<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:CRVB:2021:2846</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2021-11-22T16:43:57</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2021-11-18</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Centrale_Raad_van_Beroep" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Centrale Raad van Beroep</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2021-11-09</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">19/5121 PW-PV</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#hogerBeroep">Hoger beroep</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#bestuursrecht_socialezekerheidsrecht">Bestuursrecht; Socialezekerheidsrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:CRVB:2021:2846">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:CRVB:2021:2846</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2021-11-22T16:43:02</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2021-11-22</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:CRVB:2021:2846 Centrale Raad van Beroep , 09-11-2021 / 19/5121 PW-PV</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:CRVB:2021:2846:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Opschorting en intrekking AIO-aanvulling. Gevraagd stukken niet overgelegd. Het vermoeden bestond dat appellant eigenaar was of was geweest van onroerende zaken in Turkije in verschillende (deel)gemeenten. Appellant heeft desgevraagd geen opgaves van de kadasters van deze (deel)gemeenten ingeleverd, maar wel verklaringen van de afdeling belastingen van de (deel)gemeente. Hiermee was nog steeds niet duidelijk of appellant de afgelopen vijf jaar wel of geen (mede)eigenaar was van een woning of grond in deze (deel)gemeenten. Ook na herhaald verzoek heeft appellant geen opgaves van de kadasters verstrekt en evenmin de Svb gemachtigd om zelf informatie bij de kadasters op te vragen. De Svb heeft de AIO-aanvulling terecht opgeschort en vervolgens ingetrokken.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:CRVB:2021:2846:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <section>
    <title>
      <nr>19</nr>5121 PW-PV, 19/5122 PW-PV</title>
    <parablock>
      <para>Centrale Raad van Beroep</para>
      <para>Meervoudige kamer</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Proces-verbaal van de mondelinge uitspraak op het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Gelderland van 5 november 2019, 19/2624 en 19/2625 (aangevallen uitspraak)</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Partijen:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        [appellant] te [woonplaats] (appellant)</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>de Raad van bestuur van de Sociale verzekeringsbank (Svb)</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Datum uitspraak: 9 november 2021</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Zitting hebben: E.J.M. Heijs als voorzitter, J.N.A. Bootsma en K.M.P. Jacobs.</para>
      <para>Griffier: R. de Haas.</para>
      <para>Ter zitting zijn verschenen: mr. M.I. Bal, namens appellant, en mr. P. Stahl-de Bruin, namens de Svb.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>BESLISSING</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De Centrale Raad van Beroep bevestigt de aangevallen uitspraak.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Dit betekent dat de opschorting en intrekking van de aanvullende inkomensvoorziening ouderen (AIO-aanvulling) op grond van de Participatiewet (PW) juist zijn.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Deze uitspraak is uitgesproken in het openbaar en gebaseerd op de volgende overwegingen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Appellant en zijn echtgenote ontvingen vanaf 2011 in aanvulling op hun ouderdomspensioen een AIO-aanvulling.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Na een tip, een huisbezoek en onderzoek van de Attaché voor Sociale Zaken in Ankara, bestond het vermoeden dat appellant eigenaar was of was geweest van woningen in Turkije in de deelgemeente [deelgemeente] van de stad [stad] en in een dorp in de gemeente [gemeente] . </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De Svb heeft appellant gevraagd om een opgave over te leggen van de kadasters van deze (deel)gemeenten waaruit blijkt of hij in de afgelopen vijf jaar wel of geen (mede)eigenaar was van een woning of een stuk grond, of om de Svb te machtigen om deze gegevens namens hem op te vragen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Appellant heeft geen opgaves van deze kadasters ingeleverd, maar wel verklaringen van de afdeling belastingen van de (deel)gemeenten. In [deelgemeente] is in 2018 geen aangifte van appellant aangetroffen en in [gemeente] heeft hij in 2016 als (mede)eigenaar aangifte gedaan voor de onroerende zaaksbelasting van drie tuinen met een geringe minimaal belastbare waarde. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Maar hiermee was nog steeds niet duidelijk of appellant de afgelopen vijf jaar wel of geen (mede)eigenaar was van een woning of grond in deze (deel)gemeenten. Ook na herhaald verzoek heeft appellant geen opgaves van de kadasters verstrekt en evenmin de Svb gemachtigd om zelf informatie bij de kadasters op te vragen. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Hiermee heeft hij de voor de verlening van AIO-aanvulling van belang zijnde gegevens niet verstrekt. Als hem dit niet te verwijten valt omdat de kadasters hem zo’n opgave niet hebben willen geven, heeft hij anderszins onvoldoende medewerking verleend door de Svb niet te machtigen. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De AIO-aanvulling is bij besluit van 11 december 2018 dus terecht per 1 december 2018 opgeschort<footnote-ref linkend="_80bfec6d-fcd9-4ddc-9afc-68b48e35fcc9" /> en, omdat appellant het verzuim niet heeft hersteld, per die datum ook terecht ingetrokken bij besluit van 16 januari 2019<footnote-ref linkend="_f26d8b89-5afa-4557-b2dc-4292519abfc1" />.</para>
      <para>Het hoger beroep slaagt niet.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Waarvan proces-verbaal.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De griffier		De voorzitter </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>(getekend) R. de Haas		(getekend) E.J.M. Heijs </para>
    </parablock>
  </section>
  <footnote id="_80bfec6d-fcd9-4ddc-9afc-68b48e35fcc9" label="1">
    <para> Artikel 54, eerste lid, van de PW</para>
  </footnote>
  <footnote id="_f26d8b89-5afa-4557-b2dc-4292519abfc1" label="2">
    <para> Artikel 54, vierde lid, van de PW</para>
  </footnote>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>