<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:CRVB:2023:305</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2023-02-21T14:22:14</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2023-02-17</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Centrale_Raad_van_Beroep" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Centrale Raad van Beroep</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2023-02-09</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">22/686 WIA-PV</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#hogerBeroep">Hoger beroep</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#bestuursrecht_socialezekerheidsrecht">Bestuursrecht; Socialezekerheidsrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:CRVB:2023:305">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:CRVB:2023:305</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2023-02-21T14:21:51</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2023-02-21</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:CRVB:2023:305 Centrale Raad van Beroep , 09-02-2023 / 22/686 WIA-PV</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:CRVB:2023:305:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>WIA-uitkering terecht beëindigd. Voldoende medische en arbeidskundige grondslag.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:CRVB:2023:305:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <section>
    <title>
      <nr>22</nr>686 WIA-PV</title>
    <parablock>
      <para>Centrale Raad van Beroep</para>
      <para>Enkelvoudige kamer</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Proces-verbaal van de mondelinge uitspraak op het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Den Haag van 21 januari 2022, 20/4917 (aangevallen uitspraak)</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Partijen:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        [appellante] te [woonplaats] (appellante)</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (Uwv)</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Datum uitspraak: 9 februari 2023 </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Zitting heeft: W.R. van der Velde</para>
      <para>Griffier: A.M.M.  Chevalier</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Appellante is verschenen, bijgestaan door haar gemachtigde mr. S. Ben Ahmed. Het Uwv was vertegenwoordigd door J.J. Grasmeijer.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>BESLISSING</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De Centrale Raad van Beroep bevestigt de aangevallen uitspraak.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Deze beslissing is uitgesproken in het openbaar. Zij is gebaseerd op de volgende overwegingen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Bij besluit van 18 oktober 2019 heeft het Uwv vastgesteld dat appellante vanaf  <?linebreak?>19 december 2019 geen recht meer heeft op een uitkering op basis van de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen (Wet WIA) omdat zij minder dan 35% arbeidsongeschikt is. Bij besluit van 17 juni 2020 heeft het Uwv het daartegen gerichte bezwaar van appellante ongegrond verklaard.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>In de aangevallen uitspraak heeft de rechtbank het beroep van appellante tegen het besluit van 17 juni 2020 ongegrond verklaard.  De rechtbank heeft de beroepsgronden van appellante besproken en daarover geoordeeld. De Raad onderschrijft het oordeel van de rechtbank en de motivering daarvan.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De gronden die appellante in hoger beroep heeft aangevoerd zijn in essentie dezelfde als die zij in beroep aanvoerde. Appellante heeft herhaald dat zij vindt dat het Uwv vanwege haar psychische klachten in de FML van 2 september 2019 (hierna: de FML) meer beperkingen had moeten opnemen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De Raad stelt vast dat het Uwv in de FML, onder meer naar aanleiding van de klachten van appellante, al veel beperkingen heeft opgenomen bij de rubrieken persoonlijk en sociaal functioneren. Uit de Wet WIA volgt dat het in een FML alleen kan gaan om beperkingen die worden veroorzaakt door ziekte of gebrek. Uit de stukken in het dossier blijkt niet dat appellante meer beperkt is als gevolg van ziekte of gebrek. Alleen de eigen mening van appellante over haar beperkingen of haar beleving daarvan, is daarvoor onvoldoende. Daar is meer en vooral medische informatie voor nodig en die is er niet. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Er is daarom onvoldoende reden om te twijfelen aan de door het Uwv in de FML opgenomen beperkingen. Daarom is er geen aanleiding voor het benoemen van een deskundige.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Uitgaande van de door het Uwv vastgestelde beperkingen moet appellante in staat worden geacht de door de arbeidsdeskundige geselecteerde functies te verrichten. De WIA-uitkering van appellante is daarom terecht per 19 december 2019 beëindigd.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Voor een veroordeling in de proceskosten bestaat geen aanleiding.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Waarvan proces-verbaal.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De griffier	Het lid van de enkelvoudige kamer</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>(getekend) A.M.M. Chevalier	(getekend) W.R. van der Velde</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Voor eensluidend afschrift</para>
      <para>de griffier van de</para>
      <para>Centrale Raad van Beroep</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>