<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:CRVB:2024:1907</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2025-05-23T11:05:20</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2024-10-15</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Centrale_Raad_van_Beroep" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Centrale Raad van Beroep</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2024-10-09</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">23/2883 ANW</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#hogerBeroep">Hoger beroep</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#bestuursrecht_socialezekerheidsrecht">Bestuursrecht; Socialezekerheidsrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:relation rdfs:label="Formele relatie" ecli:resourceIdentifier="ECLI:NL:HR:2025:788" psi:type="http://psi.rechtspraak/cassatie" psi:aanleg="http://psi.rechtspraak.nl/latereAanleg">Cassatie: ECLI:NL:HR:2025:788</dcterms:relation>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:CRVB:2024:1907">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:CRVB:2024:1907</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2024-10-16T16:32:04</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2024-10-16</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:CRVB:2024:1907 Centrale Raad van Beroep , 09-10-2024 / 23/2883 ANW</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:CRVB:2024:1907:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Afwijzing aanvraag AWN-uitkering. De echtgenoot van appellante was op de datum van zijn overlijden niet verzekerd voor de ANW omdat hij niet in Nederland woonde of werkte.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:CRVB:2024:1907:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <para />
    <parablock>
      <para>23/2883 ANW</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Datum uitspraak: 9 oktober 2024</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Centrale Raad van Beroep</para>
      <para>Enkelvoudige kamer</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Uitspraak op het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Amsterdam van 21 juli 2023, 22/5417 (aangevallen uitspraak)</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Partijen:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        [appellante] te [woonplaats] (Marokko) (appellante)</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>de Raad van bestuur van de Sociale verzekeringsbank (Svb)</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">SAMENVATTING</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>In deze uitspraak volgt de Raad het oordeel van de rechtbank dat de aanvraag voor een ANWuitkering terecht is afgewezen. Het hoger beroep slaagt dus niet.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section role="procesverloop">
    <title>PROCESVERLOOP</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Appellante heeft hoger beroep ingesteld. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De zaak is ter behandeling aan de orde gesteld op de zitting van 28 augustus 2024. Partijen zijn niet verschenen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>OVERWEGINGEN</title>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Inleiding</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>1. Bij de beoordeling van het hoger beroep zijn de volgende feiten en omstandigheden van belang.</para>
    </parablock>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>1.1.</nr>
      <para>Appellante woont in Marokko. De echtgenoot van appellante is op [datum] 2021 overleden in Marokko. Hij ontving een AOW<footnote-ref linkend="_f3185886-2882-487c-be9d-a904492156ea" />-pensioen. Na het overlijden van haar echtgenoot heeft appellante een ANW<footnote-ref linkend="_4f2f7e37-ecd8-4e6a-aec4-29d152891019" />-uitkering aangevraagd via het CNSS.<footnote-ref linkend="_4024a92e-0b96-426c-970f-c3fa6686c7a3" /></para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.2.</nr>
      <para>Met een besluit van 14 juli 2022 heeft de Svb de aanvraag afgewezen. Appellante heeft bezwaar gemaakt tegen dit besluit. Met een besluit van 12 september 2022 heeft de Svb het bezwaar van appellante ongegrond verklaard. De echtgenoot woonde op de datum van zijn overlijden in Marokko. Hij woonde of werkte op die datum niet in Nederland. Hij was daarom niet verplicht verzekerd voor de ANW. Ook was hij niet vrijwillig verzekerd voor de ANW. Er is geen regelgeving op grond waarvan hij door het ontvangen van een AOW-pensioen op de datum van overlijden verzekerd was voor de ANW. Verder heeft het CNSS op de aanvraag aangegeven dat de echtgenoot op de datum van zijn overlijden niet verzekerd was voor de wetgeving van Marokko.</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Uitspraak van de rechtbank</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
      <para>2. De rechtbank heeft het beroep tegen het bestreden besluit ongegrond verklaard en daarmee het bestreden besluit in stand gelaten. De rechtbank heeft geoordeeld dat de echtgenoot van appellante op de dag van zijn overlijden niet verzekerd was voor de ANW. De echtgenoot woonde of werkte op de datum van zijn overlijden niet meer in Nederland. Niet is gebleken dat de echtgenoot vrijwillig verzekerd was. Hij was ook niet verzekerd voor de ANW op basis van het ontvangen van een AOW-pensioen omdat dit niet meer mogelijk is vanaf 1 januari 2000. Op grond van de gegevens van het CNSS heeft de rechtbank vastgesteld dat de echtgenoot niet verzekerd was voor de Marokkaanse wetgeving, zodat hij ook niet als verzekerd kan worden aangemerkt op grond van het Verdrag inzake sociale zekerheid tussen het Koninkrijk der Nederlanden en het Koninkrijk Marokko. </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Het standpunt van appellante</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
