<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:CRVB:2023:853</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2023-05-16T09:04:10</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2023-05-08</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Centrale_Raad_van_Beroep" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Centrale Raad van Beroep</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2023-05-04</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">21 / 3570 PW-V</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#hogerBeroep">Hoger beroep</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#bestuursrecht_socialezekerheidsrecht">Bestuursrecht; Socialezekerheidsrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:CRVB:2023:853">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:CRVB:2023:853</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2023-05-09T15:43:03</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2023-05-16</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:CRVB:2023:853 Centrale Raad van Beroep , 04-05-2023 / 21 / 3570 PW-V</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:CRVB:2023:853:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Verzet tegen niet-ontvankelijkverklaring verzoek om herziening uitspraak van de Raad. Griffierecht niet tijdig betaald.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:CRVB:2023:853:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <para />
    <parablock>
      <para>Datum uitspraak: 4 mei 2023</para>
      <para>21/3570 PW-V	</para>
      <para>Centrale Raad van Beroep</para>
      <para>Enkelvoudige kamer</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Uitspraak als bedoeld in de artikelen 8:55, zevende lid, 8:108, eerste lid en 8:119 van de Algemene wet bestuursrecht in verband met het verzoek om herziening van de uitspraak van de Centrale Raad van Beroep van 27 juli 2021, 20/463 (aangevallen uitspraak)</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Partijen:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        [verzoekster] te [woonplaats] (verzoekster)</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>het college van burgemeester en wethouders van Alkmaar </para>
    </parablock>
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section role="procesverloop">
    <title>PROCESVERLOOP</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De Raad heeft het verzoek om herziening van verzoekster op </para>
      <para>7 juni 2022 niet-ontvankelijk verklaard. Dat betekent dat de Raad het verzoek niet inhoudelijk in behandeling kan nemen. De Raad heeft de beslissing genomen op grond van de artikelen 8:54 en 8:119 van de Algemene wet bestuursrecht.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Verzoekster is het niet eens met de niet-ontvankelijkverklaring en heeft verzet ingediend. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het verzet is op de zitting van 24 maart 2023 aan de orde gesteld waar partijen niet zijn verschenen. Dat hadden beide partijen vooraf aan de Raad laten weten. </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>OVERWEGINGEN</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>In de uitspraak van de Raad van 7 juni 2022 is het verzoek om herziening niet-ontvankelijk verklaard omdat het griffierecht niet is betaald. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>In het verzetschrift voert verzoekster onder andere aan dat er sprake is van een miscommunicatie met betrekking tot het griffierecht tussen twee zaken waarvan in één zaak het CAK partij was.</para>
      <para>De Raad overweegt dat er in deze zaak terecht griffierecht is geheven en dat er geen sprake is van miscommunicatie. Dat wordt hieronder uitgelegd.  </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Bij de Raad heeft verzoekster hoger beroep ingediend tegen een uitspraak van de rechtbank Noord-Holland en om een voorlopige voorziening verzocht. Deze zaken hebben de nummers 20/463 PW en 20/4235 PW gekregen. Daarnaast liep er nog een zaak met het nummer </para>
      <para>20/364 ZVW. In al deze zaken is het griffierecht voldaan en inhoudelijk uitspraak gedaan. Vervolgens heeft verzoekster herziening gevraagd van de uitspraak met nummer 20/463 PW. Die zaak heeft nummer 21/3570 PW. Ook voor dit verzoek om herziening moet griffierecht worden betaald. Hierover heeft verzoekster een aparte brief, een nota en een herinnering ontvangen. In deze zaak is het griffierecht veel te laat voldaan. Dat is de reden dat het verzoek om herziening niet in behandeling kan worden genomen. In de uitspraak van </para>
      <para>7 juni 2022 is het verzoek dus terecht niet-ontvankelijk verklaard. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Dit betekent dat het verzet ongegrond wordt verklaard.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De Raad ziet geen aanleiding om proceskosten aan verzoekster te vergoeden. </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>BESLISSING</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De Centrale Raad van Beroep verklaart het verzet ongegrond.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het griffierecht van € 131 zal worden teruggestort door de griffier van de Raad.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Deze uitspraak is gedaan door J.C. Boeree, in tegenwoordigheid van K.M. Geerman als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 4 mei 2023.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>					(getekend) J.C. Boeree</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>					(getekend) K.M. Geerman</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>EBV</title>
    <para />
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>