<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:CRVB:2024:1431</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2024-07-22T10:52:05</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2024-07-19</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Centrale_Raad_van_Beroep" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Centrale Raad van Beroep</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2024-07-17</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">23/3122 AOW</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#hogerBeroep">Hoger beroep</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#bestuursrecht_socialezekerheidsrecht">Bestuursrecht; Socialezekerheidsrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:CRVB:2024:1431">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:CRVB:2024:1431</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2024-07-19T13:04:36</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2024-07-22</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:CRVB:2024:1431 Centrale Raad van Beroep , 17-07-2024 / 23/3122 AOW</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:CRVB:2024:1431:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Appellant krijgt vanaf november 2022 een lager AOW-pensioen omdat de Svb een bedrag inhoudt als gevolg van een deurwaardersbeslag. Net als de rechtbank, oordeelt de Raad dat de Svb het beslag moet uitvoeren en het beslag inhoudelijk niet kan beoordelen. Appellant kan de rechtmatigheid van het beslag bij de burgerlijke rechter aanvechten.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:CRVB:2024:1431:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <para />
    <parablock>
      <para>23/3122 AOW </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Datum uitspraak: 17 juli 2024</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Centrale Raad van Beroep</para>
      <para>Enkelvoudige kamer</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Uitspraak op het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Den Haag van 3 oktober 2023, 22/8430 (aangevallen uitspraak)</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Partijen:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        [Appellant] te [woonplaats] (appellant)</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>de Raad van bestuur van de Sociale verzekeringsbank (Svb)</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">SAMENVATTING</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Appellant krijgt vanaf november 2022 een lager AOW-pensioen omdat de Svb een bedrag inhoudt als gevolg van een beslag gelegd door een deurwaarder, een zogenoemd executoriaal derdenbeslag. Appellant is het daar niet mee eens en vindt dat de Svb de rechtmatigheid van het beslag moet beoordelen. Net als de rechtbank, oordeelt de Raad dat de Svb het beslag moet uitvoeren en het beslag inhoudelijk niet kan beoordelen. De rechtmatigheid van het beslag moet appellant bij de burgerlijke rechter aanvechten.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section role="procesverloop">
    <title>PROCESVERLOOP</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Appellant heeft hoger beroep ingesteld en nadere stukken overgelegd. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De Svb heeft een verweerschrift ingediend. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De Raad heeft de zaak behandeld op een zitting van 5 juni 2024. Appellant is verschenen. De Svb heeft zich laten vertegenwoordigen door drs. W. van den Berg. </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>OVERWEGINGEN</title>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Inleiding</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>1. Bij de beoordeling van het hoger beroep zijn de volgende feiten en omstandigheden van belang.</para>
    </parablock>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>1.1.</nr>
      <para>Appellant ontvangt een AOW-pensioen<footnote-ref linkend="_8b1d9211-35b0-4527-83f2-95e8b805c22c" />. [bedrijf] heeft op 14 oktober 2022 executoriaal derdenbeslag gelegd op het AOW-pensioen dat appellant van de Svb ontvangt. De deurwaarder heeft vermeld dat de beslagvrije voet, het deel van de uitkering dat niet voor beslag vatbaar is, € 737,- per maand bedraagt. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.2.</nr>
      <para>De Svb heeft met een besluit van 7 november 2022 aan appellant laten weten dat vanaf november 2022 een bedrag van € 450,13 per maand op zijn AOW-pensioen wordt ingehouden. Met een besluit van 10 november 2022 heeft de Svb het bezwaar van appellant ongegrond verklaard. </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Uitspraak van de rechtbank</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
      <para>2. De rechtbank heeft het beroep tegen het bestreden besluit ongegrond verklaard en daarmee het bestreden besluit in stand gelaten. De rechtbank heeft geoordeeld dat de Svb op een juiste wijze binnen de kaders van het beslag is gebleven. Niet is gebleken dat de Svb een onjuist bedrag per maand heeft ingehouden. Evenmin is gebleken dat de Svb het bestreden besluit onzorgvuldig heeft voorbereid of onjuist heeft genomen. Vaststaat dat appellant ter onderbouwing van zijn bezwaar en beroep meerdere stukken heeft overgelegd. Deze stukken zien echter grotendeels op de rechtmatigheid van het beslag. De beroepsgrond dat het op het AOW-pensioen gelegde derdenbeslag onrechtmatig is gelegd kan echter niet slagen, omdat de rechtmatigheid van het beslag in deze procedure niet ter beoordeling staat. Daarvoor geldt een afzonderlijke procedure bij de civiele rechter. Appellant heeft verder uitvoerig betoogd dat het arrest van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, dat aan de basis ligt van een vordering op appellant, onjuist, althans niet rechtsgeldig is. Dat betoog kan de rechtbank in deze procedure niet beoordelen.</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Het standpunt van appellant</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
      <para>3. Appellant is het met de uitspraak van de rechtbank niet eens. Volgens appellant is het beslag zonder geldig vonnis gelegd en daarom niet rechtmatig. </para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>Het oordeel van de Raad</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>4. De Raad beoordeelt of de rechtbank terecht het besluit van de Svb dat uitvoering geeft aan een executoriale beslaglegging in stand heeft gelaten. De Raad komt tot het oordeel dat het hoger beroep niet slaagt. </para>
    </parablock>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>4.1.</nr>
      <para>Het is vaste rechtspraak<footnote-ref linkend="_ba6bde35-8bb6-49a1-8399-75a11b075836" /> dat de Raad bij het uitvoeren van een beslaglegging alleen kan beoordelen of de Svb binnen de kaders van het beslag is gebleven. Met de rechtbank beantwoordt de Raad die vraag bevestigend. De Svb heeft met de door de deurwaarder opgegeven beslagvrije voet rekening gehouden en daar het besluit op gebaseerd. De Raad heeft daarin geen onjuistheden aangetroffen. De rechtmatigheid van het beslag kan niet door de Svb of de Raad worden beoordeeld. Het betoog van appellant dat aan het beslag geen geldig vonnis ten grondslag ligt, kan daarom niet slagen.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.2.</nr>
      <para>Nu de Svb geen onrechtmatig besluit heeft genomen, wordt het verzoek om schadevergoeding afgewezen.</para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>Conclusie en gevolgen</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>4.3.</nr>
      <para>Het hoger beroep slaagt dus niet. De aangevallen uitspraak wordt bevestigd. Dit betekent dat het bestreden besluit in stand blijft. </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>5. Omdat het hoger beroep niet slaagt krijgt appellant geen vergoeding voor zijn proceskosten en het betaalde griffierecht. </para>
      </parablock>
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>BESLISSING</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De Centrale Raad van Beroep bevestigt de aangevallen uitspraak.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Deze uitspraak is gedaan door M.L. Noort, in tegenwoordigheid van C.K. Teunissen als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 17 juli 2024.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>						(getekend) M.L. Noort</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>						(getekend) C.K. Teunissen</para>
    </parablock>
  </section>
  <footnote id="_8b1d9211-35b0-4527-83f2-95e8b805c22c" label="1">
    <para> Algemene Ouderdomswet. </para>
  </footnote>
  <footnote id="_ba6bde35-8bb6-49a1-8399-75a11b075836" label="2">
    <para> Zie onder meer de uitspraak van 30 augustus 2018, ECLI:NL:CRVB:2018:2687. </para>
  </footnote>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>