<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:CRVB:2024:375</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2024-03-07T12:00:40</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2024-02-27</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Centrale_Raad_van_Beroep" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Centrale Raad van Beroep</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2024-02-23</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">22/3991 AOW</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#hogerBeroep">Hoger beroep</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#bestuursrecht_socialezekerheidsrecht">Bestuursrecht; Socialezekerheidsrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:CRVB:2024:375">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:CRVB:2024:375</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2024-03-01T09:43:34</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2024-03-07</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:CRVB:2024:375 Centrale Raad van Beroep , 23-02-2024 / 22/3991 AOW</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:CRVB:2024:375:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Beëindiging toeslag AOW. Beëindiging is juist omdat de echtgenote van appellant zelf de pensioengerechtigde leeftijd heeft bereikt.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:CRVB:2024:375:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <para />
    <parablock>
      <para>22/3991 AOW</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Datum uitspraak: 23 februari 2024 </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Centrale Raad van Beroep</para>
      <para>Enkelvoudige kamer</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Uitspraak op het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Amsterdam van 21 november 2022, 22/2887 (aangevallen uitspraak)</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Partijen:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        [appellant] te Turkije (appellant)</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>de Raad van bestuur van de Sociale verzekeringsbank (Svb)</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">SAMENVATTING</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De toeslag op grond van de AOW die appellant ontving, is beëindigd. Dat is terecht omdat de echtgenote van appellant zelf de pensioengerechtigde leeftijd heeft bereikt.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section role="procesverloop">
    <title>PROCESVERLOOP </title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Appellant heeft hoger beroep ingesteld. De Svb heeft een verweerschrift ingediend. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De Raad heeft de zaak behandeld op een zitting van 1 december 2023. Partijen zijn niet verschenen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>OVERWEGINGEN</title>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Inleiding</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>1.1.</nr>
      <para>Appellant, geboren op [geboortedatum] 1946 in Turkije, heeft enkele jaren in Nederland gewoond en gewerkt. Vervolgens is hij met behoud van een arbeidsongeschiktheidsuitkering naar Turkije teruggekeerd. Nadien, in 1991, is hij in Turkije gehuwd. Aan appellant is aansluitend aan de arbeidsongeschiktheidsuitkering met ingang van november 2011 een ouderdomspensioen op grond van de AOW<footnote-ref linkend="_118cb71f-2ff9-4981-a768-ff99d04fdd4f" /> toegekend. Daarbij is ook een toeslag op het ouderdomspensioen toegekend, omdat zijn echtgenote, geboren op [datum 1] 1955, toen de in aanmerking te nemen pensioengerechtigde leeftijd nog niet had bereikt.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.2.</nr>
      <para>Bij besluit van 8 november 2021 heeft de Svb aan appellant meegedeeld dat hij vanaf [datum 2] 2021 geen toeslag op zijn ouderdomspensioen meer krijgt, omdat zijn echtgenote op [datum 2] 2021 de in aanmerking te nemen pensioengerechtigde leeftijd van 66 jaar bereikt. Het door appellant tegen deze beslissing gemaakte bezwaar is bij besluit van 7 maart 2022 (bestreden besluit) door de Svb ongegrond verklaard.</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Uitspraak van de rechtbank</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>2. De rechtbank heeft het beroep tegen het bestreden besluit ongegrond verklaard en daarmee het bestreden besluit in stand gelaten. </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Het standpunt van appellant </emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Appellant is het met de uitspraak van de rechtbank niet eens. Daarbij heeft appellant aangevoerd dat hij, door het gemis van de toeslag, een gering inkomen heeft en daardoor moeite heeft om in de primaire levensbehoeften te voorzien. Ook heeft hij gesteld dat hij niet naar Turkije zou zijn teruggekeerd, als hij had geweten dat de toeslag zou eindigen.</para>
      </parablock>
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>Het oordeel van de Raad</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>4. De Raad beoordeelt of de rechtbank terecht het bestreden besluit over de intrekking van de toeslag in stand heeft gelaten aan de hand van wat appellant in hoger beroep heeft aangevoerd, de beroepsgronden. De Raad komt tot het oordeel dat het hoger beroep niet slaagt. De wettelijke regels die voor de beoordeling van het hoger beroep belangrijk zijn, zijn te vinden in de bijlage bij deze uitspraak. </para>
    </parablock>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>4.1.</nr>
      <para>De Raad volgt het oordeel van de rechtbank en verwijst daarvoor naar de overwegingen van de rechtbank. Op grond van artikel 8, eerste lid, van de AOW heeft appellant vanaf [datum 2] 2021 geen recht meer op een toeslag op zijn ouderdomspensioen. De aangevallen uitspraak moet dus worden bevestigd. Deze bepaling is dwingendrechtelijk van aard. Wat appellant in hoger beroep heeft aangevoerd, kan niet tot een ander oordeel leiden. Gesteld noch gebleken is dat aan appellant is meegedeeld dat hij de toeslag op grond van de AOW zou blijven ontvangen ook na de pensioengerechtigde leeftijd van zijn echtgenote.</para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>Conclusie en gevolgen</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>4.2.</nr>
      <para>Het hoger beroep slaagt dus niet. De aangevallen uitspraak wordt bevestigd. Dit betekent dat de intrekking van de toeslag op het ouderdomspensioen per [datum 2] 2021 in stand blijft. </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>5. Omdat het hoger beroep niet slaagt krijgt appellant geen vergoeding voor zijn proceskosten en het betaalde griffierecht. </para>
      </parablock>
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>BESLISSING</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De Centrale Raad van Beroep bevestigt de aangevallen uitspraak.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Deze uitspraak is gedaan door E.E.V. Lenos, in tegenwoordigheid van N. van der Horn als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 23 februari 2024.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>						(getekend) E.E.V. Lenos</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>						(getekend) N. van der Horn</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>KARAR</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Temyiz Mahkemesi gereğini düşündükten sonra temyiz edilen kararı onaylar.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Işbu karar, kâtibin N. van der Horn huzurunda, başkan mr E.E.V. Lenos ve hakim tarafından verilip 23-02-2024 tarihinde açıkça okunmuştur. </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Bijlage: voor deze uitspraak belangrijke wettelijke regels</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Algemene Ouderdomswet</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Artikel 8</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>1. De pensioengerechtigde die voor 1 januari 2015 is gehuwd en voor die datum recht heeft op ouderdomspensioen en van wie de echtgenoot jonger is dan de pensioengerechtigde leeftijd, heeft overeenkomstig de bepalingen van deze wet recht op een toeslag, tenzij, met inachtneming van artikel 11 het inkomen uit arbeid of overig inkomen van die echtgenoot meer bedraagt dan de volledige bruto-toeslag.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>(..)</para>
    </parablock>
  </section>
  <footnote id="_118cb71f-2ff9-4981-a768-ff99d04fdd4f" label="1">
    <para>Algemene Ouderdomswet.</para>
  </footnote>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>