<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:CRVB:2024:723</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2024-04-18T18:14:01</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2024-04-15</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Centrale_Raad_van_Beroep" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Centrale Raad van Beroep</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2024-04-12</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">23/1235 WAO</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#wraking">Wraking</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#bestuursrecht_socialezekerheidsrecht">Bestuursrecht; Socialezekerheidsrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:CRVB:2024:723">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:CRVB:2024:723</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2024-04-16T13:38:52</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2024-04-18</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:CRVB:2024:723 Centrale Raad van Beroep , 12-04-2024 / 23/1235 WAO</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:CRVB:2024:723:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Tweede verzoek om wraking. In essentie een herhaling van gronden die bij de beslissing op het eerste wrakingsverzoek gemotiveerd zijn weerlegd. Verzoek wordt niet in behandeling genomen. Een volgend verzoek om wraking van de behandeld rechter in de zaak met nummer 23/1235 WAO wordt niet in behandeling genomen.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:CRVB:2024:723:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <para>23/1235 WAO-W2</para>
  <parablock>
    <para>Datum beslissing: 12 april 2024 </para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>Centrale Raad van Beroep</para>
    <para>Meervoudige kamer</para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>Beslissing op het verzoek om wraking gedaan door</para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>
      [verzoeker] te [woonplaats] (verzoeker)</para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>
      <emphasis role="bold">PROCESVERLOOP</emphasis>
    </para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>Verzoeker heeft verzocht om herziening van de uitspraak van de Raad van 1 februari 2023 in het geding tussen verzoeker en de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (Uwv).<footnote-ref linkend="_0e6b5b33-69d8-4c12-a7bf-5e38df0f2a17" /></para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>Tijdens het onderzoek ter zitting op 15 november 2023 heeft verzoeker verzocht om wraking van mr. H.G. Rottier, lid van de enkelvoudige kamer (behandelend rechter). Dit verzoek is bij een beslissing van 9 januari 2024 afgewezen.<footnote-ref linkend="_b76526a2-c960-4ac0-ac75-a7812cb45f1c" /></para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>Nadat de behandeling van het herzieningsverzoek is hervat, heeft verzoeker tijdens het onderzoek ter zitting op 13 maart 2024 opnieuw verzocht om wraking van de behandelend rechter. </para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>De behandelend rechter heeft op het wrakingsverzoek gereageerd en te kennen gegeven niet in de wraking te berusten. </para>
  </parablock>
  <section>
    <title>OVERWEGINGEN</title>
    <para />
    <para>1. De behandeling van wrakingsverzoeken vindt plaats met inachtneming van de regels uit de Algemene wet bestuursrecht (Awb) en de Wrakings- en verschoningsregeling bestuursrechtelijke rechtscolleges 2022 (Regeling). Deze regels zijn te vinden in de bijlage bij deze beslissing. De bijlage maakt deel uit van de beslissing. </para>
    <para />
    <para>2. Verzoeker heeft aan zijn wrakingsverzoek ten grondslag gelegd dat hij het dossier dat het Uwv aan de Raad heeft overgelegd niet heeft ontvangen en dat hij daaruit afleidt dat de behandelend rechter niet alle relevante informatie bij zijn beoordeling betrekt, dan wel heeft betrokken bij de behandeling van zijn eerdere zaken. </para>
    <para />
    <para>3. Het wrakingsverzoek is een tweede verzoek ten aanzien van de behandelend rechter in dezelfde zaak. Wat verzoeker heeft aangevoerd is in essentie een herhaling van gronden die bij de beslissing op het eerste wrakingsverzoek gemotiveerd zijn weerlegd. Bij het eerste wrakingsverzoek voerde verzoeker namelijk ook aan dat de behandelend rechter ten onrechte bepaalde stukken niet bij de beoordeling heeft betrokken. </para>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>4.1.</nr>
