<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:CRVB:2024:2222</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2024-11-28T11:21:08</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2024-11-26</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Centrale_Raad_van_Beroep" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Centrale Raad van Beroep</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2024-11-13</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">23/1213 WMO15-PV</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#hogerBeroep">Hoger beroep</psi:procedure>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#procesverbaal">Proces-verbaal</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#bestuursrecht_socialezekerheidsrecht">Bestuursrecht; Socialezekerheidsrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:CRVB:2024:2222">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:CRVB:2024:2222</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2024-11-26T14:34:43</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2024-11-28</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:CRVB:2024:2222 Centrale Raad van Beroep , 13-11-2024 / 23/1213 WMO15-PV</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:CRVB:2024:2222:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Afwijzing verzoek om verlaging eigen bijdrage maatwerkvoorziening op grond van Wmo-2015. In hoger beroep zijn geen nieuwe of andere gronden naar voren gebracht dan bij de rechtbank. Het CAK heeft duidelijk gemotiveerd hoe het tot de berekening is gekomen. Appellants' standpunt dat de hoogte van de bijdrage onredelijk bezwarend voor hem was, is niet onderbouwd.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:CRVB:2024:2222:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <parablock>
    <para>23/1213 WMO15-PV	</para>
    <para>Centrale Raad van Beroep</para>
    <para>Meervoudige kamer</para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>Proces-verbaal van de mondelinge uitspraak op het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Oost-Brabant van 6 maart 2023, 22/1313 (aangevallen uitspraak)</para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>Partijen:</para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>
      [appellant] te [woonplaats] (appellant)</para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>CAK </para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>Datum uitspraak: 13 november 2024</para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>Zitting hebben: L.M. Tobé als voorzitter en J. Brand en K.M.P. Jacobs als leden van de meervoudige kamer</para>
    <para>Griffier: S.S. Blok</para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>Namens appellant is verschenen mr. F.Y. Gans, advocaat. Het CAK heeft zich laten vertegenwoordigen door L.A. Remmerswaal. </para>
  </parablock>
  <section role="beslissing">
    <title>BESLISSING</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De Centrale Raad van Beroep bevestigt de aangevallen uitspraak.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Deze beslissing is uitgesproken in het openbaar. Zij is gebaseerd op de volgende overwegingen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>OVERWEGINGEN</title>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Inleiding</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>1.1.Appellant ontving een maatwerkvoorziening beschermd wonen op grond van de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015 (Wmo 2015) vanaf 1 september 2018. Appellant moest daarvoor een bijdrage betalen. </para>
    </parablock>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>1.2.</nr>
      <para>Het CAK heeft de bijdrage met ingang van 1 januari 2021 herzien en gewijzigd vastgesteld op € 320,17 per maand. Het bezwaar hiertegen heeft het CAK met een besluit van 2 mei 2022 (bestreden besluit) ongegrond verklaard. </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Uitspraak van de rechtbank</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
      <para>2. De rechtbank heeft het beroep tegen het bestreden besluit ongegrond verklaard en daarmee het bestreden besluit in stand gelaten.</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Het standpunt van appellant</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
      <para>3. Appellant is het niet eens met de uitspraak van de rechtbank. </para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>Het oordeel van de Raad</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>4. De Raad beoordeelt of de rechtbank terecht het bestreden besluit in stand heeft gelaten aan de hand van wat appellant in hoger beroep heeft aangevoerd, de beroepsgronden. De Raad komt tot het oordeel dat het hoger beroep niet slaagt.</para>
    </parablock>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>4.1.</nr>
      <para>Appellant heeft in hoger beroep geen wezenlijk nieuwe of andere gronden naar voren gebracht of redenen vermeld waarom de rechtbank tot een ander oordeel had moeten komen.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.2.</nr>
      <para>De Raad onderschrijft de overwegingen van de rechtbank en verwijst daarnaar. De Raad neemt het oordeel waartoe de rechtbank op grond van deze overwegingen is gekomen over. Daaraan wordt het volgende toegevoegd. </para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.3.</nr>
      <para>Anders dan appellant is de Raad van oordeel dat in het bestreden besluit al duidelijk is gemotiveerd hoe het CAK is gekomen tot het bedrag bedoeld in artikel 3.13, eerste lid, aanhef en onder b, ten eerste, van het Uitvoeringsbesluit Wmo 2015, te weten de aftrekpost, “15% van de netto-opbrengst van de in het voorafgaande jaar verrichte arbeid (…)”. Verder geeft de inmiddels gedane uitspraak van het CBb<footnote-ref linkend="_b94135c6-b10f-4918-8298-447b45736cb0" /> geen aanleiding voor een ander oordeel dan waar de rechtbank toe is gekomen. Niet is onderbouwd dat de in het bestreden besluit opgenomen hoogte van de bijdrage onredelijk bezwarend voor appellant was. </para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>Conclusie en gevolgen</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>5. De conclusie is dus dat het hoger beroep niet slaagt en dat de aangevallen uitspraak wordt bevestigd. Voor een veroordeling in de proceskosten bestaat geen aanleiding. Appellant krijgt ook het betaalde griffierecht niet terug.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Waarvan proces-verbaal.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De griffier	De voorzitter van de meervoudige kamer</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>(getekend) S.S. Blok	(getekend) L.M. Tobé</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
  </section>
  <footnote id="_b94135c6-b10f-4918-8298-447b45736cb0" label="1">
    <para> CBb 26 maart 2024, ECLI:NL:CBB:2024:190. </para>
  </footnote>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>