<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:CRVB:2022:328</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2022-02-28T09:00:30</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2022-02-22</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Centrale_Raad_van_Beroep" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Centrale Raad van Beroep</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2022-02-08</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">20/1533 PW-PV</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#hogerBeroep">Hoger beroep</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#bestuursrecht_socialezekerheidsrecht">Bestuursrecht; Socialezekerheidsrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:CRVB:2022:328">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:CRVB:2022:328</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2022-02-23T10:06:37</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2022-02-28</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:CRVB:2022:328 Centrale Raad van Beroep , 08-02-2022 / 20/1533 PW-PV</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:CRVB:2022:328:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Terugvordering van bijstand. Alleenstaande ouderenkorting. Het college mocht de bijstand van appellant terugvorderen, aangezien hij met terugwerkende kracht recht heeft op (alleenstaande) ouderenkorting.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:CRVB:2022:328:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <section>
    <title>
      <nr>20</nr>1533 PW-PV </title>
    <parablock>
      <para>Centrale Raad van Beroep</para>
      <para>Enkelvoudige kamer</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Proces-verbaal van de mondelinge uitspraak op het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Overijssel van 13 maart 2020, 19/1212 (aangevallen uitspraak)</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Partijen:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        [appellant] te [woonplaats] (appellant)</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>het college van burgemeester en wethouders van Dinkelland (college)</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Datum uitspraak: 8 februari 2022</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Zitting heeft: S. Pereth, lid van de enkelvoudige kamer</para>
      <para>Griffier: B. Beerens</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Ter zitting is appellant verschenen, bijgestaan door mr. L. de Widt, advocaat. Het college heeft zich niet laten vertegenwoordigen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>BESLISSING</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De Centrale Raad van Beroep bevestigt de aangevallen uitspraak.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Deze beslissing is uitgesproken in het openbaar. Zij is gebaseerd op de volgende overwegingen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Appellant ontving sinds 4 maart 2016 bijstand ingevolge de Participatiewet (PW). De bijstand is met ingang van 20 juni 2017 beëindigd op de grond dat appellant met ingang van die datum een pensioen op grond van de Algemene Ouderdomswet ontvangt. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Bij besluit van 14 november 2018, na bezwaar gehandhaafd bij besluit van </para>
      <para>28 maart 2019, heeft het college bijstand over de periode van 1 januari 2017 tot en met 19 juni 2017 tot een bedrag van € 812,14 van appellant teruggevorderd, aangezien hij met terugwerkende kracht recht heeft op (alleenstaande) ouderenkorting.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank heeft het beroep van appellant ongegrond verklaard.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het gaat in dit geding om een terugvordering van bijstand met toepassing van artikel 58, tweede lid, aanhef en onder f, ten eerste, van de PW. Een dergelijke terugvordering is mogelijk, indien de betrokkene op een eerder tijdstip in de periode waarover bijstand is verleend (aanspraak op) bepaalde middelen had, maar daarover op dat moment feitelijk nog niet (volledig) kon beschikken. Zodra de betrokkene wel over die middelen kan beschikken, kan de bijstandverlenende instantie de bijstand terugvorderen. Dit hangt samen met het aanvullend karakter van de bijstand.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Niet in geschil is dat het college in de periode in geding bijstand heeft betaald aan appellant. Ook is niet in geschil dat de Belastingdienst appellant over deze periode teruggaaf heeft verleend van de alleenstaande ouderenkorting en ouderenkorting ter hoogte van € 812,14. Daarmee is sprake van in aanmerking te nemen middelen als bedoeld in de hiervoor genoemde zin. Het college was dus bevoegd tot terugvordering van ten behoeve van appellant gemaakte kosten van bijstand over de periode in geding.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Appellant heeft aangevoerd dat de beleidsregels die de gemeente Dinkelland hanteert in zijn geval onredelijk uitpakken. Duidelijk is dat de aflossing voor appellant een grote opgave is, onder meer door de opgelopen gasprijs, maar niet is gebleken dat sprake is van een onbillijkheid van overwegende aard. Daarbij weegt mee dat appellant feitelijk op zijn schuld heeft afgelost.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Anders dan appellant heeft aangevoerd levert de terugvordering ook geen strijd op met het gelijkheidsbeginsel. Voor zover sommige of zelfs de meeste gemeenten ervoor kiezen om de bijstand niet terug te vorderen in het geval van een teruggaaf van de Belastingdienst, betekent dat niet dat iedere gemeente dit moet doen. De wetgever heeft ervoor gekozen om de bijstand decentraal uit te laten voeren. Hierdoor kunnen verschillen in die uitvoering ontstaan. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Voor zover appellant heeft aangevoerd dat het college hem had moeten informeren over de terugvordering, vooral nu het college uit eigen beweging appellant erop heeft geattendeerd dat hij mogelijk geld krijgt van de Belastingdienst, slaagt deze beroepsgrond niet. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>In de eerste plaats blijkt voldoende uit de brief van 18 april 2018 dat de teruggaaf van de Belastingdienst betekent dat appellant te veel bijstand heeft ontvangen. Bovendien is er volgens vaste rechtspraak geen regel van geschreven of ongeschreven recht die het bestuursorgaan verplicht bijstandsgerechtigden te informeren dat zij rekening moeten houden met de mogelijkheid van terugvordering in het geval van naderhand verkregen middelen. Dat het college, zoals appellant heeft betoogd, nu een duidelijkere brief stuurt in dergelijke gevallen, betekent dan ook niet dat het college in het geval van appellant niet tot terugvordering mocht overgaan.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Dit betekent dat het hoger beroep niet slaagt.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Voor een veroordeling in de proceskosten bestaat geen aanleiding.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Waarvan proces-verbaal.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De griffier	Het lid van de enkelvoudige kamer</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>(getekend) B. Beerens	(getekend) S. Pereth</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>