      <para>Gelet op wat onder 3 is overwogen moet worden vastgesteld dat verzoeker geen feiten of omstandigheden heeft aangedragen die pas na het eerdere verzoek aan verzoeker bekend zijn geworden. De Raad zal het verzoek om wraking daarom niet in behandeling nemen op grond van artikel 8:16, vierde lid, van de Awb en artikel 3, vierde lid, aanhef en onder e, van de Regeling.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.2.</nr>
      <para>Daarnaast ziet de Raad in het feit dat verzoeker voor de tweede maal en op dezelfde gronden heeft verzocht om wraking van de behandelend rechter aanleiding voor het oordeel dat verzoeker misbruikt maakt van de mogelijkheid om wrakingsverzoeken in te dienen. Daarom wordt met toepassing van artikel 8:18, vierde lid, van de Awb bepaald dat een volgend verzoek van verzoeker om wraking van de behandelend rechter in de zaak met nummer 23/1235 WAO niet in behandeling wordt genomen. </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>5. Voor een veroordeling in de proceskosten bestaat geen aanleiding. </para>
      </parablock>
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>BESLISSING</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De Centrale Raad van Beroep</para>
    </parablock>
    <para />
    <itemizedlist mark="-">
      <listitem>
        <para>neemt het verzoek niet in behandeling; </para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>bepaalt dat een volgend verzoek om wraking van de behandeld rechter in de zaak met nummer 23/1235 WAO niet in behandeling wordt genomen. </para>
      </listitem>
    </itemizedlist>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Deze beslissing is gegeven door E.J.M. Heijs als voorzitter en L.M. Tobé en K.M.P. Jacobs als leden, in tegenwoordigheid van P.W.J. Hospel als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 12 april 2024.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>De griffier		De voorzitter</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>(getekend) P.W.J. Hospel		(getekend) E.J.M. Heijs</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Bijlage: voor deze uitspraak belangrijke wettelijke regels </emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Artikel 8:15 van de Algemene wet bestuursrecht</emphasis>
      </para>
      <para>Op verzoek van een partij kan elk van de rechters die een zaak behandelen, worden gewraakt op grond van feiten of omstandigheden waardoor de rechterlijke onpartijdigheid schade zou kunnen lijden.<?linebreak?></para>
    </parablock>
  </section>
  <section>
    <title>Artikel 8:16 van de Algemene wet bestuursrecht <?linebreak?>(…)<?linebreak?>4. Een volgend verzoek om wraking van dezelfde rechter wordt niet in behandeling genomen, tenzij feiten of omstandigheden worden voorgedragen die pas na het eerdere verzoek aan de verzoeker bekend zijn geworden.<?linebreak?>(…)</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Artikel 8:18 van de Algemene wet bestuursrecht</emphasis>
      </para>
      <para>(…)<?linebreak?>4. In geval van misbruik kan de bestuursrechter bepalen dat een volgend verzoek niet in behandeling wordt genomen. Hiervan wordt in de beslissing melding gemaakt. <?linebreak?>(…)</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Artikel 3 van de Wrakings- en verschoningsregeling bestuursrechtelijke rechtscolleges 2022</emphasis>
      </para>
      <para>(…)</para>
    </parablock>
    <para>4. De wrakingskamer kan zonder daartoe een zitting te houden beslissen een verzoek om wraking niet in behandeling te nemen indien:<?linebreak?>(…)<?linebreak?>e. het een volgend verzoek ten aanzien van hetzelfde lid of dezelfde leden betreft en geen feiten of omstandigheden worden voorgedragen die pas na het eerdere verzoek aan de verzoeker bekend zijn geworden;<?linebreak?>(…)</para>
    <para>6. Indien de wrakingskamer beslist dat het verzoek om wraking niet in behandeling wordt genomen, wordt de behandeling van de zaak voortgezet. De beslissing van de wrakingskamer om het verzoek niet in behandeling te nemen wordt met vermelding van de gronden schriftelijk aan partijen medegedeeld.</para>
    <para />
  </section>
  <footnote id="_0e6b5b33-69d8-4c12-a7bf-5e38df0f2a17" label="1">
    <para> Uitspraak van 1 februari 2023, ECLI:NL:CRVB:2023:275.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_b76526a2-c960-4ac0-ac75-a7812cb45f1c" label="2">
    <para> Beslissing van 9 januari 2024, ECLI:NL:CRVB:2024:55. </para>
  </footnote>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>