<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:CRVB:2024:870</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2024-05-14T12:37:25</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2024-05-07</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Centrale_Raad_van_Beroep" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Centrale Raad van Beroep</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2024-04-30</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">22/2957 PW-PV</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#hogerBeroep">Hoger beroep</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#bestuursrecht_socialezekerheidsrecht">Bestuursrecht; Socialezekerheidsrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:CRVB:2024:870">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:CRVB:2024:870</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2024-05-09T19:51:24</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2024-05-14</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:CRVB:2024:870 Centrale Raad van Beroep , 30-04-2024 / 22/2957 PW-PV</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:CRVB:2024:870:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Geen ontheffing arbeidsverplichtingen op grond van duurzame en volledige arbeidsongeschiktheid. Het ligt op de weg van appellant om aannemelijk te maken dat hij voldoet aan de voorwaarden voor ontheffing en is het daarom in eerste instantie aan hem om het college te voorzien van medische gegevens die zijn standpunt onderbouwen. Appellant heeft echter geen enkel medisch stuk verstrekt dat erop kan wijzen dat sprake is van duurzame en volledige arbeidsongeschiktheid.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:CRVB:2024:870:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <section>
    <title>
      <nr>22</nr>2957 PW-PV</title>
    <parablock>
      <para>Centrale Raad van Beroep</para>
      <para>Enkelvoudige kamer</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Proces-verbaal van de mondelinge uitspraak op het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Rotterdam van 21 juli 2022, 22/1526 (aangevallen uitspraak)</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Partijen:</para>
    </parablock>
    <para />
    <paragroup>
      <para>
        [appellant] te [woonplaats] (appellant)</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>het college van burgemeester en wethouders van Rotterdam (college)</para>
      </parablock>
      <para />
      <para />
      <parablock>
        <para>Datum uitspraak: 30 april 2024</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Zitting heeft: E.J.M. Heijs</para>
        <para>Griffier: N. van der Horn</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>De Raad heeft de zaak behandeld op een zitting van 30 april 2024. Voor appellant is mr. N. Talhoui, advocaat, verschenen, waarnemend voor mr. R. Moghni. Het college heeft zich laten vertegenwoordigen door mr. L.T. Krabbenborg.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>BESLISSING</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De Centrale Raad van Beroep bevestigt de aangevallen uitspraak.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Deze beslissing is uitgesproken in het openbaar. Zij is gebaseerd op de volgende overwegingen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Bij besluit op bezwaar van 14 februari 2022 heeft het college, voor zover van belang, appellant voor de duur van één jaar tijdelijk ontheffing verleend van de verplichtingen tot arbeidsinschakeling en tegenprestatie als bedoeld in artikel 9, eerste lid, aanhef en onder a en c, van de Participatiewet (PW). Het college heeft daarbij verwezen naar een advies van een psycholoog van Indigo. In dat advies is vermeld dat appellant psychische klachten heeft, dat er geen extra participatiegerichte activiteiten gedurende twaalf maanden mogelijk zijn, dat de participatiemogelijkheden van appellant kunnen worden vergroot met behulp van GGZ-behandeling en dat na behandeling een herbeoordeling wordt aangeraden.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>In hoger beroep heeft appellant zich op het standpunt gesteld dat het college hem op grond van artikel 9, vijfde lid, van de PW permanent had moeten ontheffen van de verplichtingen tot arbeidsinschakeling, re-integratie en tegenprestatie.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Zoals volgt uit vaste rechtspraak<footnote-ref linkend="_02ef66c7-2fcd-4a03-a545-903e0cae020d" /> ligt het op de weg van degene die zich op deze bepaling beroept om aannemelijk te maken dat hij voldoet aan de voorwaarden voor toepassing ervan en is het daarom in eerste instantie aan hem om het college te voorzien van medische gegevens die zijn standpunt onderbouwen. Appellant heeft daaraan niet voldaan. Hij heeft geen enkel medisch stuk verstrekt dat erop kan wijzen dat sprake is van duurzame en volledige arbeidsongeschiktheid. Bovendien volgt uit het advies van de psycholoog van Indigo ook niet dat appellant duurzaam en volledig arbeidsongeschikt is, nu daarin juist wordt geadviseerd een GGZ-behandeling te starten ter vergroting van de participatiemogelijkheden van appellant en een herbeoordeling te laten plaatsvinden na behandeling.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De conclusie is dat het hoger beroep niet slaagt. Voor een veroordeling in de proceskosten bestaat geen aanleiding.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Waarvan proces-verbaal.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De griffier	Het lid van de enkelvoudige kamer</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>(getekend) N. van der Horn	(getekend) E.J.M. Heijs</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <footnote id="_02ef66c7-2fcd-4a03-a545-903e0cae020d" label="1">
    <para> Uitspraken van 11 juli 2023, ECLI:NL:CRVB:2023:1380 en 9 januari 2024, ECLI:NL:CRVB:2024:127.</para>
  </footnote>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>