<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:CRVB:2023:555</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2023-03-30T10:15:42</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2023-03-24</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Centrale_Raad_van_Beroep" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Centrale Raad van Beroep</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2023-03-23</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">19/4141 WIA-R</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#hogerBeroep">Hoger beroep</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#bestuursrecht_socialezekerheidsrecht">Bestuursrecht; Socialezekerheidsrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:CRVB:2023:555">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:CRVB:2023:555</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2023-03-28T14:25:19</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2023-03-30</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:CRVB:2023:555 Centrale Raad van Beroep , 23-03-2023 / 19/4141 WIA-R</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:CRVB:2023:555:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Uitspraak tot rectificatie van de uitspraak van de Raad van 13 februari 2023, zie ECLI:NL:CRVB:2023:554 voor de gerectificeerde tekst.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:CRVB:2023:555:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <para>19/4141 + 22 / 3805 WIA-R</para>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Centrale Raad van Beroep</para>
      <para>Enkelvoudige kamer</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Uitspraak tot rectificatie van de uitspraak van de Raad van 13 februari 2023, 19/4141 WIA.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>de Raad van Bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (Uwv)</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        [betrokkene] te [woonplaats] (betrokkene)</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <mediaobject>
      <imageobject>
        <imagedata align="center" scale="100" fileref="1b5772f2-6f3d-4f4e-9dc5-2a01f65d837c" depth="30" width="251" format="image/png" />
      </imageobject>
    </mediaobject>
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section role="procesverloop">
    <title>PROCESVERLOOP</title>
    <para>Bij emailbericht van 16  2021 heeft mr. T.A. Vetter, gemachtigde van betrokkene de Raad verzocht de uitspraak van 13 februari 2023 (19/4141 WIA en 22/3805 WIA) te rectificeren omdat daarin een te laag bedrag proceskosten is vermeld. In de uitspraak is opgenomen dat een bedrag van € 3.348,- moet worden betaald terwijl ter zitting was afgesproken dat in totaal een bedrag van € 6.696,- was afgesproken (4 punten in hoger beroep (per punt € 837,-) met een wegingsfactor 2.  </para>
    <para />
    <parablock>
      <para>De Raad is, gelet daarop, voornemens zijn uitspraak te rectificeren. </para>
      <para>Partijen zijn bij brief van 1 maart 2023 in de gelegenheid gesteld zich schriftelijk uit te laten over de rectificatie van de uitspraak zoals hierna wordt weergegeven.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De Raad wijzigt onderdeel 6 en het dictum van de uitspraak van 13 februari 2023 (19/4141 WIA, 22/3805 WIA) aldus dat deze onderdelen luiden als volgt:</para>
      <para>6. Verder bestaat aanleiding voor een veroordeling van het Uwv in de proceskosten in hoger beroep. Gelet op wat tussen partijen ter zitting van 9 februari 2022 is afgesproken, waarbij op grond van het Besluit proceskosten bestuursrecht (Bpb) een wegingsfactor van 2 “zeer zwaar” is overeengekomen, worden de proceskosten in hoger beroep begroot op 4 punten vermenigvuldigd met € 837,- (het bedrag per punt in het Bpb) zijnde € 3.348,-. Het bedrag van € 3.348 wordt vervolgens vermenigvuldigd met de wegingsfactor 2. De totale proceskosten in hoger beroep worden begroot op € 6.696,-. De rechtbank heeft een proceskostenveroordeling uitgesproken waar betrokkene zich in kan vinden. Voorts komen, met inachtneming van het Bpb, de kosten van het bezwaar voor vergoeding in aanmerking. Deze kosten worden begroot op € 1.194,- (1 punt voor het bezwaarschrift en 1 punt voor de hoorzitting). De waarde per punt bedraagt € 597,- en het gewicht van de zaak wordt als gemiddeld aangemerkt, dus factor 1. De totale proceskosten te betalen door het Uwv zijn dus € 8.099,25 (zijnde € 6.696,- + € 1.194,- + € 209,25).</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>BESLISSING</title>
    <para>De Centrale Raad van Beroep</para>
    <para />
    <para>- bevestigt de aangevallen uitspraak voor zover aangevochten;</para>
    <para>- verklaart het beroep van betrokkene tegen het besluit van 31 augustus 2022 ongegrond;</para>
    <para>- veroordeelt het Uwv tot betaling aan betrokkene van een vergoeding van schade tot een bedrag van € 857,14;</para>
    <para>- veroordeelt de Staat tot betaling aan betrokkene van een vergoeding van schade tot een bedrag van € 1.142,86;</para>
    <para>- veroordeelt het Uwv in de proceskosten van betrokkene tot een bedrag van in totaal € 8.099,25;</para>
    <para>- veroordeelt de Staat der Nederlanden (minister van Justitie en Veiligheid) in de proceskosten van betrokkene tot een bedrag van € 209,25;</para>
    <para>- bepaalt dat van het Uwv een griffierecht wordt geheven van € 548,-.</para>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>In de brief van 1 maart 2023 is meegedeeld dat partijen binnen twee weken een reactie kunnen geven. Indien binnen deze termijn van partijen geen reactie wordt ontvangen de Raad er dan van uit kan gaan dat er geen bezwaar bestaat tegen rectificatie van de uitspraak van </para>
      <para>13 februari 2023.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Partijen hebben niet gereageerd op de brief van 1 maart 2023 zodat de Raad over gaat tot rectificatie van de onderhavige uitspraak.  </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>BESLISSING</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Deze uitspraak is gedaan door H.G. Rottier, in tegenwoordigheid van R.L. Rijnen als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 23 maart 2023.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>(getekend) H.G. Rottier</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>(getekend) R.L. Rijnen</para>
    </parablock>
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>