<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:CRVB:2023:937</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2023-05-19T10:47:50</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2023-05-17</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Centrale_Raad_van_Beroep" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Centrale Raad van Beroep</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2023-05-16</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">23 / 244 WLZ-PV</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#hogerBeroep">Hoger beroep</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#bestuursrecht_socialezekerheidsrecht">Bestuursrecht; Socialezekerheidsrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:CRVB:2023:937">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:CRVB:2023:937</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2023-05-19T10:46:40</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2023-05-19</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:CRVB:2023:937 Centrale Raad van Beroep , 16-05-2023 / 23 / 244 WLZ-PV</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:CRVB:2023:937:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Afwijzing verzoek om herziening. Geen nieuwe feiten en omstandigheden.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:CRVB:2023:937:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <section>
    <title>
      <nr>23</nr>244 WLZ-PV</title>
    <parablock>
      <para>Centrale Raad van Beroep</para>
      <para>Enkelvoudige kamer</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Proces-verbaal van de mondelinge uitspraak op het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Den Haag van 12 januari 2023, 21/5864 (aangevallen uitspraak) en het verzoek om herziening van de uitspraak van de Raad van 28 mei 2021, 18/3945 WLZ</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Partijen:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        [verzoeker] te [woonplaats] (verzoeker)</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>de Raad van bestuur van de Sociale verzekeringsbank (Svb)</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Datum uitspraak: 24 april 2023 </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Zitting heeft: M.A.H. van Dalen-van Bekkum</para>
      <para>Griffier: E.P.J.M. Claerhoudt</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De Raad heeft de zaak behandeld op een zitting van 24 april 2023. Verzoeker is verschenen. De Svb heeft zich laten vertegenwoordigen door drs. W. van den Berg.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>BESLISSING</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De Centrale Raad van Beroep</para>
    </parablock>
    <para />
    <itemizedlist mark="-">
      <listitem>
        <para>bevestigt de aangevallen uitspraak;</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>wijst het verzoek om herziening af.</para>
      </listitem>
    </itemizedlist>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Deze beslissing is uitgesproken in het openbaar. Zij is gebaseerd op de volgende overwegingen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Wat ging er aan het verzoek om herziening vooraf?</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>1.1.</nr>
      <para>De Raad heeft op 28 mei 2021, ECLI:NL:CRVB:2021:1249, uitspraak gedaan in een zaak van verzoeker. In die uitspraak is de uitspraak van de rechtbank Den Haag van 12 juli 2018, 18/1916 bevestigd. Inhoudelijk ging het over een besluit van de Svb waarin verzoeker per 7 november 2016 verzekerd is geacht voor de Wet langdurige zorg. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.2.</nr>
      <para>Verzoeker heeft tegen die uitspraak van de Raad op 9 augustus 2021 een verzoek om herziening ingediend bij de rechtbank Den Haag. Die rechtbank heeft zich bij uitspraak van 12 januari 2023 onbevoegd verklaard om van het beroep kennis te nemen en de zaak in de stand waarin deze zich bevindt, verwezen naar de Raad. Verzoeker heeft hoger beroep ingesteld. Hij is het niet eens met de onbevoegdverklaring van de rechtbank. Hij wil dat zijn argumenten inhoudelijk worden beoordeeld.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.3.</nr>
      <para>Volgens de Raad heeft de rechtbank zich terecht onbevoegd verklaard om van het verzoek om herziening kennis te nemen. Een verzoek om herziening van een uitspraak van de Raad moet bij de Raad worden ingediend. De Raad heeft het verzoek om herziening van de uitspraak van 28 mei 2021 in behandeling genomen.</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">De gronden van het herzieningsverzoek</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>2. Verzoeker heeft ter onderbouwing van zijn herzieningsverzoek medische gegevens ingebracht. Verder heeft hij aangevoerd dat hij een navordering van ongeveer € 8000,- van het CAK heeft gekregen.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Hoe moet een verzoek om herziening worden getoetst?</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.1.</nr>
      <para>Het bijzondere rechtsmiddel van herziening is niet bedoeld om een hernieuwde discussie over de desbetreffende uitspraak te voeren of te openen, maar om een rechterlijke uitspraak die berust op een naderhand onjuist gebleken feitelijk uitgangspunt te herstellen.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.2.</nr>
      <para>Dit kan alleen indien is voldaan aan de strikte, cumulatieve voorwaarden van artikel 8:119, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht. Herziening van een uitspraak op grond van dat artikel alleen mogelijk is op grond van feiten en omstandigheden die:</para>
      <para />
      <para>a. hebben plaatsgevonden vóór de uitspraak;</para>
      <para>b. bij de indiener van het verzoekschrift vóór de uitspraak niet bekend waren en redelijkerwijs niet bekend konden zijn, en</para>
      <para>c. tot een andere uitspraak zouden hebben kunnen leiden als zij bij de bestuursrechter eerder bekend waren geweest.</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Wat verzoeker aanvoert kan niet leiden tot herziening</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
      <para>4. Zoals ter zitting besproken, heeft verzoeker geen feiten en omstandigheden als hiervoor bedoeld aangevoerd. Verzoeker beoogt in feite een hernieuwde discussie over de uitspraak van de Raad van 28 mei 2021. Uit wat hiervoor is overwogen volgt dat het middel van herziening daar niet toe kan strekken.</para>
      <para />
      <para />
      <parablock>
        <para>Waarvan proces-verbaal.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>De griffier	Het lid van de enkelvoudige kamer</para>
      </parablock>
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
      <parablock>
        <para>(getekend) E.P.J.M. Claerhoudt	(getekend) M.A.H. van Dalen-van Bekkum</para>
      </parablock>
      <para />
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>