<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:CRVB:2022:2495</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2022-12-06T15:41:21</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2022-11-25</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Centrale_Raad_van_Beroep" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Centrale Raad van Beroep</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2022-11-15</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">21 / 209 PW-PV</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#hogerBeroep">Hoger beroep</psi:procedure>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#procesverbaal">Proces-verbaal</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#bestuursrecht_socialezekerheidsrecht">Bestuursrecht; Socialezekerheidsrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:CRVB:2022:2495">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:CRVB:2022:2495</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2022-11-27T20:00:50</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2022-12-06</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:CRVB:2022:2495 Centrale Raad van Beroep , 15-11-2022 / 21 / 209 PW-PV</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:CRVB:2022:2495:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <parablock>
        <para>Intrekking, terugvordering en verrekening van leenbijstand. Nabetaling arbeidsongeschiktheidsuitkering.  </para>
        <para>Het college heeft destijds de bijstand als een geldlening aan appellanten verstrekt in afwachting van de boedelscheiding van appellant en zijn ex-partner. Anders dan appellant heeft gesteld, wordt ook bij de in de vorm van een geldlening toegekende bijstand achteraf rekening gehouden met de later ontvangen middelen. Dit hangt samen met het aanvullend karakter van de bijstand. Het college hoefde in het geval van appellant dus niet met intrekking, terugvordering en verrekening te wachten totdat de boedelscheiding van appellant en zijn ex-partner is afgewikkeld.</para>
      </parablock>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:CRVB:2022:2495:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <section>
    <title>
      <nr>21</nr>209 PW-PV</title>
    <parablock>
      <para>Centrale Raad van Beroep</para>
      <para>Enkelvoudige kamer</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Proces-verbaal van de mondelinge uitspraak op het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Amsterdam van 25 november 2020, 19/6247 (aangevallen uitspraak)</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Partijen:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        [Appellant] e/v [Betrokkenen] te [woonplaats] (appellanten)</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Amsterdam (college)</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Datum uitspraak: 15 november 2022</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Zitting heeft: W.F. Claessens</para>
      <para>Griffier: E.A.J. Westra</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Appellanten en gemachtigde zijn, met berichtgeving, niet verschenen. Namens het college is mr. S.S. Kisoentewari verschenen. </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>BESLISSING</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De Centrale Raad van Beroep bevestigt de aangevallen uitspraak.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Deze beslissing is uitgesproken in het openbaar. Zij is gebaseerd op de volgende overwegingen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het gaat in deze zaak om de intrekking en terugvordering van de bijstand van appellanten over de periode van 1 augustus 2016 tot en met 20 juli 2017 en om de verrekening van de kosten van bijstand over die periode met de arbeidsongeschiktheidsuitkering die het Uwv met terugwerkende kracht aan appellante heeft toegekend. Aanvankelijk had het college het brutobedrag van de gemaakte kosten van bijstand van € 19.885,58 verrekend met het Uwv. Maar het college heeft dit gecorrigeerd door de terugvordering en de verrekening te beperken tot het nettobedrag van de kosten van bijstand van € 16.312,76 en het teveel van het Uwv ontvangen bedrag te restitueren aan appellanten. Dit heeft uiteindelijk geleid tot een besluit van 9 juni 2020 (bestreden besluit), waarbij is beslist op de bezwaren tegen de besluiten tot intrekking, terugvordering en verrekening.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Bij de aangevallen uitspraak heeft de rechtbank het beroep tegen het bestreden besluit ongegrond verklaard.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>In hoger beroep hebben appellanten in de eerste plaats het volgende aangevoerd. Het college heeft destijds de bijstand als een geldlening aan appellanten verstrekt in afwachting van de boedelscheiding van appellant en zijn ex-partner. Daarom kan pas na afwikkeling van de boedelscheiding worden beoordeeld of en, zo ja, tot welk bedrag appellanten teveel bijstand hebben ontvangen en kan dan pas tot intrekking en terugvordering worden overgegaan. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Deze beroepsgrond slaagt niet, alleen al omdat voor de stelling van appellanten geen grondslag is te vinden in de Participatiewet. Ook de toekenning van bijstand in de vorm van een geldlening is namelijk bedoeld om in de noodzakelijke kosten van levensonderhoud te kunnen voorzien. Dat ook bij de in deze vorm toegekende bijstand achteraf rekening wordt gehouden met de later ontvangen middelen hangt samen met het aanvullend karakter van de bijstand. Het college hoefde in het geval van appellant dus niet met intrekking, terugvordering en verrekening te wachten totdat de boedelscheiding van appellant en zijn ex-partner is afgewikkeld. Vergelijk de uitspraak van 26 april 2016, ECLI:NL:CRVB:2016:1539. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>In de tweede plaats voeren appellanten aan dat niet inzichtelijk is gemaakt hoe het terugvorderingsbedrag tot stand is gekomen en hoe het verrekeningsbedrag is bepaald.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Deze beroepsgrond slaagt ook niet. Onder de gedingstukken bevindt zich een uitgebreid overzicht op maandbasis van de bedragen die in 2016 en 2017 zijn uitbetaald aan appellanten en de bedragen waarop zij in die jaren recht hadden. Hiermee heeft het college inzichtelijk gemaakt hoe het terugvorderingsbedrag, dat gelijk is aan het verrekeningsbedrag, is bepaald. Appellanten hebben niet gesteld dat en waarom dat overzicht voor onjuist zou moeten worden gehouden. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Ten slotte hebben appellanten aangevoerd dat reeds vanwege schending van het zorgvuldigheids- en motiveringsbeginsel het bestreden besluit niet, of niet ongewijzigd in stand kan blijven. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Alleen al omdat appellanten niet hebben toegelicht waarom en in welk opzicht het zorgvuldigheids- en/of het motiveringsbeginsel is geschonden, slaagt deze beroepsgrond niet. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het hoger beroep slaagt dus niet. De aangevallen uitspraak wordt daarom bevestigd.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Voor een veroordeling in de proceskosten bestaat geen aanleiding.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Waarvan proces-verbaal.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De griffier	Het lid van de enkelvoudige kamer</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>(getekend) E.A.J. Westra	(getekend) W.F. Claessens</para>
    </parablock>
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>