<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:CRVB:2024:2328</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2024-12-13T07:30:30</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2024-12-11</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Centrale_Raad_van_Beroep" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Centrale Raad van Beroep</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2024-11-27</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">23/2509 PW-V</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#hogerBeroep">Hoger beroep</psi:procedure>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#verzet">Verzet</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#bestuursrecht_socialezekerheidsrecht">Bestuursrecht; Socialezekerheidsrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:CRVB:2024:2328">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:CRVB:2024:2328</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2024-12-12T11:45:45</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2024-12-13</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:CRVB:2024:2328 Centrale Raad van Beroep , 27-11-2024 / 23/2509 PW-V</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:CRVB:2024:2328:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Verzet ongegrond. Hoger beroepschrift niet tijdig ingediend.  De Raad verwacht dat een professionele gemachtigde bekend is met de regels over de aanvang en afloop van een hoger beroepstermijn.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:CRVB:2024:2328:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <para />
    <parablock>
      <para>Datum uitspraak: 27 november 2024</para>
      <para>23/2509 PW-V</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Centrale Raad van Beroep</para>
      <para>Enkelvoudige kamer</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Uitspraak in verband met het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank MiddenNederland van 10 juli 2023, UTR 23/215 (aangevallen uitspraak)</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Partijen:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        [appellant] te [woonplaats] (appellant)</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Utrecht (college)</para>
    </parablock>
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section role="procesverloop">
    <title>PROCESVERLOOP</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Bij uitspraak als bedoeld in de artikelen 8:54 en 8:108, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) van 5 maart 2024 heeft de Raad het door appellant ingestelde hoger beroep tegen de aangevallen uitspraak niet-ontvankelijk verklaard omdat het hoger beroep te laat was ingediend.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Appellant heeft verzet ingediend.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het verzet is op zitting behandeld op 16 oktober 2024. Gemachtigde van appellant is online verschenen. Het college is niet verschenen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>OVERWEGINGEN</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De gemachtigde van appellant heeft op de zitting aangevoerd dat appellant de aangetekende uitspraak van de rechtbank op 17 juli 2023 heeft ontvangen. De beroepstermijn zou dan door moeten lopen tot maandag 28 augustus 2023. De gemachtigde van appellant stelt dat de aanvang van de beroepstermijn gekoppeld is aan de feitelijke bekendmaking van de aangevallen uitspraak. Verder stelt de gemachtigde van appellant dat hij ook afhankelijk is van betrokkene en ook dat de bewindvoerder niet altijd even goed bereikbaar is.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De termijn voor het indienen van een hogerberoepschrift bedraagt 6 weken (42 dagen) (artikel 6:7 Awb). De termijn gaat in met ingang van de dag na die waarop de aangevallen uitspraak is bekendgemaakt (artikel 6:8 Awb). </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De aangevallen uitspraak is door de rechtbank per aangetekende post verstuurd op 14 juli 2023. In dit geval begint de beroepstermijn op zaterdag 15 juli 2023 om 00:00 uur. De beroepstermijn loopt in dit geval dan af op vrijdag 25 augustus 2023 (na 23:59 uur).</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>“Met ingang van” een bepaalde dag moet worden begrepen als: bij het begin van die dag, in dit geval dus op zaterdag 15 juli 2023 om 00:00 uur.<footnote-ref linkend="_dd350d4d-835a-4695-a138-1c4f34dd137a" />Op vrijdag 25 augustus 2023 na het verstrijken van 23:59 uur, zijn de 42 dagen verstreken. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De Raad overweegt dat de gemachtigde van appellant een professionele gemachtigde is met juridisch kennis. De Raad verwacht dat een professionele gemachtigde bekend is met de regels over de aanvang en afloop van een hoger beroepstermijn.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De stelling dat de gemachtigde van appellant afhankelijk is van betrokkene en dat de bewindvoerder niet altijd even goed bereikbaar is, maakt op dit punt geen verschil. De gemachtigde van appellant had immers een pro-forma beroepschrift kunnen indien om de beroepstermijn veilig te stellen.  </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Dit betekent dat het verzet ongegrond wordt verklaard.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Voor een proceskostenveroordeling van het verzet is geen aanleiding.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>BESLISSING</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De Centrale Raad van Beroep verklaart het verzet ongegrond.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Deze uitspraak is gedaan door mr. J.C. Boeree , in tegenwoordigheid van N.B. Yalçınkaya als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 27 november 2024.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>					(getekend) J.C. Boeree</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">De griffier is verhinderd te ondertekenen</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
  </section>
  <footnote id="_dd350d4d-835a-4695-a138-1c4f34dd137a" label="1">
    <para> Zie uitspraak van 10 december 2012, ECLI:NL:CRVB:2012:BY5827.</para>
  </footnote>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>