<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:CRVB:2022:329</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2022-02-24T09:30:13</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2022-02-22</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Centrale_Raad_van_Beroep" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Centrale Raad van Beroep</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2022-01-28</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">21/2005 WIV</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteEnEnigeAanleg">Eerste en enige aanleg</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#bestuursrecht_socialezekerheidsrecht">Bestuursrecht; Socialezekerheidsrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:CRVB:2022:329">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:CRVB:2022:329</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2022-02-23T16:12:41</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2022-02-24</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:CRVB:2022:329 Centrale Raad van Beroep , 28-01-2022 / 21/2005 WIV</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:CRVB:2022:329:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Herzieningsverzoek. Discretionaire bevoegdheid. Terughoudende toets door bestuursrechter. Is sprake van nieuwe feiten of gegevens. De Raad moet vaststellen dat appellant bij zijn herzieningsverzoek en in bezwaar tegen het besluit op dat verzoek heeft herhaald wat hij al ter ondersteuning van zijn eerdere aanvragen had aangevoerd en ook eerder ter beoordeling aan de Raad heeft voorgelegd. Ook nu is niet gebleken dat appellant bij (verzets)activiteiten tegen de Japanse bezetter betrokken is geweest. Appellant kan niet worden aangemerkt als verzetsdeelnemer, zodat de anti-hardheidsbepaling toepassing mist. De Centrale Raad van Beroep verklaart het beroep ongegrond.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:CRVB:2022:329:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <section>
    <title>
      <nr>21</nr>2005 WIV</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Datum uitspraak: 28 januari 2022</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Centrale Raad van Beroep</para>
      <para>Enkelvoudige kamer</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Uitspraak in het geding tussen</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Partijen:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        [appellant] te [woonplaats] (appellant)</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>de Pensioen- en Uitkeringsraad (verweerder)</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>PROCESVERLOOP</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Appellant heeft beroep ingesteld tegen het besluit van verweerder van 26 april 2021, kenmerk BZ011429232 (bestreden besluit). Dit betreft de toepassing van de Wet buitengewoon pensioen Indisch Verzet (Wiv).</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Verweerder heeft een verweerschrift ingediend.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 17 december 2021. Appellant is verschenen, bijgestaan door mr. P. Lesquilier. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door A.L. van de Wiel.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>OVERWEGINGEN</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>1.1.</nr>
      <para>Appellant, geboren in 1928, heeft in maart 2016 bij verweerder een aanvraag ingediend om te worden erkend als deelnemer aan het verzet in de zin van de Wiv en om toekenning als zodanig van een buitengewoon pensioen. In dat kader heeft appellant gesteld dat hij tot drie keer op verzoek van een Molukse man, die in het verzet zat, geprepareerde papaja’s naar Makassar heeft gesmokkeld, dat hij een pakketje heeft vervoerd naar de haven van Makassar en dat hij de van dokter Dirks gekregen medicijnen aan een Molukse man heeft geleverd in ruil voor alcohol. Verweerder heeft de aanvraag afgewezen bij besluit van 6 april 2017 en na bezwaar gehandhaafd bij het besluit van 14 september 2017, omdat niet is aangetoond of aannemelijk is gemaakt dat appellant te Makassar heeft deelgenomen aan het verzet tegen de Japanse bezetter. Het tegen het besluit van 14 september 2017 ingestelde beroep is ongegrond verklaard bij uitspraak van 8 november 2018.<footnote-ref linkend="_84802958-6aa2-4ebd-b400-ae75efc3422e" /> Overwogen is dat buiten de eigen verklaring van appellant geen gegevens zijn verkregen waaruit naar voren komt dat appellant de gestelde activiteiten heeft ondernomen. Op Celebes waren wel verzetsgroepen actief, zoals de groep Gortmans, maar appellant heeft uitdrukkelijk gesteld dat hij niet bij de groep Gortmans of een andere verzetsgroep betrokken is geweest. Verder is de identiteit van de Molukse man onbekend gebleven. Dat het relaas van appellant naadloos zou passen in wat historisch bekend is over het Molukse verzet op Celebes kan niet leiden tot een erkenning als deelnemer aan het verzet. Daarvoor is een bevestiging van verzetsactiviteiten vereist.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.2.</nr>
