<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:CRVB:2024:2229</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2024-11-28T08:46:08</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2024-11-26</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Centrale_Raad_van_Beroep" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Centrale Raad van Beroep</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2024-11-13</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">23/2603 WMO15-PV</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#hogerBeroep">Hoger beroep</psi:procedure>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#procesverbaal">Proces-verbaal</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#bestuursrecht_socialezekerheidsrecht">Bestuursrecht; Socialezekerheidsrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:CRVB:2024:2229">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:CRVB:2024:2229</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2024-11-28T08:29:11</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2024-11-28</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:CRVB:2024:2229 Centrale Raad van Beroep , 13-11-2024 / 23/2603 WMO15-PV</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:CRVB:2024:2229:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Afwijzing verzoek om de vaststelling bijdrage maatwerkvoorziening op nihil te stellen. In bezwaar heeft het CAK de bijdrage over de periode in geding gecorrigeerd en op nihil gesteld. Appellante wil vastgesteld hebben dat de besluitvorming onrechtmatig is. Geen procesbelang. De rechtbank heeft het beroep terecht niet-ontvankelijk verklaard. Geen bezwaarkosten gemaakt.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:CRVB:2024:2229:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <parablock>
    <para>23/2603 WMO15-PV</para>
    <para>Centrale Raad van Beroep</para>
    <para>Meervoudige kamer</para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>Proces-verbaal van de mondelinge uitspraak op het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Limburg van 18 juli 2023, 22/1305 (aangevallen uitspraak)</para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>Partijen:</para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>
      [appellante] te [woonplaats] (appellante)</para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>CAK</para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>Datum uitspraak: 13 november 2024</para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>Zitting hebben: L.M. Tobé, als voorzitter, J. Brand en K.M.P. Jacobs als leden van de meervoudige kamer.</para>
    <para>Griffier: S.S. Blok</para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>Appellante en haar gemachtigde, mr. A. Saakjan, zijn niet verschenen. Het CAK heeft zich laten vertegenwoordigen door A. Boersma. </para>
  </parablock>
  <section role="beslissing">
    <title>BESLISSING</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De Centrale Raad van Beroep bevestigt de aangevallen uitspraak. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Deze beslissing is uitgesproken in het openbaar. Zij is gebaseerd op de volgende overwegingen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>OVERWEGINGEN</title>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Inleiding</title>
    <para />
    <para>1. Aan appellante is een maatwerkvoorziening verstrekt, bestaande uit hulp bij het huishouden. Voor maart 2020 en voor juni 2020 tot en met april 2021 (periode in geding) heeft het CAK een bijdrage vastgesteld. Tegen de besluitvorming hierover heeft appellante bezwaar gemaakt. Met de facturen van 25 februari 2022 heeft het CAK de bijdrage over de periode in geding gecorrigeerd. Hierdoor hoefde appellante geen bijdrage meer te betalen over de periode in geding. Met een besluit van 25 mei 2022 heeft het CAK het bezwaar nietontvankelijk verklaard. </para>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Uitspraak van de rechtbank</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <para>2. De rechtbank heeft het beroep van appellante tegen het bestreden besluit niet-ontvankelijk verklaard. De rechtbank heeft overwogen dat appellante geen procesbelang heeft bij een inhoudelijk beslissing. Appellante heeft gekregen wat zij wilde bereiken en zij heeft geen voor vergoeding in aanmerking komende bezwaarkosten gemaakt. </para>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Het standpunt van appellante</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <para>3. Appellante heeft aangevoerd wel procesbelang te hebben bij een beoordeling van de besluitvorming, omdat de besluitvorming van het CAK onrechtmatig is. Daarnaast is aangevoerd dat appellante in de bezwaarfase alleen ingestemd heeft met het afzien van een hoorzitting, omdat een medewerker van het CAK heeft gezegd dat de proceskosten worden toegekend conform de Algemene wet bestuursrecht. </para>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Het oordeel van de Raad</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>4. De Raad beoordeelt of de rechtbank het beroep terecht niet-ontvankelijk heeft verklaard.<footnote-ref linkend="_6c15971a-0f5d-4873-937a-f39aeae2312e" /></para>
    </parablock>
    <paragroup>
      <nr>4.1.</nr>
      <para>Dat wat appellante wilde bereiken, een nihilstelling van haar bijdrage over de periode in geding, heeft zij bereikt. Dat appellante vastgesteld wil hebben dat de besluitvorming onrechtmatig is, is onvoldoende om procesbelang aan te nemen. Nu van bezwaarkosten geen sprake is geweest, kan hierin reeds daarom geen procesbelang bestaan. </para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>Conclusie en gevolgen</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>5. De conclusie is dus dat het hoger beroep niet slaagt en dat de aangevallen uitspraak wordt bevestigd. Voor een veroordeling in de proceskosten bestaat geen aanleiding. Appellante krijgt ook het betaalde griffierecht niet terug.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Waarvan proces-verbaal.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De griffier	De voorzitter van de meervoudige kamer</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>(getekend) S.S. Blok	(getekend) L.M. Tobé</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
  </section>
  <footnote id="_6c15971a-0f5d-4873-937a-f39aeae2312e" label="1">
    <para> Zie bijvoorbeeld de uitspraak van 8 april 2020, ECLI:NL:CRVB:2020:9887, over de manier waarop de Raad het procesbelang beoordeelt.</para>
  </footnote>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>