<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:CRVB:2022:1088</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2022-05-23T17:01:18</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2022-05-18</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Centrale_Raad_van_Beroep" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Centrale Raad van Beroep</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2022-05-11</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">20/2047 VALYS</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#hogerBeroep">Hoger beroep</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#bestuursrecht_socialezekerheidsrecht">Bestuursrecht; Socialezekerheidsrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:CRVB:2022:1088">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:CRVB:2022:1088</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2022-05-19T15:34:36</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2022-05-19</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:CRVB:2022:1088 Centrale Raad van Beroep , 11-05-2022 / 20/2047 VALYS</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:CRVB:2022:1088:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Aanvraag om een hoog persoonlijk kilometerbudget (pkb) terecht afgewezen. De rechtbank is met juistheid tot de conclusie gekomen dat de door appellant aangevoerde omstandigheden geen aanleiding geven om aan te nemen dat appellant, in afwijking van het uitgangspunt in het Indicatieprotocol, toch in aanmerking komt voor een hoog pkb. In wat appellant in hoger beroep naar voren heeft gebracht, vindt de Raad geen steun om tot een ander oordeel te komen dan waartoe de rechtbank is gekomen.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:CRVB:2022:1088:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <section>
    <title>
      <nr>20</nr>2047 VALYS </title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Datum uitspraak: 11 mei 2022</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Centrale Raad van Beroep</para>
      <para>Enkelvoudige kamer</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Uitspraak op het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Oost-Brabant van 10 april 2020, 19/1068 (aangevallen uitspraak)</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Partijen:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        [appellant] te [woonplaats] (appellant)</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>FMMU Advies B.V. ( FMMU )</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>PROCESVERLOOP</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Namens appellant heeft mr. A.P. van Knippenbergh, advocaat, hoger beroep ingesteld.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De FMMU heeft een verweerschrift ingediend. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 30 maart 2022. Appellant is niet verschenen. De FMMU heeft zich laten vertegenwoordigen door mr. L.J. Spek.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>OVERWEGINGEN</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>1. De Raad gaat uit van de volgende feiten en omstandigheden.</para>
    </parablock>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>1.1.</nr>
      <para>Appellant, geboren in 1953, beschikt over een Valys-pas met een laag persoonlijk kilometerbudget (pkb) en een gehandicaptenparkeerkaart, type bestuurder (gpk bestuurder). Appellant heeft bij de FFMU een aanvraag ingediend om een hoog pkb.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.2.</nr>
      <para>De FMMU heeft de aanvraag van appellant bij besluit van 27 maart 2019, na bezwaar gehandhaafd bij besluit van 8 april 2019 (bestreden besluit), afgewezen, omdat hij over een gpk bestuurder beschikt.</para>
      <para />
      <para>2. Bij de aangevallen uitspraak heeft de rechtbank het beroep tegen het bestreden besluit ongegrond verklaard. De rechtbank heeft overwogen dat niet in geschil is dat appellant in het bezit is van een gpk bestuurder. Daarom komt hij volgens het Indicatieprotocol Hoog Persoonlijk Kilometer Budget (Indicatieprotocol) in beginsel niet in aanmerking voor een hoog pkb. Appellant wordt geacht een alternatief te hebben voor taxivervoer en niet gebleken is dat appellant hierover niet beschikt. Appellant heeft ter zitting toegelicht dat hij de auto van zijn zus leent wanneer dat nodig is en deze auto dan zelf bestuurt. Wat appellant heeft aangevoerd vormt daarom geen reden om af te wijken van het uitgangspunt zoals dat is neergelegd in het Indicatieprotocol. Aan bespreking van de vraag of appellant medisch gezien met de trein kan reizen komt de rechtbank daarom niet meer toe. </para>
      <para />
      <para>3. Appellant heeft zich in hoger beroep tegen de aangevallen uitspraak gekeerd. Appellant heeft, kort samengevat, aangevoerd dat hij in aanmerking dient te komen voor een hoog pkb. Daarbij heeft hij er op gewezen dat hij zelf geen auto heeft, de auto van zijn zus niet onbeperkt kan gebruiken en de gpk bestuurder nodig heeft vanwege zijn functie als bewindvoerder van zijn gehandicapte neef. Gelet hierop heeft de rechtbank ten onrechte niet beoordeeld of appellant in staat is gebruik te maken van de trein. Volgens appellant is hij vanwege zijn medische situatie niet in staat om met de trein te reizen. </para>
      <para />
      <para>4. De Raad komt tot de volgende beoordeling.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.1.</nr>
      <para>De Raad verenigt zich met het oordeel van de rechtbank en onderschrijft de overwegingen waarop dat oordeel berust. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.2.</nr>
      <para>De rechtbank is met juistheid tot de conclusie gekomen dat de door appellant aangevoerde omstandigheden geen aanleiding geven om aan te nemen dat appellant, in afwijking van het uitgangspunt in het Indicatieprotocol, toch in aanmerking komt voor een hoog pkb. In wat appellant in hoger beroep naar voren heeft gebracht, vindt de Raad geen steun om tot een ander oordeel te komen dan waartoe de rechtbank is gekomen.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.3.</nr>
      <para>Gelet op wat in 4.1 en 4.2 is overwogen, slaagt het hoger beroep niet. De aangevallen uitspraak zal worden bevestigd. </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>5. Voor een veroordeling in de proceskosten bestaat geen aanleiding. </para>
      </parablock>
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>BESLISSING</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De Centrale Raad van Beroep bevestigt de aangevallen uitspraak.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Deze uitspraak is gedaan door L.M. Tobé, in tegenwoordigheid van L.C. van Bentum als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 11 mei 2022. </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>						(getekend) L.M. Tobé</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>						(getekend) L.C. van Bentum</para>
    </parablock>
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>