      <para>3. Appellante is het met de uitspraak van de rechtbank niet eens. Zij herhaalt wat zij heeft aangevoerd in beroep.</para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>Het oordeel van de Raad</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>4. De Raad beoordeelt of de rechtbank terecht het bestreden besluit in stand heeft gelaten aan de hand van wat appellante in hoger beroep heeft aangevoerd, de beroepsgronden. De Raad komt tot het oordeel dat het hoger beroep niet slaagt.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Ontvankelijkheid hoger beroep</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>4.1.1. Bij verzending per post is een beroepschrift tijdig ingediend als het voor het einde van de termijn ter post is bezorgd, mits het niet later dan een week na afloop van die termijn is ontvangen.<footnote-ref linkend="_23b3ad0a-690b-4d2b-b7f1-eddb1e644b84" /> Ten aanzien van een na afloop van de gestelde termijn ingediend beroepschrift blijft een niet-ontvankelijkverklaring achterwege, indien redelijkerwijs niet kan worden geoordeeld dat de indiener in verzuim is geweest.<footnote-ref linkend="_60d27994-049a-453a-b3a6-f3c4207f1a33" /> Blijkens de wetsgeschiedenis is door de wetgever onderkend dat de beroepstermijn onvoldoende kan zijn voor verzendingen uit het buitenland. Onder omstandigheden kan in die gevallen een niet-ontvankelijkverklaring achterwege blijven. Daarvoor is wel vereist dat betrokkene het beroepschrift heeft verzonden op een tijdstip dat én met gebruikmaking van een middel dat niet het ernstige risico in zich draagt dat de termijn wordt overschreden.<footnote-ref linkend="_61e9dc6f-2819-42f6-b44c-d5e22ae90a44" /></para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>4.1.2. De aangevallen uitspraak is op 7 augustus 2023 per aangetekende post naar appellante verstuurd. Het beroepschrift is blijkens de poststempel op de envelop op 28 augustus 2023 ter post bezorgd. Het beroepschrift is op 13 oktober 2023 door de Raad ontvangen. De Raad is van oordeel dat niet redelijkerwijs kan worden geoordeeld dat appellante in verzuim is geweest. Appellante heeft het beroepschrift ruim voor de termijn van zes weken per post ingediend. Zij heeft hiermee gedaan wat redelijkerwijs van haar verwacht had mogen worden. Het beroep is aldus ontvankelijk. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Inhoudelijke beoordeling</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>4.2.1. In geschil is of appellante recht heeft op aan ANW-uitkering. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>4.2.2. Appellante heeft dezelfde brief ingediend als in de beroepsprocedure bij de rechtbank. De gronden zijn identiek en beide brieven zijn gedateerd op 9 november 2022. De rechtbank heeft al een oordeel gegeven over deze beroepsgronden. Er is geen aanleiding om anders te oordelen dan de rechtbank heeft gedaan. De rechtbank heeft de beroepsgronden van appellante voldoende besproken en overtuigend gemotiveerd waarom deze niet slagen. De Raad volgt het oordeel van de rechtbank en de motivering waarop dat berust en verwijst daarnaar. </para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Conclusie en gevolgen</title>
    <para />
    <para>5. Het hoger beroep slaagt dus niet. De aangevallen uitspraak wordt bevestigd. Dit betekent dat de afwijzing van de aanvraag voor een ANW-uitkering in stand blijft.</para>
    <para />
    <para>6. Omdat het hoger beroep niet slaagt krijgt appellante geen vergoeding voor haar proceskosten en het betaalde griffierecht.</para>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>BESLISSING</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De Centrale Raad van Beroep bevestigt de aangevallen uitspraak.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Deze uitspraak is gedaan door H. Lagas, in tegenwoordigheid van C.K. Teunissen als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 9 oktober 2024.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>						(getekend) H. Lagas</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>						(getekend) C.K. Teunissen</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Tegen deze uitspraak kunnen partijen binnen zes weken na de datum van verzending beroep in cassatie instellen bij de Hoge Raad der Nederlanden (Postbus 20303, 2500 EH ’sGravenhage) ter zake van schending of verkeerde toepassing van bepalingen inzake het begrip verzekerde.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>DÉCISION</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>La Centrale Raad van Beroep (Cour d'Appel Centrale),</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>statue:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>confirme la décision attaquée.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Par conséquent, décidée par H. Lagas en présence C.K. Teunissen en qualité de greffier, ainsi que prononcée en public, le 9 octobre 2024.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Les parties disposent d’un délai de six semaines á compter de la date d’envoi pour introduire un pourvoi en cassation contre cette décision devant la Cour de Cassation des Pays-Bas: Hoge Raad der Nederlanden (Postbus 20303, NL 2500 EH ‘s-Gravenhage) au titre de la violation ou de la mauvaise application des dispositions concernant la notion de groupe d’assuré.</para>
    </parablock>
  </section>
  <footnote id="_f3185886-2882-487c-be9d-a904492156ea" label="1">
    <para> Algemene ouderdomswet.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_4f2f7e37-ecd8-4e6a-aec4-29d152891019" label="2">
    <para> Algemene nabestaandenwet.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_4024a92e-0b96-426c-970f-c3fa6686c7a3" label="3">
    <para> Caisse Nationale de Sécurité Sociale.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_23b3ad0a-690b-4d2b-b7f1-eddb1e644b84" label="4">
    <para> Artikel 6:9, tweede lid, van de Algemene wet bestuursrecht.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_60d27994-049a-453a-b3a6-f3c4207f1a33" label="5">
    <para> Artikel 6:11 van de Algemene wet bestuursrecht.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_61e9dc6f-2819-42f6-b44c-d5e22ae90a44" label="6">
    <para> ECLI:NL:CRVB:2021:794.</para>
  </footnote>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>