<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:CRVB:2022:1206</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2022-11-09T12:00:41</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2022-06-07</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Centrale_Raad_van_Beroep" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Centrale Raad van Beroep</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2022-05-31</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">21/4517 PW-VV</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#hogerBeroep">Hoger beroep</psi:procedure>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#voorlopigeVoorziening">Voorlopige voorziening</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#bestuursrecht_socialezekerheidsrecht">Bestuursrecht; Socialezekerheidsrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:CRVB:2022:1206">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:CRVB:2022:1206</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2022-06-07T17:29:37</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2022-11-09</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:CRVB:2022:1206 Centrale Raad van Beroep , 31-05-2022 / 21/4517 PW-VV</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:CRVB:2022:1206:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Verzoek niet-ontvankelijk. Het griffierecht is niet binnen de termijn voldaan.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:CRVB:2022:1206:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <para />
    <parablock>
      <para>Datum uitspraak: 31 mei 2022</para>
      <para>21/4517-VV</para>
      <para>Centrale Raad van Beroep</para>
      <para>Voorzieningenrechter</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Uitspraak op het verzoek om toepassing van artikel 8:81 van de Algemene wet bestuursrecht in het geding tussen:</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Partijen:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        [verzoeker] te [woonplaats] (verzoeker)</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Amsterdam</para>
    </parablock>
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section role="procesverloop">
    <title>PROCESVERLOOP</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Verzoeker heeft hoger beroep ingesteld en ook een verzoek tot het treffen van een voorlopige voorziening gedaan.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>OVERWEGINGEN</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Ingevolge artikel 8:108, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) zijn onder meer de artikelen 8:81, 8:82, en artikel 8:83 van overeenkomstige toepassing op het hoger beroep.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Ingevolge artikel 8:81 in samenhang met artikel 8:104 van de Awb, kan als tegen een uitspraak van de rechtbank of van de voorzieningenrechter van de rechtbank hoger beroep bij de Raad is ingesteld, de voorzieningenrechter van de Raad op verzoek een voorlopige voorziening treffen indien onverwijlde spoed gelet op de betrokken belangen dat vereist.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Artikel 8:82, eerste lid, van de Awb bepaalt dat van de verzoeker een griffierecht wordt geheven. Ingevolge artikel 8:82, derde lid, is artikel 8:41, derde tot en met zesde lid, van de Awb van overeenkomstige toepassing, met dien verstande dat de termijn voor de bijschrijving of storting van het griffierecht in beginsel twee weken bedraagt. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Bij brief van 27 december 2021 is verzoeker meegedeeld dat zijn brief van 16 december 2021 wordt opgevat als een beroep op betalingsonmacht, en is hij gewezen op de criteria die gelden voor het aannemen van betalingsonmacht. Verzoeker is een termijn van twee weken gegeven om door middel van het invullen en retourneren van het bij de brief gevoegde formulier te reageren op voornoemde brief. Daarbij is verzoeker erop gewezen dat het beroep op betalingsonmacht wordt afgewezen als het formulier niet op tijd is teruggestuurd, niet compleet is ingevuld en/of gegevens ontbreken en dat er geen gelegenheid is tot aanvulling van het formulier of de gegevens. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Hierop heeft verzoeker niet gereageerd. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Bij brief van 24 februari 2022 is verzoeker meegedeeld dat het verzoek om betalingsonmacht wordt afgewezen omdat verzoeker niet (op tijd) heeft voldaan aan het verzoek om informatie, en dat verzoeker een (nieuwe) nota/herinnering van het griffierecht zal ontvangen. Daarbij is erop gewezen dat het niet of niet op tijd betalen van het griffierecht ertoe kan leiden dat het verzoek om voorlopige voorziening niet-ontvankelijk wordt verklaard en dus niet inhoudelijk wordt behandeld.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Bij brief van 26 februari 2022 is verzoeker erop gewezen dat verzoeker ter zake van het ingediende verzoek een griffierecht van € 134,- is verschuldigd, welk bedrag binnen 14 dagen na dagtekening van die brief moet zijn voldaan. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Bij aangetekende brief van 13 maart 2022 is verzoeker nogmaals gewezen op de verschuldigdheid van het griffierecht en is medegedeeld dat het verschuldigde bedrag binnen één week na de dagtekening moet zijn bijgeschreven op de in die brief genoemde bankrekening. Daarbij is er nogmaals op gewezen dat als verzoeker het griffierecht niet op tijd betaalt, hij er rekening mee moet houden dat het verzoek om voorlopige voorziening niet inhoudelijk zal worden behandeld.</para>
      <para>Het griffierecht is niet binnen die termijn voldaan. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>In zijn brief van 20 maart 2022, bij de Raad ingekomen op 24 maart 2022, heeft verzoeker nog te kennen gegeven dat het niet verstrekken van informatie geen geldige reden is om zijn beroep op betalingsonmacht af te wijzen. Met een enkel telefoontje naar de gemeente zou duidelijk kunnen worden dat sprake is van langdurige betalingsonmacht, Dit kan verzoeker niet baten. Het is aan verzoeker om aannemelijk te maken dat hij voldoet aan de voorwaarde voor vrijstelling van het griffierecht. Door desgevraagd geen financiële gegevens te overleggen kan de door hem gestelde betalingsonmacht niet worden vastgesteld.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het verzoek om voorlopige voorziening te treffen moet dan ook kennelijk niet-ontvankelijk worden verklaard met toepassing van artikel 8:83, derde lid, van de Awb. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Voor een proceskostenveroordeling is geen aanleiding. </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>BESLISSING</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De Centrale Raad van Beroep verklaart het verzoek niet-ontvankelijk.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Deze uitspraak is gedaan door E.C.R. Schut, in tegenwoordigheid van E. Blijleven-de Vries als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 31 mei 2022.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>					(getekend) E.C.R. Schut</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>					(getekend) E. Blijleven-de Vries</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>