<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:CRVB:2022:1535</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2022-07-14T11:25:53</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2022-07-12</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Centrale_Raad_van_Beroep" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Centrale Raad van Beroep</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2022-06-27</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">21/4370 ZW-PV</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#hogerBeroep">Hoger beroep</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#bestuursrecht_socialezekerheidsrecht">Bestuursrecht; Socialezekerheidsrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:CRVB:2022:1535">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:CRVB:2022:1535</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2022-07-13T10:03:44</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2022-07-14</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:CRVB:2022:1535 Centrale Raad van Beroep , 27-06-2022 / 21/4370 ZW-PV</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:CRVB:2022:1535:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Bevestiging aangevallen uitspraak en afwijzing verzoek om schadevergoeding. De Raad sluit zich aan bij de overwegingen van de rechtbank. Het Uwv wordt gevolgd dat op de datum in geding, zijnde 28 februari 2020, niet gebleken is van psychische beperkingen voor het verrichten van arbeid. De in hoger beroep ingezonden medische informatie onderbouwt niet dat op de datum in geding er sprake was van psychische beperkingen.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:CRVB:2022:1535:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <section>
    <title>
      <nr>21</nr>4370 ZW-PV </title>
    <parablock>
      <para>Datum: 27 juni 2022</para>
      <para>Centrale Raad van Beroep</para>
      <para>Enkelvoudige kamer</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Proces-verbaal van de mondelinge uitspraak op het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Noord-Holland van 5 november 2021, 20/4815 (aangevallen uitspraak) en mondelinge uitspraak op het verzoek om veroordeling tot vergoeding van schade</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Partijen:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        [appellant] te [woonplaats] (appellant)</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (Uwv)</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Zitting heeft: T. Dompeling</para>
      <para>Griffier: G.S.M. van Duinkerken</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 27 juni 2022. Appellant is verschenen, bijgestaan door mr. A. van Deuzen. Het Uwv heeft zich laten vertegenwoordigen door <?linebreak?>mr. K. Ait-Moha</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>BESLISSING</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De Centrale Raad van Beroep</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>- bevestigt de aangevallen uitspraak;</para>
    <para>- wijst het verzoek om schadevergoeding af. </para>
    <para />
    <parablock>
      <para>De beslissing is uitgesproken in het openbaar. Zij is gebaseerd op de volgende overwegingen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Bij de aangevallen uitspraak heeft de rechtbank het beroep van appellant tegen de beslissing op bezwaar van 27 augustus 2020 ongegrond verklaard. Bij dat besluit heeft het Uwv zijn beslissing van 9 december 2019 gehandhaafd dat appellant met ingang van 28 februari 2020 geen recht meer heeft op een uitkering op grond van de Ziektewet (ZW).</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het hoger beroep vormt – in essentie – een herhaling van de gronden die in beroep zijn aangevoerd. De Raad sluit zich aan bij wat de rechtbank in de aangevallen uitspraak heeft overwogen. Daaraan wordt het volgende toegevoegd. Het Uwv wordt gevolgd in zijn oordeel dat op de datum in geding, zijnde 28 februari 2020, niet gebleken is van psychische beperkingen voor het verrichten van arbeid. De verzekeringsartsen hebben naar het oordeel van de Raad geen relevante medische informatie over het hoofd gezien. Uit de medische stukken, waaronder de informatie van de huisarts, blijkt niet dat op de datum in geding sprake was van psychopathologie. Ook begin 2019 is bij onderzoeken door de verzekeringsarts in het kader van de Wet verbetering poortwachter niet gebleken van psychische beperkingen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De in hoger beroep ingezonden informatie van GZ-psycholoog M. Bolten (Bolten) van <?linebreak?>28 oktober 2021 en 19 november 2021, leidt niet tot een ander oordeel. Bolten heeft weliswaar aan de huisarts bericht dat hij na de intake van appellant op 28 oktober 2021 als diagnose posttraumatische stressstoornis met uitgestelde expressie heeft gesteld, maar hij heeft niet gemotiveerd onderbouwd dat bij appellant ook al op de datum in geding sprake was van psychopathologie. De verzekeringsartsen hebben terecht geconcludeerd dat op de datum in geding er geen aanwijzingen zijn voor psychische beperkingen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Nu de door appellant ingediende medische informatie naar zijn aard geschikt is om twijfel te zaaien over het standpunt van het Uwv en er geen twijfel bestaat over de juistheid van het medisch oordeel, is er geen aanleiding om een deskundige in te schakelen. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Voor een veroordeling in de proceskosten bestaat geen aanleiding.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Waarvan proces-verbaal.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>De griffier					De voorzitter</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>(getekend) G.S.M. van Duinkerken		(getekend) T. Dompeling</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Voor eensluidend afschrift</para>
      <para>      de griffier van de </para>
      <para>Centrale Raad van Beroep.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>