<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:CRVB:2024:879</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2024-05-08T17:14:01</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2024-05-07</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Centrale_Raad_van_Beroep" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Centrale Raad van Beroep</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2024-04-26</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">23/2111 AOW</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#hogerBeroep">Hoger beroep</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#bestuursrecht_socialezekerheidsrecht">Bestuursrecht; Socialezekerheidsrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:CRVB:2024:879">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:CRVB:2024:879</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2024-05-08T17:11:24</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2024-05-08</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:CRVB:2024:879 Centrale Raad van Beroep , 26-04-2024 / 23/2111 AOW</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:CRVB:2024:879:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>De Raad verklaart zich onbevoegd.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:CRVB:2024:879:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <para />
    <parablock>
      <para>23/2111 AOW</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Datum uitspraak: 26 april 2024 </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Centrale Raad van Beroep</para>
      <para>Enkelvoudige kamer</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Uitspraak op het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Amsterdam van 17 mei 2023, 22/4473 (aangevallen uitspraak)</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Partijen:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        [appellante] te [woonplaats] (appellante)</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>de Raad van bestuur van de Sociale verzekeringsbank (Svb)</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">SAMENVATTING</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De Raad is onbevoegd om kennis te nemen van het door appellante ingestelde hoger beroep.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section role="procesverloop">
    <title>PROCESVERLOOP</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Appellante heeft hoger beroep ingesteld. De Svb heeft een verweerschrift ingediend.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 15 maart 2024. Appellante is niet verschenen. De Svb heeft zich laten vertegenwoordigen door mr. K. Verbeek.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>OVERWEGINGEN</title>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Inleiding</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>1. Bij de beoordeling van het hoger beroep zijn de volgende feiten en omstandigheden van belang.</para>
    </parablock>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>1.1.</nr>
      <para>Bij besluit van 8 oktober 2020 heeft de Svb aan appellante meegedeeld dat het besluit van 14 augustus 2014, waarbij een aanvraag om uitkering op grond van de ANW<footnote-ref linkend="_15061cec-0fb4-4264-ab10-dd7492199ae2" /> is afgewezen, niet wordt herzien. Bij beslissing op bezwaar van 18 februari 2021 heeft de Svb het bezwaar tegen dat besluit ongegrond verklaard. Het besluit van 14 augustus 2014 is niet onmiskenbaar onjuist omdat de partner van appellante op de datum van zijn overlijden niet verzekerd was voor de Anw, aldus de Svb in de beslissing op bezwaar van 18 februari 2021.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.2.</nr>
      <para>Appellante heeft beroep ingesteld tegen het besluit van 18 februari 2021. Bij uitspraak van 21 januari 2022 heeft de rechtbank met toepassing van artikel 8:54 van de Awb<footnote-ref linkend="_868fc645-b037-45c4-9db8-6bd7f64fb390" /> dat beroep niet-ontvankelijk verklaard wegens het niet betalen van het griffierecht.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.3.</nr>
      <para>Appellante heeft verzet gedaan tegen de uitspraak van 21 januari 2022. Bij uitspraak van 22 juni 2022 heeft de rechtbank dat verzet onder toepassing van artikel 8:55, zevende lid, van de Awb ongegrond verklaard. De rechtbank heeft daartoe overwogen dat het griffierecht te laat is betaald en dat het verzoek om vrijstelling voor het betalen van griffierecht niet tijdig is gedaan.</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">De aangevallen uitspraak</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
      <para>2. Appellante heeft verzocht om herziening van de uitspraak van de rechtbank van 22 juni 2022. Bij de aangevallen uitspraak heeft de rechtbank dat verzoek afgewezen. Daartoe heeft de rechtbank overwogen dat de door appellante gegeven reden voor herziening niet past in het wettelijk gestelde kader van artikel 8:119, eerste lid, van de Awb. Hetgeen appellante heeft aangevoerd kan derhalve niet leiden tot herziening van de uitspraak van 22 juni 2022. </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Het standpunt van appellant</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
      <para>3. Appellante heeft de Raad verzocht de uitspraak van de rechtbank ongedaan te maken. Zij is weduwe en heeft kinderen te verzorgen. Zij vraagt om financiële hulp omdat haar overleden echtgenoot recht had op AOW-pensioen.<footnote-ref linkend="_37998bf2-552c-474c-8113-b09531729d75" /></para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Het oordeel van de Raad</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.1.</nr>
      <para>Vanuit het oogpunt van rechtsbescherming en rechtseenheid acht de Raad zich bevoegd kennis te nemen van een tegen een uitspraak van de rechtbank op een herzieningsverzoek ingesteld hoger beroep, ongeacht of de rechtbank inwilligend dan wel afwijzend op het desbetreffende herzieningsverzoek heeft beslist. Dit is anders als het herzieningsverzoek waarop de rechtbank heeft beslist betrekking heeft op een uitspraak als bedoeld in artikel 8:104, tweede en vierde lid, van de Awb. Daartegen kan geen hoger beroep worden ingesteld omdat aldus immers de door de wetgever bepaalde beperking van de hoger beroepsmogelijkheden zou worden doorbroken.<footnote-ref linkend="_910643bf-a8d7-4f67-b4f7-d88d222744f5" /></para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.2.</nr>
      <para>Het herzieningsverzoek waarop de rechtbank heeft beslist heeft betrekking op een uitspraak als bedoeld in artikel 8:55, zevende lid, van de Awb. Daartegen kan op grond van artikel 8:104, tweede lid, aanhef en onder c, van de Awb geen hoger beroep worden ingesteld. Tegen de aangevallen uitspraak kan daarom geen hoger beroep worden ingesteld.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.3.</nr>
      <para>Nu hoger beroep niet mogelijk is, zal de Raad zich onbevoegd verklaren.</para>
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>BESLISSING</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De Centrale Raad van Beroep verklaart zich onbevoegd.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Deze uitspraak is gedaan door E.E.V. Lenos, in tegenwoordigheid van S.S. Blok als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 26 april 2024.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>						(getekend) E.E.V. Lenos</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>						(getekend) S.S. Blok</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Dictum in het Frans</title>
    <para />
    <para />
    <paragroup>
      <para>
        <emphasis role="bold">III. DÉCISION</emphasis>
      </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>La Centrale Raad van Beroep (Cour d'Appel Centrale); </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>statue: </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Se déclare incompétente.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Par conséquent, décidée par E.E.V. Lenos comme membre, en présence de S.S. Blok en qualité de greffier, ainsi que prononcée en public, le 26 avril 2024.</para>
      </parablock>
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <footnote id="_15061cec-0fb4-4264-ab10-dd7492199ae2" label="1">
    <para> Algemene nabestaandenwet</para>
  </footnote>
  <footnote id="_868fc645-b037-45c4-9db8-6bd7f64fb390" label="2">
    <para> Algemene wet bestuursrecht</para>
  </footnote>
  <footnote id="_37998bf2-552c-474c-8113-b09531729d75" label="3">
    <para> Ouderdomspensioen op grond van de Algemene Ouderdomswet</para>
  </footnote>
  <footnote id="_910643bf-a8d7-4f67-b4f7-d88d222744f5" label="4">
    <para> Zie CRvB 26 februari 2020, ECLI:NL:CRVB:2020:469</para>
  </footnote>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>