      <para>In januari 2019 heeft appellant verzocht de onder 1.1 genoemde afwijzing te herzien. Dat verzoek is afgewezen bij besluit van 31 oktober 2019, na bezwaar gehandhaafd bij het besluit van 11 maart 2020 op de grond dat geen sprake is van nieuwe feiten of omstandigheden die tot een andere beslissing zouden kunnen leiden. Het tegen het besluit van 11 maart 2020 ingestelde beroep is ongegrond verklaard bij uitspraak van 26 november 2020.<footnote-ref linkend="_913234fc-a3f0-4f80-8869-28b3890787e8" /> Verder is overwogen dat het ter zitting gedane verzoek om appellant met toepassing van de antihardheidsbepaling onder de werking van de Wiv te brengen geen onderdeel vormt en ook niet hoefde te vormen van het besluit van 11 maart 2020. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.3.</nr>
      <para>In januari 2021 heeft appellant opnieuw verzocht de eerdere afwijzing te herzien. Verweerder heeft dat verzoek afgewezen bij besluit van 29 januari 2021 en na bezwaar gehandhaafd bij het bestreden besluit, op de grond dat appellant geen nieuwe feiten of gegevens heeft vermeld die aanleiding geven de eerdere afwijzing te herzien. Verder heeft verweerder overwogen dat de anti-hardheidsbepaling in het geval van appellant geen toepassing kan vinden. </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>2. Naar aanleiding van partijen in beroep hebben aangevoerd komt de tot de Raad tot de volgende beoordeling. </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.1.</nr>
      <para>Op grond van artikel 49 van de Wiv is verweerder bevoegd op een daartoe door de belanghebbende gedane aanvraag een door hem gegeven beschikking in het voordeel van de bij die beschikking betrokkene te herzien. Gelet op het karakter van deze discretionaire bevoegdheid, kan de Raad het bestreden besluit slechts met terughoudendheid toetsen. Daarbij staat centraal de vraag of er nieuwe feiten of gegevens naar voren zijn gekomen die tot een andere beslissing zouden moeten leiden.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.2.</nr>
      <para>De Raad moet vaststellen dat appellant bij zijn herzieningsverzoek en in bezwaar tegen het besluit op dat verzoek heeft herhaald wat hij al ter ondersteuning van zijn eerdere aanvragen had aangevoerd en ook eerder ter beoordeling aan de Raad heeft voorgelegd. Ook nu is niet gebleken dat appellant bij (verzets)activiteiten tegen de Japanse bezetter betrokken is geweest.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.3.</nr>
      <para>Wat betreft het beroep op de in artikel 3, tweede lid, van de Wiv opgenomen antihardheidsbepaling is de Raad met verweerder van oordeel dat deze bepaling in het geval van appellant niet kan worden toegepast. In artikel 3, tweede lid, van de Wiv is bepaald dat de anti-hardheidsbepaling, voor zover hier van belang, geldt voor een verzetsdeelnemer die niet voldoet aan alle eisen die de Wiv stelt. Appellant kan evenwel niet worden aangemerkt als verzetsdeelnemer, zodat de anti-hardheidsbepaling toepassing mist.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.4.</nr>
      <para>Uit 2.2 en 2.3 volgt dat het bestreden besluit in rechte stand kan houden. Het beroep moet ongegrond worden verklaard.</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>3. Voor een veroordeling in de proceskosten bestaat geen aanleiding.</para>
      </parablock>
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>BESLISSING</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De Centrale Raad van Beroep verklaart het beroep ongegrond.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Deze uitspraak is gedaan door H. Lagas, in tegenwoordigheid van D. Al-Zubaidi als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 28 januari 2022.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>						(getekend) H. Lagas</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>						(getekend) D. Al-Zubaidi </para>
    </parablock>
  </section>
  <footnote id="_84802958-6aa2-4ebd-b400-ae75efc3422e" label="1">
    <para>ECLI:NL:CRVB:2018:3574.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_913234fc-a3f0-4f80-8869-28b3890787e8" label="2">
    <para>ECLI:NL:CRVB:2020:3002.</para>
  </footnote>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>