<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:CRVB:2023:992</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2023-05-30T10:39:21</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2023-05-25</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Centrale_Raad_van_Beroep" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Centrale Raad van Beroep</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2023-05-24</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">22 / 1204 AOW</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#hogerBeroep">Hoger beroep</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#bestuursrecht_socialezekerheidsrecht">Bestuursrecht; Socialezekerheidsrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:CRVB:2023:992">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:CRVB:2023:992</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2023-05-25T14:49:31</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2023-05-30</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:CRVB:2023:992 Centrale Raad van Beroep , 24-05-2023 / 22 / 1204 AOW</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:CRVB:2023:992:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Toekenning ouderdomspensioen op grond van de AOW met een korting van 96%. De Raad is het eens met de rechtbank dat de Svb de verzekerde tijdvakken voor de AOW juist heeft vastgesteld.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:CRVB:2023:992:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <parablock>
    <para>22/1204 AOW</para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>Datum uitspraak: 24 mei 2023</para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>Centrale Raad van Beroep</para>
    <para>Enkelvoudige kamer</para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>Uitspraak op het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Amsterdam van 2 maart 2022, 21/3526 (aangevallen uitspraak)</para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>Partijen:</para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>
      [appellant] te [woonplaats] , Marokko (appellant)</para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>de Raad van bestuur van de Sociale verzekeringsbank (Svb)</para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>
      <emphasis role="bold">PROCESVERLOOP</emphasis>
    </para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>Met een besluit van 25 november 2020 heeft de Svb aan appellant een ouderdomspensioen op grond van de Algemene Ouderdomswet (AOW) toegekend met een korting van 96%. Appellant heeft daartegen bezwaar gemaakt. De Svb is met een besluit van 30 maart 2021 (bestreden besluit) bij de korting van 96% gebleven.</para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>Appellant heeft tegen dat besluit beroep ingesteld. De rechtbank heeft in de aangevallen uitspraak het beroep ongegrond verklaard.</para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>Appellant heeft hoger beroep ingesteld. De Svb heeft een verweerschrift ingediend.</para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 12 april 2023. Appellant is niet verschenen. De Svb heeft zich laten vertegenwoordigen door mr. P.C.A. Buskens.</para>
  </parablock>
  <section role="overwegingen">
    <title>OVERWEGINGEN</title>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Samenvatting</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>In deze zaak moet worden beoordeeld of appellant recht heeft op een hoger ouderdomspensioen dan de Svb hem heeft toegekend. De Raad is het eens met de rechtbank dat de Svb de verzekerde tijdvakken voor de AOW juist heeft vastgesteld. Appellant heeft geen recht op een hoger ouderdomspensioen.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Inleiding</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>1. Bij de beoordeling van het hoger beroep zijn de volgende feiten en omstandigheden van belang.</para>
    </parablock>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>1.1.</nr>
      <para>Appellant heeft bij zijn aanvraag om een ouderdomspensioen op grond van de AOW aangegeven dat hij in de periode van 21 juli 1977 tot 1 september 1978 in Nederland heeft gewoond en gewerkt. Daarna is hij naar Marokko teruggekeerd. Ter ondersteuning van zijn aanvraag heeft appellant een aantal brieven van zijn oud-werkgever en van het ziekenfonds toegezonden. De Svb heeft vervolgens onderzoek gedaan bij het pensioenfonds, de gemeente Den Haag en de oud-werkgever van appellant. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.2.</nr>
      <para>De Svb heeft bij besluit van 25 november 2020 vanaf 9 april 2020 aan appellant een ouderdomspensioen toegekend. Daarbij heeft de Svb een korting toegepast van 96% wegens afgerond 48 niet verzekerde jaren. Appellant wordt verzekerd geacht over het tijdvak 21 juli 1977 tot en met 1 september 1978. Het bezwaar van appellant hiertegen heeft de Svb bij het bestreden besluit ongegrond verklaard.</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Uitspraak van de rechtbank</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
      <para>2. Bij de aangevallen uitspraak heeft de rechtbank het beroep tegen het bestreden besluit ongegrond verklaard. Volgens de rechtbank is gesteld noch gebleken dat appellant over meer perioden verzekerd is geweest dan door de Svb is aangenomen.</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Het standpunt van appellant</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
      <para>3. Appellant heeft aangevoerd dat hij in Nederland heeft gewerkt en daarom recht heeft op een volledig ouderdomspensioen. Het ouderdomspensioen wat hij nu ontvangt is te weinig om van te leven.</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Het oordeel van de Raad</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.1.</nr>
      <para>De Raad onderschrijft de overwegingen van de rechtbank en de motivering waarop dit berust en verwijst daarnaar. De Svb heeft onderzocht over welke tijdvakken appellant verzekerd kan worden geacht en dit verzekerd tijdvak vastgesteld op de periode tussen 21 juli 1977 tot en met 1 september 1978. Dit tijdvak komt ook overeen met wat appellant zelf heeft opgegeven als tijdvak van wonen en werken in Nederland. Appellant heeft in beroep en hoger beroep geen verdere gegevens ingebracht waaruit blijkt dat het door de Svb voor appellant vastgestelde aantal verzekerde jaren onjuist zou zijn. De Svb heeft de hoogte van het AOW-pensioen terecht vastgesteld op 4% van het volledige AOW-pensioen. De door appellant geschetste persoonlijke omstandigheden kunnen niet tot toekenning van een hoger ouderdomspensioen leiden.</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Conclusie en gevolgen</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.2.</nr>
      <para>Het hoger beroep slaagt niet. De uitspraak van de rechtbank moet worden bevestigd. De Svb heeft terecht aan appellant een ouderdomspensioen op grond van de AOW toegekend van 4% van het volledige AOW-pensioen voor een gehuwde.</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>5. Voor een veroordeling in de proceskosten bestaat geen aanleiding.</para>
      </parablock>
      <para />
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>BESLISSING</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De Centrale Raad van Beroep bevestigt de aangevallen uitspraak.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Deze uitspraak is gedaan door M. Wolfrat, in tegenwoordigheid van D. Al-Zubaidi als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 24 mei 2023.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>						(getekend) M. Wolfrat</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>						(getekend) D. Al-Zubaidi</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Tegen deze uitspraak kunnen partijen binnen zes weken na de datum van verzending beroep in cassatie instellen bij de Hoge Raad der Nederlanden (Postbus 20303, 2500 EH Den Haag) ter zake van schending of verkeerde toepassing van bepalingen over het begrip verzekerde.<?linebreak?></para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>DÉCISION</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>La Centrale Raad van Beroep (Cour d’appel Centrale),</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Statue:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Confirme la décision attaquée.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Par conséquent, décidée par M. Wolfrat en présence de D. Al-Zubaidi en qualité de greffier, ainsi qua prononcée en public, le 24 mai 2023. </para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>