<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:CRVB:2024:220</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2024-02-12T14:40:54</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2024-02-06</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Centrale_Raad_van_Beroep" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Centrale Raad van Beroep</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2024-01-25</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">22/2929 WMO15</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#hogerBeroep">Hoger beroep</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#bestuursrecht_socialezekerheidsrecht">Bestuursrecht; Socialezekerheidsrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:CRVB:2024:220">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:CRVB:2024:220</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2024-02-12T14:29:58</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2024-02-12</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:CRVB:2024:220 Centrale Raad van Beroep , 25-01-2024 / 22/2929 WMO15</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:CRVB:2024:220:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Afwijzing aanvraag maatwerkvoorziening voor individuele begeleiding. Appellant heeft niet heeft willen meewerken aan een medisch onderzoek. Recht op maatschappelijke ondersteuning niet vast te stellen.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:CRVB:2024:220:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <parablock>
    <para>22/2929 WMO15-PV</para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>Datum uitspraak: 25 januari 2024 </para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>Centrale Raad van Beroep</para>
    <para>Meervoudige kamer</para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>Proces-verbaal van de mondelinge uitspraak op het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Noord-Nederland van 29 juli 2022, 22/340 (aangevallen uitspraak)</para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>Partijen:</para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>
      [appellant] te [woonplaats] (appellant)</para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>het college van burgemeester en wethouders van Oldambt (college)</para>
    <para>Zitting hebben: M.A.H. van Dalen-van Bekkum als voorzitter en L.M. Tobé en A. van Gijzen als leden.</para>
    <para>Griffier: M. Dafir.</para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>Ter zitting is namens appellant verschenen mr. P.N. Huisman, advocaat. Het college heeft zich laten vertegenwoordigen door N. de Ruiter-Meijer.</para>
  </parablock>
  <section role="beslissing">
    <title>BESLISSING</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De Centrale Raad van Beroep bevestigt de aangevallen uitspraak.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Deze beslissing is uitgesproken in het openbaar. Zij is gebaseerd op de volgende overwegingen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>OVERWEGINGEN</title>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Inleiding</title>
    <para />
    <para>1. Bij besluit van 5 maart 2021 heeft het college op grond van de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015 (Wmo 2015) de aanvraag van appellant om een maatwerkvoorziening voor individuele begeleiding afgewezen, Na bezwaar heeft het college dit besluit gehandhaafd bij besluit van 17 december 2021 (bestreden besluit), op de grond dat het college het recht op maatschappelijke ondersteuning niet heeft kunnen vaststellen omdat appellant niet heeft willen meewerken aan een medisch onderzoek.</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Uitspraak van de rechtbank</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <para>2. De rechtbank heeft het beroep tegen het bestreden besluit ongegrond verklaard.</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Het standpunt van appellant</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <para>3. Appellant is het met de uitspraak van de rechtbank niet eens. Wat appellant daartegen heeft aangevoerd wordt hierna besproken.</para>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Het oordeel van de Raad</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>4. De Raad beoordeelt aan de hand van wat appellant heeft aangevoerd of het oordeel van de rechtbank over het bestreden besluit juist is. De Raad komt tot het oordeel dat het hoger beroep niet slaagt.</para>
    </parablock>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>4.1.</nr>
      <para>Appellant heeft aangevoerd dat de rechtbank heeft miskend dat een medisch onderzoek niet noodzakelijk is. Deze hoger beroepsgrond slaagt niet. Het college heeft voldaan aan de op hem rustende onderzoeksplicht, terwijl appellant niet heeft voldaan aan de op hem rustende medewerkingsverplichting. Appellant heeft zonder deugdelijke reden geweigerd mee te werken aan een medisch onderzoek. Zonder medisch onderzoek kan het college niet vaststellen welke problemen worden ondervonden bij de zelfredzaamheid en participatie en hoe deze problemen het beste gecompenseerd kunnen worden. Medewerking van appellant aan een medisch onderzoek was dan ook redelijkerwijs nodig.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.2.</nr>
      <para>Verder heeft appellant aangevoerd dat de rechtbank heeft miskend dat het college de hardheidsclausule had moeten toepassen. Ook deze hoger beroepsgrond slaagt niet. De in de Verordening maatschappelijke ondersteuning gemeente Oldambt 2017 neergelegde hardheidsclausule biedt het college de mogelijkheid om in bijzondere gevallen ten gunste van de cliënt af te wijken van het bepaalde bij of krachtens die verordening. De afwijzing vloeit echter niet zozeer voort uit de verordening, maar is een gevolg van het niet nakomen van de medewerkingsverplichting die is neergelegd in artikel 2.3.8, derde lid, van de Wmo 2015. Voor toepassing van de hardheidsclausule bestond reeds hierom geen aanleiding.</para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>Conclusie en gevolgen</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>5.1.</nr>
      <para>Het hoger beroep slaagt niet. De rechtbank heeft het bestreden besluit terecht in stand gelaten.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.2.</nr>
      <para>Appellant krijgt geen vergoeding van zijn proceskosten en krijgt ook het betaalde griffierecht niet terug.</para>
      <para />
      <para />
      <parablock>
        <para>Waarvan proces-verbaal.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>De griffier	De voorzitter van de meervoudige kamer</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>(getekend) M. Dafir	(getekend) M.A.H. van Dalen-van Bekkum</para>
      </parablock>
      <para />
      <para />
      <para />
      <parablock>
        <para>Voor eensluidend afschrift</para>
        <para>        de griffier van de</para>
        <para>Centrale Raad van Beroep.</para>
      </parablock>
    </paragroup>
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>