<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:CRVB:2024:897</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2024-05-16T19:46:45</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2024-05-08</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Centrale_Raad_van_Beroep" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Centrale Raad van Beroep</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2024-05-01</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">23/2262 ZW</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#hogerBeroep">Hoger beroep</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#bestuursrecht_socialezekerheidsrecht">Bestuursrecht; Socialezekerheidsrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:CRVB:2024:897">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:CRVB:2024:897</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2024-05-10T13:47:15</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2024-05-10</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:CRVB:2024:897 Centrale Raad van Beroep , 01-05-2024 / 23/2262 ZW</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:CRVB:2024:897:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Afwijzing verzoek om herziening van de uitspraak van de Raad van 11 mei 2023. Onherroepelijk geworden uitspraak. Niet voldaan aan de strikte voorwaarden van artikel 8:119, eerste lid, verzekeringsarts de Awb. Verzoeker beoogt in feite een hernieuwde discussie te voeren over de beoordeling van de Raad in de uitspraak van 11 mei 2023. Het rechtsmiddel van herziening kan daar niet toe strekken.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:CRVB:2024:897:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>23/2262 ZW 		</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Datum uitspraak: 1 mei 2024</para>
      <para>Centrale Raad van Beroep</para>
      <para>Enkelvoudige kamer</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Uitspraak op het verzoek om herziening van de uitspraak van de Raad van 11 mei 2023, 22/1757</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Partijen:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        [verzoeker] te [woonplaats] (verzoeker)</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (Uwv)</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <bridgehead role="bold">SAMENVATTING </bridgehead>
    <para>
      <?linebreak?>In deze zaak gaat het om de vraag of aanleiding aanwezig is de uitspraak van de Raad van 11 mei 2023 te herzien.</para>
    <para />
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section role="procesverloop">
    <title>PROCESVERLOOP  <?linebreak?></title>
    <para>Verzoeker heeft verzocht om herziening van de uitspraak van de Raad van 11 mei 2023.<footnote-ref linkend="_e64ad6f4-0f39-4bc9-ade1-8880310e0596" /></para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het Uwv heeft een inhoudelijke reactie gegeven op het verzoek.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Verzoeker heeft een nader stuk ingediend.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De Raad heeft de zaak behandeld op een zitting van 20 maart 2024. Verzoeker is verschenen. Het Uwv heeft zich niet laten vertegenwoordigen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <bridgehead>OVERWEGINGEN </bridgehead>
  <section>
    <title>
      <?linebreak?>Inleiding </title>
    <para>1. <?linebreak?>Met de uitspraak van de Raad is de besluitvorming van het Uwv, die ziet op de beëindiging van de uitkering op grond van de Ziektewet per 6 juli 2020, in rechte komen vast te staan.</para>
    <para />
    <para>2. Verzoeker heeft de Raad verzocht om herziening van deze uitspraak. Verzoeker heeft aangevoerd dat de Raad in zijn uitspraak voorbij is gegaan aan de kern van het geschil en dit geschil dan ook niet heeft beslecht. Volgens verzoeker heeft de Raad in de uitspraak blijk gegeven van een onjuiste opvatting van de grondslag van het hoger beroep en is niet toegekomen aan het innemen van een standpunt over de Functionele Mogelijkhedenlijst (FML) of over het arbeidsongeschiktheidspercentage, omdat de onderbouwing daarvan geheel ontbreekt. Verzoeker heeft aangevoerd dat in de Raad in de uitspraak ondanks de wettelijke verplichting daartoe, niet heeft gereageerd op de 30 à 40 motiveringsverzoeken die hij had ingediend en dat de Raad ten onrechte vrijwel alle gronden die verzoeker had aangevoerd buiten beschouwing heeft gelaten, evenals de stukken die hij had ingediend. Volgens verzoeker is de Raad met de uitspraak tekortgeschoten in zijn rechtsbescherming jegens hem en dient de Raad dan ook als laatste instantie, al dan niet ambtshalve, terug te komen van zijn uitspraak.</para>
    <para>3. Het Uwv heeft zich op het standpunt gesteld dat het verzoek moet worden afgewezen.</para>
  </section>
  <section>
    <title>Het oordeel van de Raad </title>
    <paragroup>
      <nr>4.1.</nr>
      <para>Op grond van artikel 8:119 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) kan de bestuursrechter op verzoek van een partij een onherroepelijk geworden uitspraak herzien op grond van feiten of omstandigheden die:</para>
      <para />
      <para>a. hebben plaatsgevonden vóór de uitspraak;</para>
      <para>b. bij de indiener van het verzoekschrift vóór de uitspraak niet bekend waren en redelijkerwijs niet bekend konden zijn; en</para>
      <para>c. waren zij bij de bestuursrechter eerder bekend geweest, tot een andere uitspraak zouden hebben kunnen leiden.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.2.</nr>
      <para>Volgens vaste rechtspraak van de Raad<footnote-ref linkend="_6b28ad95-6d7c-4216-a253-0a61ee928a1a" /> dient het bijzondere rechtsmiddel van herziening er niet toe om een hernieuwde discussie te voeren, noch om een discussie over de betreffende uitspraak te openen, maar om een rechterlijke uitspraak die berust op een naderhand onjuist gebleken feitelijk uitgangspunt te herstellen. In beginsel kunnen slechts aangelegenheden van feitelijke aard tot herziening leiden. Dit kan alleen indien is voldaan aan de strikte voorwaarden van artikel 8:119, eerste lid, verzekeringsarts de Awb.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.3.</nr>
      <para>Verzoeker heeft geen feiten of omstandigheden naar voren gebracht als onder 4.1 bedoeld. In feite beoogt verzoeker een hernieuwde discussie te voeren over de beoordeling van de Raad in de uitspraak van 11 mei 2023. Uit de overweging onder 4.2 volgt dat het rechtsmiddel van herziening daar niet toe kan strekken. Het verzoek om herziening zal daarom worden afgewezen.</para>
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <?linebreak?>Conclusie en gevolgen <?linebreak?></title>
    <para>5. Uit 4.3 volgt dat het verzoek om herziening wordt afgewezen.</para>
    <para />
    <para>6. Voor een veroordeling in de proceskosten is geen aanleiding.</para>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>BESLISSING <?linebreak?></title>
    <para>De Centrale Raad van Beroep wijst het verzoek om herziening af. </para>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Deze uitspraak is gedaan door M.E. Fortuin, in tegenwoordigheid van A.M. Korver als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 1 mei 2024. </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>					(getekend) M. E. Fortuin</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>					(getekend) A.M. Korver</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <footnote id="_e64ad6f4-0f39-4bc9-ade1-8880310e0596" label="1">
    <para>ECLI:NL:CRVB:2023:2533.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_6b28ad95-6d7c-4216-a253-0a61ee928a1a" label="2">
    <para> Zie bijvoorbeeld de uitspraken van 26 mei 2015, ECLI:NL:CRVB:2015:1615 en 8 april 2020, ECLI:NL:CRVB:2020:906. </para>
  </footnote>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>