<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:CRVB:2024:1516</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2024-09-10T07:56:05</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2024-07-25</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Centrale_Raad_van_Beroep" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Centrale Raad van Beroep</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2024-07-16</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">23/1757 PW-PV</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#hogerBeroep">Hoger beroep</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#bestuursrecht_socialezekerheidsrecht">Bestuursrecht; Socialezekerheidsrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:CRVB:2024:1516">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:CRVB:2024:1516</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2024-08-06T08:44:20</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2024-09-10</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:CRVB:2024:1516 Centrale Raad van Beroep , 16-07-2024 / 23/1757 PW-PV</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:CRVB:2024:1516:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Inhoudingen op bijstand ten behoeve van aflossing vordering en gelegd beslag. De uitkeringsspecificaties waarop de inhoudingen op de bijstand ten behoeve van de aflossing van vorderingen zijn te zien, zijn geen besluiten omdat er geen wijzigingen zijn opgetreden ten opzichte van eerdere specificaties of een besluiten. Verder oordeelt de Raad dat het college bij de uitvoering van het beslag is gebleven binnen het kader van het beslag.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:CRVB:2024:1516:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <section>
    <title>
      <nr>23</nr>1757 PW-PV, 23/1758 PW-PV, 23/1759 PW-PV, 23/1760 PW-PV</title>
    <parablock>
      <para>Centrale Raad van Beroep</para>
      <para>Enkelvoudige kamer</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Proces-verbaal van de mondelinge uitspraak op het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Noord-Holland van 28 april 2023, 22/2313, 22/2348, 22/2349 en 22/2350 (aangevallen uitspraak)</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Partijen:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        [appellant] te [woonplaats] (appellant)</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>het college van burgemeester en wethouders van Haarlem (college)</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Datum uitspraak: 16 juli 2024</para>
      <para>Zitting heeft: J.N.A. Bootsma</para>
      <para>Griffier: F. Sporrel</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>De Raad heeft de zaak behandeld op een zitting van 16 juli 2024. Voor appellant is verschenen mr. J. Sprakel, advocaat. Het college heeft zich laten vertegenwoordigen door </para>
      <para>mr. S. Liefting.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>BESLISSING</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De Centrale Raad van Beroep bevestigt de aangevallen uitspraak.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Dit betekent dat de juistheid van de hoogte van een inhouding van € 161,81, een beslag van </para>
      <para>€ 386,08 en drie beslagen van € 146,39 in deze procedure om verschillende redenen niet inhoudelijk ter beoordeling kunnen staan. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Deze beslissing is uitgesproken in het openbaar. Zij is gebaseerd op de volgende overwegingen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De kern van het hoger beroepschrift is dat het college onvoldoende rekening heeft gehouden met de beslagvrije voet. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Appellant heeft bezwaar gemaakt tegen de uitkeringsspecificaties van de maanden mei, juli, augustus en oktober 2021. Een uitkeringsspecificatie is een besluit als daarbij een wijziging is opgetreden ten opzichte van een eerdere specificatie of een besluit.<footnote-ref linkend="_79e3331d-07f6-47f0-bfc0-13471888c455" /></para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">€ 161,81, mei 2021 </emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Sinds april 2020 verrekent het college een vordering van € 910,78 met de bijstand van appellant. Overeenkomstig het besluit van 29 november 2017 over deze vordering heeft het college met de uitkering van mei 2021 het vakantiegeld verrekend met het nog openstaande restant van de vordering van € 161,81. Voor dit deel was deze uitkeringsspecificatie dus geen besluit en heeft de rechtbank terecht geoordeeld dat het college het bezwaar daartegen terecht niet-ontvankelijk heeft verklaard. Een eventueel onduidelijke motivering maakt dit niet anders.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">€ 386,08, mei 2021 en € 146,39, juli 2021 </emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Op 29 april 2021 heeft [naam] deurwaarders voor het innen van een vordering van Ziggo op de bijstand van appellant beslag gelegd bij het college als derde-beslagene. Ter uitvoering daarvan heeft het college in mei 2021 € 386,08 afgedragen van het vakantiegeld van appellant en in juli 2021 € 146,39 van zijn maandelijkse uitkering. Voor deze inhoudingen zijn de uitkeringsspecificaties wel besluiten, omdat het gaat om wijzigingen ten opzichte van het eerdere toekenningsbesluit.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het college is als derde-beslagene verplicht om medewerking te geven aan het beslag. De bestuursrechter kan alleen beoordelen of het college is gebleven binnen het kader van het beslag. De civiele rechter mag ook oordelen over de geldigheid en de omvang van een beslag.<footnote-ref linkend="_83fd855d-22d6-4250-8ad4-8d8860c59050" /></para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Anders dan appellant heeft gesteld, heeft het college zich niet alleen gedragen als uitvoerder van het beslag. Ter uitvoering van een advies van de Vereniging van Nederlandse Gemeenten kijkt het college bij elk beslag of de beslagvrije voet die de deurwaarder opgeeft klopt met de bij het college bekende leefsituatie van een betrokkene en met de berekeningsregels. Dat heeft het college ook in de zaak van appellant gedaan en volgens het college komt de deurwaarder terecht tot een voor appellant als dak- en thuisloze geldende afwijkende beslagvrije voet van 47,5% van de gehuwdennorm. Als appellant meent dat daarmee de omvang van het beslag niet juist was, zal hij dit punt moeten voorleggen aan de civiele rechter. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Op de zitting heeft de gemachtigde van appellant nog aangevoerd dat de uitkeringsspecificatie niet was gemotiveerd en de bezwaren daarom niet kennelijk ongegrond hadden mogen worden verklaard. Nog daargelaten of de gemachtigde van appellant deze niet eerder in beroep en hoger beroep genoemde grond in deze fase van de procedure nog heeft kunnen aanvoeren, kan deze grond niet slagen. Waar er één voor appellant bekende vordering was van het college waarop appellant al had afgelost en één vordering waarvoor beslag was gelegd, waren de aanduidingen “aflossing vordering afwijkend” en “beslaglegging” voldoende duidelijk.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Nu het college is gebleven binnen het kader van het beslag zijn de bezwaren en het beroep terecht ongegrond verklaard.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">€ 146,39, augustus 2021 en € 146,39, oktober 2021</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De inhoudingen in augustus en oktober 2021 van € 146,39 zijn hetzelfde als in juli 2021, zodat deze uitkeringsspecificaties geen besluiten zijn. De bezwaren daartegen zijn terecht niet-ontvankelijk verklaard. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De conclusie is dat het hoger beroep niet slaagt. Appellant krijgt daarom geen vergoeding voor de proceskosten en het betaalde griffierecht.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Waarvan proces-verbaal.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De griffier 						De rechter</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>(getekend) F. Sporrel					(getekend) J.N.A. Bootsma</para>
    </parablock>
  </section>
  <footnote id="_79e3331d-07f6-47f0-bfc0-13471888c455" label="1">
    <para> Bijvoorbeeld de uitspraak van de Raad van 13 juli 2021, ECLI:Nl:CRVB:2021:1710. </para>
  </footnote>
  <footnote id="_83fd855d-22d6-4250-8ad4-8d8860c59050" label="2">
    <para> Bijvoorbeeld de uitspraak van de Raad van 24 april 2018, ECLI:NL:CRVB:2018:1494.</para>
  </footnote>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>