de Staat als partij aangemerkt.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>1. De redelijke termijn is voor een procedure in drie instanties in zaken zoals deze, in beginsel niet overschreden als die procedure in haar geheel niet langer dan vier jaar heeft geduurd. De behandeling van het bezwaar mag ten hoogste een half jaar, de behandeling van het beroep ten hoogste anderhalf jaar en de behandeling van het hoger beroep ten hoogste twee jaar duren, terwijl doorgaans geen sprake is van een te lange behandelingsduur in de rechterlijke fase in haar geheel als deze niet meer dan drie en een half jaar heeft geduurd. De omstandigheden van het geval kunnen aanleiding geven een langere behandelingsduur te rechtvaardigen. In beginsel is een vergoeding gepast van € 500,- per half jaar of gedeelte daarvan waarmee de redelijke termijn is overschreden.<footnote-ref linkend="_91c6e7c6-1c46-4488-afb2-1faccc653ca3" /></para>
    <para />
    <para>2. In het voorliggende geval is de redelijke termijn overschreden en zoals ter zitting is besproken ligt deze overschrijding volledig in de rechterlijke fase. De redelijke termijn is met meer dan zes maanden en minder dan twaalf maanden overschreden. Volgens vaste rechtspraak leidt dit tot een schadevergoeding van € 1.000,-.</para>
    <para />
    <para>3. De Staat wordt veroordeeld in de proceskosten van verzoekers in verband met het indienen van het verzoek om schadevergoeding ter zitting. Die kosten worden begroot op een bedrag van € 453,50 (een punt voor het indienen van het schadeverzoek met een wegingsfactor van 0,5).</para>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Waarvan proces-verbaal.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De griffier					De voorzitter</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>(getekend) M.S. van Veller			(getekend) J.T.H. Zimmerman</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <footnote id="_91c6e7c6-1c46-4488-afb2-1faccc653ca3" label="1">
    <para> Zie de uitspraak van 26 januari 2009, ECLI:NL:CRVB:2009:BH1009.</para>
  </footnote>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>