<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:CRVB:2024:1083</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2024-06-11T07:15:31</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2024-06-07</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Centrale_Raad_van_Beroep" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Centrale Raad van Beroep</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2024-05-24</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">22/3485 WAJONG-V</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#verzet">Verzet</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#bestuursrecht_socialezekerheidsrecht">Bestuursrecht; Socialezekerheidsrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:CRVB:2024:1083">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:CRVB:2024:1083</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2024-06-10T12:32:15</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2024-06-11</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:CRVB:2024:1083 Centrale Raad van Beroep , 24-05-2024 / 22/3485 WAJONG-V</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:CRVB:2024:1083:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Verzet gegrond. Hoger beroep niet-ontvankelijk verklaard. Hoger beroepschrift niet tijdig ingediend. Termijn overschrijding verschoonbaar. De door appellant aangevoerde omstandigheden zijn zodanig bijzonder dat het niet tijdig indienen van het hoger beroep appellant niet kan worden toegerekend.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:CRVB:2024:1083:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <para />
    <parablock>
      <para>Datum uitspraak: 24 mei 2024</para>
      <para>22/3485 WAJONG-V</para>
      <para>Centrale Raad van Beroep</para>
      <para>Enkelvoudige kamer</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Uitspraak op het verzet in verband met het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Den Haag van 2 september 2022, 21/5687 (aangevallen uitspraak)</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Partijen:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        [appellant] te [woonplaats] (appellant)</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (Uwv)</para>
    </parablock>
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section role="procesverloop">
    <title>PROCESVERLOOP</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>In de uitspraak van 3 mei 2023 heeft de Raad het door gemachtigde van appellant ingestelde hoger beroep tegen de aangevallen uitspraak niet-ontvankelijk verklaard. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Appellant heeft verzet gedaan.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het verzet is behandeld op de zitting van 12 april 2024. Appellant is via een online videoverbinding verschenen. Het Uwv is niet verschenen. </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>OVERWEGINGEN</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>In de uitspraak van de Raad van 3 mei 2023 heeft de Raad het hoger beroep niet-ontvankelijk verklaard, omdat het hogerberoepschrift niet tijdig is ingediend. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>In verzet voert appellant aan dat hij frequent heeft geprobeerd om rechtsbijstand te krijgen voor het instellen van hoger beroep. Na meerdere afwijzingen, heeft mr. R.A.N.H. TheeuwenVerkoeijen zich als gemachtigde gesteld en namens appellant voorlopig hoger beroep ingesteld. Het hogerberoepschrift is op 8 november 2022 per e-mail ontvangen. De laatste dag dat hoger beroep ingesteld kon worden was 18 oktober 2022. Het hogerberoepschrift is daarmee niet tijdig ingediend.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Appellant voert aan dat hij zelf over onvoldoende kennis en tijd beschikte om (pro-forma) hoger beroep in te stellen. Gedurende de termijn voor het instellen van hoger beroep had appellant ook rechtszaken lopen over de ondertoezichtstelling van zijn kinderen. Daarnaast heeft appellant op zitting verklaard dat bij hem onder andere ADHD en hyperactiviteit zijn vastgesteld. Dit maakt het voor hem lastig om te focussen op meerdere dingen tegelijk. Appellant geeft bovendien aan dat zijn symptomen zijn verergerd sinds zijn kinderen uit huis zijn geplaatst. Gelet daarop was het voor hem niet mogelijk om zelf hoger beroep in te stellen. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>In de wet staat dat een hoger beroep binnen zes weken moet worden ingediend. De termijn is voor iedereen hetzelfde. Wordt het hoger beroep later ingediend, dan wordt het normaal gesproken niet inhoudelijk behandeld. Soms hebben mensen een goede reden waarom zij te laat zijn met het instellen van hoger beroep. Dat kan een reden zijn om het hoger beroep toch inhoudelijk te behandelen. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De Raad is van oordeel dat de door appellant aangevoerde omstandigheden zodanig bijzonder zijn dat het niet tijdig indienen van het hoger beroep appellant niet kan worden toegerekend. Gelet op de verklaringen van appellant is aannemelijk dat hij ten tijde van de uitspraak en gedurende de termijn om hoger beroep in te stellen in een moeilijke situatie verkeerde. De Raad ziet dan ook aanleiding om de termijnoverschrijding verschoonbaar te achten.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Dit betekent dat het verzet gegrond wordt verklaard, de uitspraak van de Raad van 3 mei 2023 vervalt en het onderzoek wordt voortgezet in de stand waarin het zich bevond. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Voor een proceskostenveroordeling van het verzet is geen aanleiding.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>BESLISSING</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De Centrale Raad van Beroep verklaart het verzet gegrond.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Deze uitspraak is gedaan door J.C. Boeree, in tegenwoordigheid van S.C. Scholten als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 24 mei 2024.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>					(getekend) J.C. Boeree</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>					(getekend) S.C. Scholten</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>