<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:CRVB:2024:91</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2024-01-19T09:06:51</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2024-01-17</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Centrale_Raad_van_Beroep" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Centrale Raad van Beroep</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2024-01-17</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">22/1735 WIA</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#hogerBeroep">Hoger beroep</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#bestuursrecht_socialezekerheidsrecht">Bestuursrecht; Socialezekerheidsrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:CRVB:2024:91">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:CRVB:2024:91</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2024-01-19T09:02:50</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2024-01-19</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:CRVB:2024:91 Centrale Raad van Beroep , 17-01-2024 / 22/1735 WIA</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:CRVB:2024:91:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Met de beslissing op bezwaar van 18 oktober 2023 is het Uwv volledig tegemoetgekomen aan de bezwaren van appellant. Appellant heeft het beroep ingetrokken. Het Uwv wordt veroordeeld in de kosten van het hoger beroep.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:CRVB:2024:91:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <para />
    <parablock>
      <para>Datum uitspraak: 17 januari 2024</para>
      <para>22/1735 WIA</para>
      <para>Centrale Raad van Beroep</para>
      <para>Enkelvoudige kamer</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Uitspraak als bedoeld in de artikelen 8:75a en 8:108 van de Algemene wet bestuursrecht in verband met het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Rotterdam van 21 april 2022, 21/4457 (aangevallen uitspraak)</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Partijen:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        [appellant] te [woonplaats] (appellant)</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (Uwv)</para>
    </parablock>
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section role="procesverloop">
    <title>PROCESVERLOOP</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Namens appellant heeft mr. S. Ben Ahmed, advocaat, hoger beroep ingesteld.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het Uwv heeft een verweerschrift ingediend.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Partijen hebben nadere stukken ingezonden.</para>
      <para>
        <?linebreak?>Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 27 juli 2023. Appellant is verschenen, bijgestaan door mr. Ben Ahmed en vergezeld door zijn echtgenote. Het Uwv heeft zich laten vertegenwoordigen door mr. J.H. van Riet.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De Raad heeft het onderzoek heropend en vragen gesteld aan het Uwv. In reactie daarop heeft het Uwv op 18 oktober 2023 een nieuwe beslissing op bezwaar genomen. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Appellant heeft het hoger beroep ingetrokken en gelijktijdig aan de Raad verzocht om het Uwv te veroordelen tot vergoeding van de kosten van bezwaar, beroep en hoger beroep en het door hem betaalde griffierecht. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het Uwv heeft geen gebruik gemaakt van de gelegenheid een verweerschrift in te dienen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Onder toepassing van artikel 8:57 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) is het onderzoek ter zitting achterwege gelaten. Vervolgens is het onderzoek gesloten.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>OVERWEGINGEN</title>
    <para />
    <para>1. Artikel 8:75a, eerste lid, eerste volzin, van de Awb bepaalt dat in geval van intrekking van het beroep omdat het bestuursorgaan geheel of gedeeltelijk aan de indiener van het beroepschrift is tegemoetgekomen, het bestuursorgaan op verzoek van de indiener bij afzonderlijke uitspraak met toepassing van artikel 8:75 van de Awb in de kosten kan worden veroordeeld. Ingevolge artikel 8:108, eerste lid, van de Awb is deze bepaling van overeenkomstige toepassing op het hoger beroep.</para>
    <para />
    <para>2. Vastgesteld wordt dat het Uwv bij de beslissing op bezwaar van 18 oktober 2023 het bezwaar tegen het (primaire) besluit van 3 december 2020 gegrond heeft verklaard en appellant met ingang van 27 augustus 2020 een IVA-uitkering op grond van de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen heeft toegekend. Het Uwv heeft ook de kosten van bezwaar tot een bedrag van € 1.094, - vergoed. Hiermee is het Uwv tegemoetgekomen aan de bezwaren van appellant. </para>
    <para />
    <para>3. Het Uwv wordt veroordeeld in de kosten die appellant in verband met de behandeling van het hoger beroep redelijkerwijs heeft moeten maken. De kosten van bezwaar heeft het Uwv vergoed en de rechtbank heeft bij de aangevallen uitspraak het Uwv veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten in beroep. De proceskosten in hoger beroep worden begroot op € 2.187,50 (1 punt voor het hoger beroepschrift, 1 punt voor het verschijnen ter zitting en 0,5 punt voor het geven van een zienswijze op de nieuwe beslissing op bezwaar met een waarde per punt van € 875,-). </para>
    <para />
    <para>4. Ook zal de Raad bepalen dat het Uwv aan appellant het door hem in hoger beroep betaalde griffierecht van € 136,- vergoedt. </para>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>BESLISSING</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De Centrale Raad van Beroep </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <itemizedlist mark="-">
      <listitem>
        <para>veroordeelt het Uwv in de proceskosten van appellant in hoger beroep tot een bedrag van <?linebreak?>€ 2.187,50;</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>bepaalt dat het Uwv aan appellant het door hem in hoger beroep betaalde griffierecht van <?linebreak?>€ 136,- vergoedt. </para>
      </listitem>
    </itemizedlist>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Deze uitspraak is gedaan door S. Slijkhuis, in tegenwoordigheid van M.D.F. de Moor als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 17 januari 2024.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>					(getekend) S. Slijkhuis</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>					(getekend) M.D.F. de Moor</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>