<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:CRVB:2024:1261</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2024-07-03T16:45:56</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2024-06-28</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Centrale_Raad_van_Beroep" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Centrale Raad van Beroep</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2024-06-19</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">21/534 WSFBSF</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#proceskostenveroordeling">Proceskostenveroordeling</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#bestuursrecht_socialezekerheidsrecht">Bestuursrecht; Socialezekerheidsrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:CRVB:2024:1261">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:CRVB:2024:1261</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2024-07-03T16:43:46</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2024-07-03</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:CRVB:2024:1261 Centrale Raad van Beroep , 19-06-2024 / 21/534 WSFBSF</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:CRVB:2024:1261:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Proceskostenveroordeling.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:CRVB:2024:1261:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <para>0.</para>
    <para>Datum uitspraak: 19 juni 2024</para>
    <para>21/534 WSFBSF</para>
    <para>Centrale Raad van Beroep</para>
    <para>Enkelvoudige kamer</para>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Uitspraak als bedoeld in artikel 8:118 van de Algemene wet bestuursrecht in verband met het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Amsterdam van 20 januari 2021, 19/4828 </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Partijen:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>de Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap (minister)</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        [betrokkene] te [woonplaats] (betrokkene)</para>
    </parablock>
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section role="procesverloop">
    <title>PROCESVERLOOP</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De minister heeft hoger beroep ingesteld tegen de uitspraak van de rechtbank.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Bij brief van 23 november 2023 heeft de minister het hoger beroep ingetrokken.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Namens betrokkene heeft [verzoeker] verzocht de minister te veroordelen in de proceskosten.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De minister heeft geen verweerschrift ingediend.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Onder toepassing van artikel 8:57 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) is het onderzoek ter zitting achterwege gelaten. Vervolgens is het onderzoek gesloten.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>OVERWEGINGEN</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Artikel 8:118, eerste lid, van de Awb bepaalt dat in geval van intrekking van het hoger beroep door het bestuursorgaan, het bestuursorgaan op verzoek van een partij bij afzonderlijke uitspraak met overeenkomstige toepassing van artikel 8:75 van de Awb kan worden veroordeeld in de proceskosten.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Op 5 februari 2021 heeft de minister hoger beroep ingesteld tegen de uitspraak van de rechtbank, waarin de rechtbank heeft geoordeeld dat de lichamelijk medisch uitzichtloze situatie in geval van betrokkene tot kwijtschelding van haar studieschuld kan leiden.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De gemachtigde van betrokkene heeft op 15februari 2021 een verweerschrift ingediend, en heeft dit verweerschrift meermaals aangevuld met nadere gronden en stukken.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De zaak stond in eerste instantie gepland om op zitting behandeld te worden op<?linebreak?>11januari 2023, maar is wegens diverse omstandigheden meerdere keren uitgesteld en opnieuw gepland. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De Raad heeft diverse stukken onder de aandacht gebracht van de minister, waaronder de medische stukken van betrokkene en een brief van de minister van 15 juni 2023, geadresseerd aan de Tweede Kamer, betreffende het kwijtscheldingsbeleid van DUO. </para>
      <para>De Raad heeft de minister gevraagd naar de gevolgen voor het door de minister ingestelde hoger beroep in deze zaak.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Bij brief van 23 november 2023 heeft de minister het hoger beroep ingetrokken en meegedeeld dat hij een nieuwe beslissing zal nemen op het bezwaarschrift van betrokkene, met inachtneming van hetgeen de rechtbank in zijn uitspraak heeft overwogen. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Gelet hierop wordt de minister veroordeeld in de kosten die betrokkene in verband met de behandeling van het bezwaar en het hoger beroep redelijkerwijs heeft moeten maken. De kosten worden, ingevolge het Besluit proceskosten bestuursrecht, begroot op € 624,- in bezwaar (1 punt voor het indienen van het bezwaarschrift) en € 875,- in hoger beroep (1 punt voor het indienen van het verweerschrift). Ook dient de minister het bedrag van € 616,22 te vergoeden voor de deskundige die betrokkene heeft moeten inschakelen. </para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>BESLISSING</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De Centrale Raad van Beroep veroordeelt de minister in de proceskosten van betrokkene tot een bedrag van € 2.115,22.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Deze uitspraak is gedaan door J. Brand, in tegenwoordigheid van A. Giesen als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 19 juni 2024.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>					(getekend) J. Brand</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>					(getekend) A. Giesen</para>
    </parablock>
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>